Advies aan Ritzen: hef universiteitsraden op

ROTTERDAM, 22 okt. Universiteitsraden moeten verdwijnen. De colleges van bestuur moeten als hoogste universitaire bestuursorganen alle bevoegdheden krijgen. Een door de minister benoemde raad van toezicht met leden van buiten de universiteit moet het college als een 'raad van commissarissen' gaan begeleiden. Ook faculteitsraden moeten worden afgeschaft.

Dit standpunt hebben de voorzitters van vijf organisaties in het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek vandaag kenbaar gemaakt aan minister Ritzen, in een discussiebijdrage voor twee studieconferenties over de bestuursstructuur die de bewindsman eind oktober wil houden.

De vijf organisaties zijn de Adviesraad voor het Hoger Onderwijs, de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid, de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de onderzoeksinstelling TNO.

Hun opvatting gaat verder dan het standpunt dat twee van de vijf organisaties de Adviesraad voor het Hoger Onderwijs en de Raad van Advies voor het Wetenschapsbeleid eerder in hun adviezen over het universitaire bestuur hebben ingenomen. De andere drie organisaties hadden zich tot dusver nooit formeel over het onderwerp uitgesproken.

De vijf voorzitters pleiten ook voor afschaffing van de faculteitsraad als bestuursorgaan. De raad kan nog wel als adviesraad blijven fungeren van veel autonomer opererende faculteiten. Het faculteitsbestuur moet versterking krijgen van een beroepsdecaan. Deze moet worden bijgestaan door een zwaar bestuur, waarin alleen leden van de wetenschappelijke staf zitting mogen hebben.

Het niet-wetenschappelijke personeel van de universiteiten krijgt medezeggenschap in een ondernemingsraad, zo wordt voorgesteld. Studenten kunnen via onderwijscommissies invloed uitoefenen.

De verandering van het bestuur is volgens de vijf voorzitters nodig nu de universiteiten zelfstandiger worden en van de minister meer ruimte krijgen om eigen beleid te voeren. Dat vraagt volgens hen om versterking van de bestuurskracht van de universiteiten.

Zij willen daarom dat het college van bestuur voortaan wordt geadviseerd door een raad waarin de decanen van de faculteiten zitting hebben. Wel moeten de leden van het bestuurscollege, als ze meer en duidelijker omschreven bevoegdheden krijgen, nadrukkelijker op hun verantwoordelijkheden kunnen worden aangesproken dan nu het geval is.

De vijf voorzitters verwachten dat de universiteiten veel slagvaardiger zullen kunnen samenwerken als de universiteitsraden verdwijnen. In dat geval zullen hun vertegenwoordigers in een landelijk platform immers niet meer aan een mandaat zijn gebonden.