'Wij Georgiers hebben geen sterke man nodig'

Twee keer gaan de Georgiers naar de stembus. Op 28 oktober zijn er eindelijk de uitgestelde verkiezingen voor de Opperste Sovjet, het officiele parlement. Vorige maand kon bovendien een alternatief Congres gekozen worden, bestemd voor hen die niets te maken willen hebben met het 'koloniale bezettingsorgaan'. Maar de nationalisten zijn onderling hevig verdeeld. En veel Georgiers zijn bang dat een 'sterke man' van de chaos gebruik zal kunnen maken.

De valutabar van hotel Iveria is nerveus. Zoals altijd hangen er ook deze avond de Georgiers rond die, gekleed in bandplooi-broek, Lacosteshirt en open Italiaanse schoenen, hun dagelijkse zaken met een blikje Seven-Up of Tuborg-bier beklinken. Maar erg uitgelaten is de stemming niet. In hoekjes overlegt men over plannen buiten 'slands. Want de toekomst is onzeker. Kapitaal-export is geboden.

Deze angst heeft met twee dingen te maken. Met de officiele introductie van de vrije markteconomie die in aantocht is, en met de op het oog onstuitbare opmars van het nationalisme in de Georgische politiek. Voor de economische elite van Georgie was de vrije markteconomie uiteraard al jaren geen geheim. Maar juist daarom vrezen ze de officiele introductie ervan. Vroeger namelijk, toen de 'stabiele kaders' van Brezjnev het nog voor het zeggen hadden, hielden twee reele machten Georgie redelijk in evenwicht. De sovjet-macht zorgde voor de rust op straat en de vrije jongens maakten dat de burgers toch nog enigszins aan hun trekken konden komen. 'Via-via' zoals het heet in een land waar iedereen vooral 'vrienden' wil hebben.

Georgie (ruim vijf miljoen inwoners) is zo in consumptief opzicht de rijkste sovjet-republiek van de unie geworden. De mannen en vrouwen op straat kunnen zich mooi kleden, er is goed te eten en op de zwarte markt zijn veel dingen te krijgen die het leven cachet geven, varierend van een 13 jaar oude Lada voor drieduizend roebel tot een steeds schaarser wordend produkt als benzine, die nu op de bon is maar officieel niet geleverd kan worden. Het 'systeem' (de communistische partij) is er, meer nog dan elders in de Sovjet-Unie, eigenlijk nooit veel meer geweest dan een ' middel om voor je familie te zorgen' zoals de Georgische filosoof Merab Mamardashvili het formuleert.

Als de vrije markt straks officieel zijn beslag krijgt, wordt dat evenwicht echter verstoord. Dat zou niet zo erg zijn, ware het niet dat er de afgelopen anderhalf jaar een nieuwe factor bij kwam: het nationalisme. En of dat nog niet genoeg is, is de nationale beweging onderling zo versplinterd dat op haar geen peil meer te trekken is. De vergelijking in Georgie heeft nu ineens niet meer twee variabelen, maar drie of misschien nog wel meer onbekenden. En daar zijn handelaars altijd wat bevreesd voor.

Koningin Tamara

Het is natuurlijk geen nieuw fenomeen. Het Georgische nationalisme manifesteert zich al een eeuw, zij dat dat het in de politiek tot nu toe nauwelijks vorm heeft gekregen. De ideologische voedingsbodem is romantisch van aard. Georgie is zo ongeveer de eerste gekerstende natie ter wereld. In de late middeleeuwen domineerde ze bijna de hele Kaukasus, met als personificatie koningin Tamara (de ' koningin der koninginnen, het heil van de wereld en de godsdienst, Tamara de dochter van Georgie en aanbidster van de Messias, God eert haar overwinningen'). Maar helaas is Georgie al sinds de vijftiende eeuw niet meer wat ze onder Tamara was. Eerst waren het de Perzen en Turken die kwamen buurten en toen de Georgiers tegen deze moslems steun zochten bij het christelijke Rusland, bleken die beschermheren niet zomaar te verdwijnen. Vanaf 1802 werd Georgie een deel van het Russische rijk. Met uitzondering dan van die drie jaar tussen 1918 en 1921 toen Georgie weer even onafhankelijk was, omdat de bolsjewistische macht nog niet tot Tbilisi reikte en Georgie geregeerd kon worden door mensjewistische sociaal-democraten.

Het middeleeuwse verleden en deze drie jaren van staatkundige vrijheid zijn sindsdien de drijfveer geweest voor hen die zich niet wensten neer te leggen bij de door Moskou gedicteerde machtsverhoudingen. Net zoals elders in de Sovjet-Unie manifesteerden ook in Georgie de dissidenten zich in de jaren zeventig en tachtig steeds nadrukkelijker. De staat - partij en KGB - reageerde zoals telkens: met intimidatie, verbanning en gevangenisstraffen.

Totdat de communistische partij van Georgie het anderhalf jaar geleden tegen deze patriottische traditie moest afleggen. Een keerpunt dat de nationalistische beweging paradoxaal genoeg tot nog toe alleen meer onheil heeft bezorgd.

Op 9 april 1989 richtten troepen van de Binnenlandse Strijdkrachten op de centrale Roestaveli-boulevard een bloedbad aan. Met spaden en gas gingen ze de demonstranten te lijf, die daar al enige tijd demonstreerden voor het gebouw van de Opperste Sovjet en zich met baco-sleutels en waterpomptangen zo goed en kwaad mogelijk hadden bewapend. Negentien doden en een veelvoud aan gewonden, onder wie vrouwen en kinderen, waren het gevolg. De nationale beweging kreeg in een klap alle wind in de zeilen. Ook de communisten moesten dat onder ogen zien. Partijleider Patiasjvili, de opvolger van de huidige minister van buitenlandse zaken Sjevarnadze, die als voorzitter van het parlement en dus als regeringschef formeel verantwoordelijk was voor deze operatie werd gewipt in de hoop dat zijn opvolger Goembaridze het contact met het volk weer een beetje zou kunnen herstellen.

De schok werd vervolgens nog groter toen de ongekroonde koning van de nationale beweging Merab Kostava in de herfst van hetzelfde jaar bij een auto-ongeluk om het leven kwam. De 'zwarte zondag' werd dit jaar dan ook met veel emotie en vertoon herdacht, met Georgiers in 'battle-dress' en klederdracht, priesters in vol ornaat bij oude wat Keltisch aandoende zuilen en veel nationale zwart-wit-rode vlaggen. Bijna het hele culturele leven is erdoor beinvloed. Het Historisch Museum sloot zijn zaal voor de twintigste eeuw, overigens zonder nadere uitleg voor de bezoeker. In de afdeling moderne kunst kwam abrupt een einde aan de impressionistische fase die tot in de jaren tachtig voortduurde. Schilders die zich vijf jaren geleden nog lieten inspireren door de vroege Picasso's en Modigliani's schilderen nu alleen nog maar kerken, kruisen en de heilige maagd temidden van het Georgische landschap. Aan een prijsvraag voor een nieuwe kerk langs de hellingen van de oude stad, deden maar liefst veertig architecten mee met inzendingen die varieerden van keurige klassieke ontwerpen tot de meest woeste basilieken. Voor een enkele maquette die nu in Tbilisi tentoongesteld wordt, brandt een kaars. En uiteraard is ook de verhouding tussen autochtonen en allochtonen weer een openlijk thema geworden.

Patriot aller patriotten

De politieke winst van 9 april 1989 werd echter niet geincasseerd. Integendeel, de desintegratie van de beweging begon zich in moordend tempo te voltrekken. Oorzaak: de harde strijd om de eerste plaats op de ranglijst van patriot aller patriotten. Het gaat nu louter om de erfenis van Kostava wiens portret op muren en kiosken nog alom aanwezig is. Aangezwengeld door de voormalige dissident en schrijver Zviad Gamsachoerdia, zoon van een populaire Georgische volksschrijver en 'hoofd' van de Helsinki-groep en de Rechtzinnige Ilia-vereniging. De concurrentie, zoals het Volksfront en de andere nationalistische partijen, proberen hem sindsdien te volgen. Amechtig, want het was Gamsachoerdia (51 jaar) die dit voorjaar de verkiezingen voor de Opperste Sovjet via straatacties en stakingen uitgesteld wist te krijgen tot eind oktober en sindsdien om de haverklap naar deze actiemiddelen is blijven grijpen. Het was dezelfde 'leider' die twee weken geleden met zijn activisten het hol van de leeuw binnendrong (het hoofdkwartier van de KGB aan het Leninplein, waar diens standbeeld overigens al een maand niet meer figureert) en er naar eigen zeggen 'belangwekkende documenten' wist buit te maken. Tot groot genoegen van veel jongeren. Om hun gunst wordt nu gestreden. Want die hebben volgens professor Natadze, leider van het Volksfront, een ' gezond wereldbeeld en zijn bereid te werken, te vechten en zich zelfs te offeren voor de patriottische zaak'.

Het is, kortom, Gamsachoerdia die de toon zet. ' Iedereen houdt van Zviad. Ik ook, ' zoals de zestienjarige Sandro het zegt. Zelf is hij (nog) lid van het Volksfront. Maar Zviad is 'de sterke man' weet hij, de leider van de straat. En Gamsachoerdia, die zich naar eigen zeggen spiegelt aan Lincoln, Reagan en Havel, vindt dat fijn. ' Ha, ha, ha, ' lacht hij superieur als je het hem voorhoudt, om daarna klassiek te vervolgen. ' Ik wil helemaal niet in de politiek. Maar ik ben wel gedwongen. Het is nodig voor Georgie.'

Het gaat in Georgie derhalve nog maar om een ding: los van Rusland, nu! In een nieuw unie-verdrag, waar president Gorbatsjov naar streeft, ziet niemand heil. Want, luidt de analyse van Natadze, de Georgiers ' hebben tot voor kort in een despotie geleefd. En dat was erger dan een tyrannie als die van Hitler. In een tyrannie zijn er nog maatschappelijke organisaties en kan de mens dus mens blijven. In een despotie worden ze slaven.'

Russische protectie

Naar de redenering dat het christelijke Georgie, gelet op de islamitische renaissance in het zuiden van de unie en de buurlanden, juist nu misschien weer belang zou kunnen hebben bij enige Russische protectie wil bijna niemand luisteren. Dat Jeltsin nu de leiding heeft in Rusland en zegt te streven naar gelijkwaardige bilaterale betrekkingen, doet daar niets aan af. ' Rusland blijft Rusland, ' aldus Natadze. ' In elke Rus schuilt een theocraat en monarchist.' Het is eigenlijk nog erger: er is volgens professor Natadze sprake van een complot. ' Vijfhonderd jaar geleden wilden de Russen al Constantinopel veroveren en vervolgens het hele Midden Oosten. Dat kunnen ze nu niet meer. Maar de plannen hebben ze nog steeds. Rusland en Turkije zijn al 75 jaar bongenoten tegen Georgie en Armenie (eveneens christelijk en zo ongeveer in oorlog met het islamitische Azerbaidzjan, red.). De islamitische beweging is de natuurlijke bondgenoot van Rusland en het communisme uberhaupt.'

Een aantal politieke partijen weigert om die reden zelfs mee te doen aan de verkiezingen voor de Opperste Sovjet van 28 oktober. Dat parlement kan namelijk slechts een 'koloniaal bezettings-orgaan' zijn dat per definitie moet 'collaboreren' met Moskou, zoals Gia Tsantoeria, de 31-jarige president van de Nationaal Democratische Partij het formuleert. Deze en andere partijen (waaronder de liberale formatie Democratisch Georgie van de filmer en ex-communist Eldar Sjengelia, het Democratische platform in de communistische partij en de speciaal voor invaliden opgerichte Volkspartij) hebben daarom enkele weken geleden hun eigen Congres-verkiezingen georganiseerd. Volgens de organisatoren waarlijk vrije verkiezingen, voor de buitenstaander een wat ludieke aangelegenheid, getuige de afwezigheid van afgesloten stemhokjes en de aanwezigheid van ongenummerde stembiljetten die een voorbijganger als ik zo van de tafels in de kieslokalen kon meenemen.

In deze ambiance is elke politicus verdacht, die nu een wat trager tempo zou willen beijveren, omdat een traditie van eeuwen zich niet in een handomdraai ten goede laat keren. Verdacht, dat wil in het hedendaagse woordgebruik zeggen: een KGB-agent.

En daarvan komen er met de dag meer. Volgens Natadze was de betoging bij het KGB-gebouw het werk van de geheime dienst, ook al voegt hij er meteen aan toe met Gamsachoerdia een ' goede verhouding te hebben'. Volgens de zich 'theo-democraat' noemende Tsantoeria is ook Zviad (' onze kleine duce') zelf een KGB'er, het ' paard van Troje in de nationale beweging'. Een redenering die niet in de laatste plaats gestoeld is op de houding van de Gamsachoerdia tijdens zijn proces in 1977. Kostava werd toen met acht jaar bestraft. Gamsachoerdia kwam na nog geen jaar al weer vrij nadat hij voor de rechter eerst de secretaris van de Amerikaanse ambassade en twee journalisten als aanstichters had aangewezen en vervolgens voor de televisiecamera's zich van zichzelf distantieerde. Volgens Gamsachoerdia op zijn beurt is bijna iedereen die niet bij zijn coalitie der 'Ronde tafel' is aangeschoven een agent van Moskou. Het Volksfront van Natadze is bij voorbeeld helemaal geen oppositie, maar een 'instrument van de communistische partij'. En de partijen die onlangs hun eigen 'gefalsificieerde' Congres-verkiezingen hielden, zijn in zijn ogen al helemaal handlangers van het Kremlin, dat zo een burgeroorlog wil ontketenen.

Jonge knokkers

De gevolgen van deze politieke cultuur laten zich niet alleen voelen in het taalgebruik. Ook op straat manifesteert ze zich. Afgelopen dinsdag kwamen twee aanhangers van Gamsachoerdia om het leven. Ze werden vermoord in het oude huis van Stalins geheimedienstchef Beria, dat nu wordt gebruikt door verschillende anticommunistische organisaties. Ze waren lid van de 'paramilitaire knokploeg' van de Ronde Tafel.

Elke zichzelf respecterende partij houdt er tegenwoordig een eigen ordedienst op na. Gamsachoerdia beschikt over een organisatie van jonge knokkers die zich hebben getooid met de boven alle partijen staande naam van Kostava. Die hadden de laatste weken tot taak om de activisten die op pad waren voor de Congres-verkiezingen te intimideren. Desnoods met geweld. De Congres-partijen op hun beurt hebben zich voorzien van een 'Mchredioni' (ruiterij). Die moet, in de woorden van commandant Dzjeba Joseliani (van beroep trouwens dramaturg), de ordedienst van Gamsachoerdia op gezette tijden 'een lesje leren' en heeft de pretentie de 'kern' te zijn van de nationale garde van het nieuwe en vrije Georgie. Zelfs Natadze, die door zijn tegenstanders consequent als ' niet slecht maar heel dom' wordt gekwalificeerd, ontwijkt het vraagstuk van de gewapende strijd niet meer. Over een eigen militie beschikt hij niet. ' Maar als het moet, dan moet het.'

De consequenties van deze polarisatie binnen de 'patriotische beweging' moeten niet onderschat worden. Al was het maar omdat Georgie, anders dan de drie Baltische republieken, een 'politieke ethiek' mankeert, zoals een ambtenaar van het Georgische ministerie van buitenlandse zaken zegt. ' Tbiblisi is een zwart gat, ' aldus Mamardasjvili. ' We hebben het totalitaire toneel verlaten, maar beschikken nog niet over een normaal burgerlijk leven.'

Er is geen enkele partij meer die de overgang van de oude naar de nieuwe orde nog wil of kan begeleiden. De communistische partij is in diskrediet geraakt. Ze is niet veel meer dan een belangenorganisatie van hen die afhankelijk zijn van de staat. Dat het extra partijcongres van de Georgische communisten onlangs uitsprak dat de partij nu eveneens naar volledige onafhankelijkheid streeft, wordt in brede kring als 'leugenachtig' afgedaan. Het Volksfront is in deze snelkookpan niet in staat geweest de eenheid te bewaren. Vier fracties strijden er om de macht. Alleen dankzij het prestige van Natadze is het nog bij elkaar. Het alternatieve Congres weigert de Opperste Sovjet op voorhand al als legitieme macht te erkennen. Tsantoeria zegt niet uit te zijn op een 'dubbele macht'. Enkele partijen die nu in het Congres zitten, doen volgende week ook mee aan de officiele verkiezingen, omdat zij de parallelle volksvertegenwoordiger in navolging van hun ideoloog Mamardasjvili slechts zien als een 'ideeenmachine'. Maar Tsantoeria eist wel dat het sovjet-parlement als eerste daad zichzelf definieert als 'bezettings-orgaan'. Zo niet, dan zou het Congres zichzelf wel eens als legitieme volksvertegenwoordiger kunnen gaan opwerpen. Hetgeen volgens Mamardasjvili op een 'ramp' zou kunnen uitdraaien. En de luidruchtigste factor, de 'Ronde Tafel' van Gamsachoerdia, is helemaal niet bereid tot enig politiek compromis. ' We gaan alleen regeren als we de meerderheid krijgen. Dan zullen we alle ambtenaren er uit gooien. Zo niet, dan blijven we in de oppositie, ' aldus de leider.

Russische ziekte

In deze ambiance is het niet verwonderlijk dat de angst voor de 'sterke man' snel om zich heen grijpt. Hij heeft ook al een naam: Sjevarnadze, de 'witte vos'. ' God verhoede dat hij terugkomt. Hij is geen trouwe Georgier. Toen Sjevarnadze hier tot 1985 partij-secretaris was, liet hij de zwangere vrouw van een vliegtuigkaper in de gevangenis zelfs onder narcose gedwongen aborteren, ' aldus Natadze. ' Sjevarnadze is de Ceausescu van Georgie, hij wil de nieuwe Stalin worden, ' weet Gamsachoerdia.

Alleen in het Congres wenst men geen voedsel te geven aan de toch al rijkelijk florerende spionitis. ' Wij Georgiers hebben geen sterke man nodig. Dat is een typisch Russische ziekte, ' zegt Tsantoeria. ' Paranoia, ' meent ook Mamardasjvili. ' Sjevarnadze heeft geen hoofdpijn om Georgie. Die wil gewoon carriere maken. Georgie is te klein voor hem geworden.' Volgens de aanhangers van het Congres heeft de dreiging juist een heel ander gezicht: Gamsachoerdia.

Mamardasjvili: ' Je kunt zijn gevaar nauwelijks onderschatten. Hij is een vorm van morele corruptie. In elk ander land zou hij, met zijn dubieuze staat van dienst, uit de politiek zijn gestapt. Gamsachoerdia deed dat niet. Dat bewijst dat de Georgische politieke cultuur ongezond is. Hij is onze Marat (de Franse radicale Jacobijn die in 1789 het begrip 'volksvijand' introduceerde en zo geestelijk vader werd van de plebeische terreur, red.). Van hem wist ook iedereen dat hij een beest was maar niemand zei 't. Iedereen bleef het politieke positiespel spelen. Als Georgie van hem afhangt, van die man die zijn vrienden een voor een bedriegt, zijn we nog jaren bezig.'