Wapenstilstand in onfatsoenlijke oorlog tussen'kunstdirecteurtjes' en 'supermanager'; Haagse kunstwereld wil de vrolijkechaos behouden

DEN HAAG, 20 okt. Na maanden van gestaag groeiende onmin is een conflict tussen de gemeente Den Haag en de kunstinstellingen in deze stad voorlopig bezworen. Beide partijen, de op het Stadhuis als 'pedant' omschreven 'kunstbaasjes' en de volgens hen met dubbele tong sprekende ambtenaren, besloten deze week dat zij zullen proberen tot een nieuwe vorm van samenwerking te komen.

Hans van Westreenen, de directeur van de Koninklijke Schouwburg, toonde zich donderdag gematigd optimistisch: de 'angstvisioenen' die een dag eerder nog werden veroorzaakt door het plan voor een nieuw gemeentelijk cultuurbeleid, hadden plaats gemaakt voor een gevoel van opluchting. 'De tegenpartij heeft geen munitie meer, de kou is uit de lucht', meende hij.

Carel Birnie van het Nederlands Dans Theater was daar minder gerust op, zo liet hij weten. 'Maar ik ben dan ook een vrije vogel. Als zakelijk leider van een gezelschap dat voornamelijk door het rijk wordt gesubsidieerd, behoor ik niet tot de diensthoofden die een berisping riskeren als zij uit de pas lopen met het stadsbestuur.'

De ervaring leert, waarschuwt Birnie, dat men bij de gemeente Den Haag in dit soort aangelegenheden gewend is onbekommerd te jokken. 'Die gewoonte heeft wel iets charmants: zij hoort bij het karakter van dit dorp aan de Noordzee waar wij, dank zij het gebrek aan interesse in kunst, met schelmen- en schavuitenstreken iets tot stand konden brengen. Maar nu willen ze deze vrolijke chaos in ordelijke banen leiden als dat lukt is het voor ons afgelopen.'

De frictie tussen de kunstwereld en de Haagse bestuurders is voor buitenstaanders moeilijk te volgen, maar valt volgens kenners terug te voeren op onderlinge argwaan die voortkomt uit een botsing van culturen. Ditmaal zijn de problemen een gevolg van een ingrijpende reorganisatie van het gemeentelijk apparaat, waartoe enkele jaren geleden de aanzet werd gegeven.

Doel van de operatie is het ambtenarenkorps beter bestuurbaar te maken: 'kostenbewust en mens- en resultaatgericht', zoals het heet in de taal van de hervormers. Een van de besluiten die de gemeenteraad daartoe nam, was de inrichting van een Dienst Kunst en Cultuur, die onder meer het Gemeentearchief, de Koninklijke Schouwburg en de Dienst Schone Kunsten (Gemeentemuseum en Haags Historisch Museum) tot een harmonische eenheid aaneen moest smeden.

Hoewel werd gemeld dat de instellingen in 'het veld' hun zelfstandigheid in belangrijke mate zouden behouden, reageerde de kunstwereld in 1988 met misnoegen. Men voelde zich het slachtoffer van een overval, die zou leiden tot gelijkschakeling en ambtenarij. De toenmalige wethouder van cultuur J. Verduyn Lunel, tot buiten de stad befaamd als de man die de Haagse kunstwereld na jaren van afbraak 'nieuw elan' gaf, deed zelfs een poging de oprichting van de dienst tegen te houden. Tot zijn weinige medestanders behoorde Ans van den Berg, een raadslid van de VVD; het getuigt van politieke souplesse dat zij nu, als Verduyn Lunels opvolger, optreedt als pleitbezorger voor de nieuwe dienst.

Aan het hoofd daarvan moest volgens gemeentesecretaris K. van Beuzekom en directeur organisatie A. Harkes een veldprojektleider komen: een term die een woordvoerder van de gemeente in een onbewaakt ogenblik vertaalde als topmanager, waarna de aan te stellen functionaris elders al gauw als superdirecteur of kunstpaus te boek stond. Van Beuzekom en Harkes stellen nu dat deze aanduidingen, die de emoties bij de instellingen hoog deden oplopen, op een hardnekkig misverstand berusten. 'Wij zijn er kennelijk niet in geslaagd duidelijk te maken, dat deze benamingen een verkeerde indruk geven van onze bedoelingen', zegt Van Beuzekom boetvaardig.

De kandidaten die voor deze functie werden gepolst, versterkten intussen het idee dat het ging om een 'bovenbaas van de kunst', zoals iemand het uitdrukte. Nadat de naam van ex-WVC-medewerker J. Knopper even de ronde had gedaan, viel het oog op J. van der Weiden (directeur van het Museon), die na beraad voor de eer bedankte. De tweede kandidaat was Hans Muiderman, directeur van het Centrum voor Kunstzinnige Vorming dat bezig is te fuseren met de Stedelijke Muziekschool. 'Ik heb even overwogen', aldus Muiderman, 'om het paard van Troje te spelen en, eenmaal binnen, naar eigen inzicht te werk te gaan, maar het was niet duidelijk hoeveel helpers ik mee kon voeren. Binnen tien dagen heb ik nee gezegd.'

Vervolgens werd al snel bekend dat in het geheim gesprekken werden gevoerd met Frits Becht, laatstelijk bekend als directeur van de Stichting Vincent van Gogh 1990. 'Wij dachten dat hij de partijen tot elkaar kon brengen, dat hij kon zorgen voor integratie', zegt Harkes. De praktijk pakte anders uit. 'We zijn buitengewoon boos, we voelen ons belazerd', luidde het commentaar van Van Westreenen, die erop wees dat tegen de afspraak in een nieuwe kandidaat was benaderd.

Hiermee waren, naar zijn idee, 'de grenzen van het fatsoen' overschreden..Wethouder N. Dijkhuizen, veranwoordelijk voor de gemeentelijke reorganisatie, reageerde geprikkeld: tijdens een vergadering van een raadscommissie noemde hij de kritiek van de kunstdirecteuren ondermaats. 'We zoeken een projectleider, dat wij een superdirecteur willen benoemen is gewoon gezeur.'

De tegenpartij had echter aanwijzingen dat de kandidaten salarisschaal 19 in het vooruitzicht werd gesteld: een beloning voor een ambtenaar van wie wordt verwacht dat hij het nodige gewicht in de schaal legt. 'Men is op zoek naar een sterke man die de kunstdirecteurtjes in de hand moet houden', zo luidde eerder deze week de conclusie van Van Westreenen. 'Iets anders kan ik er niet van maken. Je gaat toch niet zomaar een autotelefoon monteren op een fiets?'

Nadat Becht was benaderd, stak hij zijn licht op bij verschillende mensen in de Haagse kunstwereld. Een van degenen die hij om advies vroeg was zijn vriend Rudi Fuchs. 'Ik zei dat ik hem, na een onverhoopte benoeming, tot in lengte van dagen zou blijven bestrijden', vertelt Fuchs. 'Wie die functionaris ook is en of hij nu wordt aangeduid als veldprediker of voor mijn part als admiraal maakt niet uit; waar het me om gaat is dat ik in zo'n post geen perspectief zie.' Kort geleden liet Frits Becht weten dat hij niet beschikbaar is.

Ongeveer tegelijkertijd verscheen het rapport Cultuur en beleid in Den Haag, dat Hans Onno van den Berg van het onderzoeksbureau Cenario op verzoek van de gemeente samenstelde. Hij komt daarin tot de slotsom dat op dit terrein 'chaosmanagement' de voorkeur verdient boven centrale leiding (ook wel aangeduid als 'centrale baas'). Aanbevolen wordt dat de kunstinstellingen door middel van overlegorganen ('platforms') zelf het kunstbeleid bepalen. Deze week is besloten dat, met Harkes als coordinator, deze opzet de komende tijd nader wordt uitgewerkt.

Hiermee is een Dienst Kunst en Cultuur niet van de baan. 'Zoiets is blijkbaar niet tegen te houden', aldus Carel Birnie: 'de begrafenissector gaat samen met de plantsoenendienst, dus kunnen wij niet achterblijven.' Dan, zachter sprekend: 'Mij doet deze dienst denken aan de Cultuurkamer uit de oorlog, maar dat mag ik natuurlijk niet hardop zeggen. Wel mag ik misschien opmerken dat de nieuwe structuur automatisch leidt tot onderlinge spanningen: als straks inplaats van de wethouder de Dienst zegt dat we een procent moeten bezuinigen, breken de Hoekse en Kabeljauwse twisten uit. Maar erger is dat zo'n overkoepelende organisatie niet strookt met de avonturiersgeest die hier heerst.

'Dwars tegen iedereen in hebben het Residentie Orkest en wij een stukje grond veroverd op een ongure plek, waar voor nog geen 50 miljoen een muziektheater is gebouwd. En de helft van dat geld hebben we over de hele wereld zelf bij elkaar geharkt. In dezelfde trant wisten de mensen van De Appel, onder meer door hypotheek op eigen huizen te nemen, indertijd hun theater op te zetten.'

Deze eigenzinnigheid is nog altijd bepalend voor de manier waarop De Appel zijn zaken behartigt. Tijdens mijn bezoek wijst Erik Vos achter het podium op een gat in de muur, dat uitzicht biedt op een ongebruikte school die de groep zonder te wachten op toestemming in gebruik nam als werk- en opslagruimte.

'Wij zijn gewend zelf initiatieven te nemen, we voeren ons eigen beleid', stelt Vos. 'Ik moet er niet aan denken dat we straks te maken krijgen met iemand die wil overleggen over het wc-papier dat we gebruiken. Ik kan me voorstellen dat men wil reorganiseren, maar de kunstsector zou daar buiten moeten blijven: als het ooit nodig is uitzonderingen te maken, is het wel in dit geval.'

In de auto op weg naar Schiphol is Rudi Fuchs dezelfde mening toegedaan. 'Op grond van onze benoeming moeten wij voor onze instellingen het beste nastreven. Dit betekent naar mijn idee dat we moeten oppassen voor een centralistische dienst, want de praktijk leert dat die tot problemen leidt als het over inhoudelijke zaken gaat. Vergeten wordt vaak dat wij werken met een grote dosis hartstocht, die niet is te vergelijken met de passie van (bij voorbeeld) een ingenieur van gemeentewerken. Zodra ik het idee krijg dat ik word geremd, dat ik niet meer autonoom kan handelen en besluiten stap ik op.'

Waar het in Den Haag aan ontbreekt, vindt Fuchs, is een duidelijke cultuurpolitiek. 'Sommigen denken er misschien anders over, maar het zwalkende beleid dat hier wordt gevoerd stemt mij zorgelijk. Hier wordt wat geld weggehaald, daar komt wat bij, maar een visie ontbreekt. Misschien kan je ook niet anders verwachten in een gemeente die twee gezichten heeft: aan de ene kant doet Den Haag zich voor als een plattelandsdorp waar je kunt fietsen in de duinen, aan de andere kant wil het een metropool zijn. De keus moet nog worden gemaakt.'

    • Paul Hellmann