'Waar is in Europa de angst, de afkeer, het verzetgebleven?'

Voor zijn boek 'Why did the heavens not darken?' is de historicus Arno Mayer geroemd en verguisd. Mayer is de controverse dan ook niet uit de weg gegaan: 'Ik ben er de man niet naar om middenposities in te nemen'. Ook niet als hij naar het nieuwe Duitsland kijkt, en naar het willoze Europa dat ligt te genieten van het Duitse succes, terwijl het zich naar de periferie laat schuiven. Een gesprek over de holocaust, over de destructieve kracht van het Europese nationalisme, de Duitse eenwording en de hopeloze toekomst van Midden-Europa, zonder joden.

Arno J. Mayer, historicus te Princeton en auteur van verschillende studiesover de diplomatieke geschiedenis van Europa in de decennia rond deeeuwwisseling, is moe. Hij is net terug uit Parijs, waar de Franse vertalingvan zijn laatste boek, Why did the heavens not darken? The Final Solution in History (over de moord op de Europese joden tijdens deTweede Wereldoorlog), is gepresenteerd.

Mayer rust met zijn hoofd in zijn handen, hangt over de tafel in zijn schaars gemeubileerde werkkamer. 'Ik ben er de man niet naar om middenposities in te nemen', merkt hij op bij wijze van inleiding; overbodig voor iedereen die ooit van zijn werk kennis heeft genomen - fel, uitgesproken en controversieel. Mayer werd 64 jaar geleden geboren in het Groot-Hertogdom Luxemburg, in een joods middenklasse gezin. ' In de vroege morgen van 10 mei 1940, op het moment dat de Nazi-legers Frankrijk en de Lage Landen binnenvielen, vluchtte ons gezin, in een twee-deurs Chevrolet, voor de Duitsers uit. Na lange omzwervingen bereikten we Noord-Afrika, waar we twee maanden gedwongen verbleven in Rabat, het politieke hoofdkwartier van Vichy Frankrijks Marokkaanse protectoraat. Uiteindelijk, in november 1940, kregen we in Casablanca Amerikaanse immigratievisa en illegale transitvisa. Via Tanger, in Spaans Marokko en Lissabon bereikten we begin januari 1941 New York, per SS Serpa Pinto.'

Drie jaar later werd Mayer ingelijfd in het Amerikaanse leger. Wegens zijn kennis van de Duitse taal werd hij ondergebracht bij een onderdeel van de inlichtingendienst. ' Ik had een dubbele opdracht: generaals van de Wehrmacht en Waffen SS ondervragen over de slagorde van het Rode Leger, en helpen bij de recrutering van Duitse wetenschapsmensen die mogelijk een bijdrage zouden kunnen leveren aan de Amerikaanse militaire inspanning tegen de Sovjet-Unie. Ik werd officieel ingeleid in de ironie van de Koude Oorlog nadat ik de strikte order had gekregen nooit de rechtvaardigingen te betwisten die zij aanvoerden voor hun diensten aan het Naziregime.'

Brandoffer

Why did the heavens not darken? is zijn eerste, en naar eigen zeggen laatste boek over de moord op de Europese joden. Het boek maakte onmiddellijk furore; het werd de hemel in geprezen en de grond in geboord.

' Ik had twee redenen om het boek te schrijven', merkt Mayer op, ' ik heb tientallen jaren, in Harvard, Columbia en Princeton, colleges gegeven over de Europese geschiedenis, over 1848, over de Eerste Wereldoorlog, over Versailles, maar ik heb me zelf er nooit toe kunnen zetten vijftig minuten over de moord op de Europese joden te spreken. Dat werd een steeds grotere belasting. Bovendien meende ik dat de geschiedenis van de massamoord aanzienlijk ingewikkelder was dan velen, terecht bezorgd over de herinnering aan de massamoord, ons wilden doen geloven.' Mayer keert zich tegen de toenemende 'cultus van de herdenking', waarin de vernietiging van de joden wordt gereduceerd tot een bovennatuurlijke gebeurtenis, een holocaust, een brandoffer aan God. ' Ik heb geprobeerd de holocaust, of eigenlijk de judeocide, de vernietiging van het Europese jodendom in haar historische context te plaatsen: de grote Europese burgeroorlog van de twintigste eeuw, 1914-45. De judeocide is het sluitstuk van een geweldig drama. Het trauma van de Eerste Wereldoorlog, de nationaal-socialistische contra-revolutie en expansiedrift en de verwoestende kruistocht tegen communistisch Rusland, Operatie Barbarossa.'

Mayer ontkent dat er een rechte en ononderbroken lijn kan worden getrokken, zoals de zogeheten 'intentionalistische' historici doen, tussen Hitlers Mein Kampf en Auschwitz. Hij relateert de judeocide aan het veranderde karakter van het Naziregime en het verloop van de veldtocht tegen Rusland. Het nationaal-socialistisch wereldbeeld was een amalgaam van antisemitisme, sociaal-darwinisme, territoriale expansie en, bovenal, anti-marxisme. De Drang nach Osten was een geo-politieke en racistische dwangmatigheid, volgens Mayer. Zowel de Lebensraum als de vernietiging van het bolsjewisme vereiste de verovering van het door de joodse bolsjewieken geregeerde Rusland. De uitroeiing van het Europese jodendom speelde in deze fantasieen aanvankelijk geen rol, meent hij tegen de gevestigde opvatting in. Pas nadat de Duitse legers vastliepen in de modder voor Moskou en Leningrad, toen bleek dat de oorlog die om politieke redenen niet kon worden beeindigd, niet met militaire middelen kon worden gewonnen, bezegelden de Nazi's het lot van de Europese joden. ' De escalatie en systematisering van de aanval op de joden was geen uitdrukking van een zich verheffende Duitse arrogantie aan de vooravond van de overwinning', concludeert Mayer in Why did the heavens not darken?, ' maar van verbijstering en angst in het zicht van een mogelijke nederlaag.'

Beunhaas

Mayer was ondanks zijn uitgesproken visie op de chronologie en omstandigheden van de judeocide niet verrast door de felle en soms emotionele kritiek op zijn boek. ' Ten eerste zal over de moord op de Europese joden worden gedebatteerd totdat hell freezes over, zoals het heet. Bovendien heb ik me nooit uitputtend beziggehouden met de joodse kwestie, met anti-semitisme of de Duitse geschiedenis, en ik geloof dat van degenen die mijn opvattingen niet deelden, in ieder geval een aantal mij als een beunhaas beschouwde.' Lucy Dawidowicz, auteur van het standaardwerk The war against the jews en uitgesproken exponent van de 'intentionalistische' visie, gooide Mayers opvattingen en die der 'negationisten' (die de gaskamers ontkennen) op een hoop, en typeerde ze als pervers. ' Ik geloof niet in polemiek, wel in kritiek en kritische discussie. Ik respecteer de historische opvattingen van Dawidowicz en gelijkgezinden, maar ik kan er niet mee uit de voeten. Het is een teleologische interpretatie, gebaseerd op een diep gevoelde overtuiging, op geloof. En met geloof is het moeilijk discussieren. Haar reactie is tot op zekere hoogte typerend voor de wijze waarop hier met de Tweede Wereldoorlog en de judeocide wordt omgesprongen. De Amerikanen begrijpen de twintigste eeuw wezenlijk anders dan de Europeanen. Het is voor hen in velerlei opzicht een gouden eeuw geweest. De Verenigde Staten kwamen versterkt uit beide oorlogen tevoorschijn. Het bloedoffer was beperkt; het gewin, in rijkdom en invloed, enorm. Bovendien heeft de joodse gemeenschap in Amerika in de loop der decennia een belangrijk veranderingsproces ondergaan. De traditionele elites van het Amerikaanse jodendom zijn langzamerhand overvleugeld door joden van Midden- en Oosteuropese origine. Zij hebben nauwe culturele en persoonlijke banden met de belangrijkste slachtoffers van de judeocide, met de Ostjuden. Beide omstandigheden hebben de 'cultus van de herdenking' bepaald, de voorgeschreven uniciteit en onaanraakbaarheid van de moord op de Europese joden. De kritische distantie die ik als historicus, en jood van Westeuropese afkomst, heb gepoogd te betrachten wordt niet begrepen, en verworpen.'

Why did the heavens not darken? is een beoordeling van de balans van ideologie en omstandigheid als bepalende factoren voor een ingrijpende historische gebeurtenis: de judeocide. Mayer werkt momenteel aan een vergelijkbaar onderzoek naar de verklaring van de terreur in de Franse en Russische revoluties. Hij heeft de judeocide achter zich gelaten. ' Ik heb een afkeer van wetenschappelijke monomanie. Als je een boek geschreven hebt en je laat het onderwerp van onderzoek niet los, dan word je er uiteindelijk geheel door in beslag genomen, overmeesterd.

' Bovendien ben ik ervan overtuigd dat in de komende jaren origineel materiaal en nieuwe feiten boven tafel zullen komen. Materiaal in de archieven in Polen en de Sovjet-Unie, de brandpunten van de oorlog en de judeocide, zal ons dwingen de geschiedenis te herschrijven. Een jonge generatie onderzoekers zal de verzamelde wetenschappelijke kennis evalueren en tegen het licht houden van de nieuwe informatie. Ik zou het niet eens kunnen. Ik spreek geen Russisch, geen Pools, geen enkele taal van die regio. Ingesleten argumentaties zullen onhoudbaar blijken. De kwestie van de collaboratie, tot nu toe verzwegen of gesimplificeerd, is een goed voorbeeld. Shoah, van Claude Lanzmann, gaat uit van een ongegeneerde collaboratie van de Polen. Het is een ingesleten, gevoelsmatig argument, en geen afstandelijk oordeel op basis van historisch onderzoek. In ieder geval zal de herinterpretatie van de eigen geschiedenis, in Rusland, in Polen, in de Oekraine, Wit-Rusland en de Baltische staten, een frustrerende, pijnlijke onderneming zijn. Ze staat op gespannen voet met de zorg om de nationale eenheid en verbondenheid die in de huidige overgangsperiode vol onzekerheden blijkbaar van groot belang wordt geacht.'

Stuiptrekkingen

Mayers historisch onderzoek is vooral gericht geweest op het Europa van de tweede helft van de negentiende en de eerste helft van de twintigste eeuw. Het was de hoogtijperiode van het moderne nationalisme - het politieke, reactionaire, destructieve nationalisme. ' Het ideologisch vacuum waarin de landen in Midden- en Oost-Europa momenteel verkeren is de beste voedingsbodem voor een wederoplevend nationalisme', meent Mayer. ' Als de euforie van de bevrijding voorbij is, en die is bijna voorbij, zullen de Oosteuropeanen de spanningen, de kosten en de stuiptrekkingen gewaar worden waarmee de hervorming van hun samenleving gepaard gaat. Geen van de nieuwe regimes kan het, in een situatie van volledig ideologisch bankroet, zonder een beroep op nationalistisch sentimenten stellen. In een tijdsgewricht van spanning en onzekerheden is ideologie bij uitstek het instrument van mobilisatie en controle. En er is weinig voorhanden. Als blijkt dat het democratisch gedachtengoed, hoe innig de regeerders het ook omhelzen, minder vruchtbaar is dan in de eerste enthousiaste ogenblikken werd verwacht, rest weinig anders dan het voorspelbare idee van het belang van de natie. En op het moment dat je dat doet, dan stap je op degenen die zichzelf niet beschouwen als een deel van die natie. Nationalisme is een ambivalent fenomeen natuurlijk, maar in Oost-Europa bestaat de neiging de verschrikkingen te vergeten die zijn bedreven in de naam van de natie en het nationalisme. Verschrikkingen die ze hebben begaan en ondergaan.

' De communistische regimes zijn kunstmatige constructies geweest, altijd. Ze zijn het produkt van Stalins obsessie voor een derde opmars vanuit het westen, zijn wanhoop over de zwakheid van Rusland. Stalin was de keizer die ten koste van alles trachtte te voorkomen dat anderen zagen dat hij naakt was. Het is een raadsel dat het westen volhardde in de misvatting over de macht van de Sovjet-Unie. Rusland was volstrekt uitgeput, daar ben ik van overtuigd. Het stond aan de rand van de afgrond, een duimbreed verwijderd van de ondergang. De stalinistische gelijkschakeling heeft een destructieve invloed op de Oosteuropese samenlevingen gehad. In Polen zijn onder Duitse en Russische overheersing zowel de joden als het grootste deel van de nationale economische elite vernietigd - de twee elementen die de 'modernisatie' van Polen in de negentiende eeuw hebben gerealiseerd. Ooit zullen de Polen, dat weet ik zeker, zich achter de oren krabben en verzuchten ' waren de joden er nog maar'. Ik zeg niet dat de joden de sleutel tot economische voorspoed zijn, onzin natuurlijk, maar ze hadden ongetwijfeld behoord tot die maatschappelijke groepen, die onder de huidige omstandigheden in dit deel van Europa een economische motorfunctie zouden hebben vervuld. De geschiedenis van het Oosteuropese jodendom, van de Ostjuden, is voorbij.'

De ontwikkelingen in de Sovjet-Unie en de voormalige communistische staten worden volstrekt overschaduwd, overbelast door onbekendheden - door de 'pathos of novelty', citeert Mayer Hannah Arendt. Er is geen precedent, alleen het vooruitzicht van enorme spanningen en instabiliteit. Is Mayers grote Europese burgeroorlog van de twintigste eeuw al voorbij?

' Ik geloof, net als iedereen, dat het Sovjet-systeem in duigen ligt, maar ik meen ook dat grootmachten niet eenvoudig ineenstorten, ten onder gaan en verdwijnen. Er zal sprake zijn van een dernier sursous, een laatste oprisping. Ik weet niet welke gedaante ze zal aannemen; ik zeg niet dat deze alleen in militaire termen kan worden begrepen, Maar de Oosteuropeanen dragen een enorme bagage mee, in politiek, economisch, sociaal, cultureel, etnisch. En die last is altijd onzichtbaar geweest achter de camouflage van de Koude Oorlog.'

Republiek van Weimar

Mayer verbaast zich over de combinatie van enthousiasme en gelatenheid waarmee de meeste Westeuropeanen de belangrijkste veranderingen op het continent aanzien; de geleidelijke desintegratie van de Sovjet-Unie en de onverwachte eenwording van Duitsland bejegenen. Waar is de angst, de afkeer, het verzet? ' Vergeef me de male chauvinist phrase die zegt dat de vrouw nadat ze is verkracht, op haar rug gaat liggen om er van te genieten. Maar dat geeft ongeveer de houding van Europa aan jegens het verenigde Duitsland: op de rug liggen en ervan genieten. Materieel succes is de maat van alle dingen geworden. De legitimiteit van de Bondsrepubliek, en van de Duitse eenwording is bepaald door het Wirtschaftswunder. Ze is in eerste instantie gebaseerd op economisch succes, op niets anders. En dat houdt een keer op.'

En andere bronnen van legitimiteit: burgerlijke vrijheden, parlementaire democratie wellicht?

' Natuurlijk, maar in een periode van vrijwel constante economische groei, Alice in Wonderland, waarin de Koude Oorlog alle wezenlijke tegenstellingen ondergeschikt maakte aan het conflict tussen Oost en West, is die parlementaire democratie nooit aan een echte test onderworpen geweest. De Republiek van Weimar is ten onder gegaan omdat het democratische politieke systeem, nieuw en fragiel, nooit de kans heeft gekregen zich te ontplooien. Het werd ondermijnd en platgedrukt door economische crisis en onzekerheid.

' Ik begrijp niet waarom Europa passief toeziet hoe Duitsland haar traditionele machtspositie, in het midden van het continent, weer inneemt. Mij lijkt het dat Duitsland het recht heeft verspeeld te doen wat het goeddunkt met dit Land der Mitte. Het Mitte is het centrum. Vanuit het centrum is de rest periferie. En uiteindelijk beschouwt Duitsland de landen in Midden- en Oost-Europa als de periferie. De invloed van het nieuwe Duitsland wordt gedragen door zijn economisch potentieel. Er is geen aanleiding en geen noodzaak voor militaire of politieke expansie. De reikwijdte van de economische macht voldoet. En waarom niet? In het Duitse rijk, voor 1914, riepen verlichte conservatieven reeds op de militaire dimensie van de buitenlandse politiek te verminderen. De enorme economische vitaliteit zou voldoende draagkracht bieden aan een hegemoniale positie in Europa. Het lijkt erop dat ze nu, voor het eerst, gelijk krijgen. Toen de Poolse premier Tadeusz Mazowiecki eind mei Parijs bezocht, jubelden de gesprekspartners over de traditionele banden tussen Polen en Frankrijk en werd een gezamenlijke commissie ingesteld die de mogelijkheden van een uitbreiding van de economische contacten zou onderzoeken. Op dat moment hadden Duitse bedrijven al tien maal meer kapitaal geinvesteerd in de Poolse economie dan hun Franse tegenhangers.'

' De logica van de situatie', Mayer haalt Karl Popper aan, ' bepaalt dat Duitsland zich oostwaarts richt.'