Vuilverwerkers brengen handboek uit; Binnenkort zelf afvalverbranden

De Veabrin is de vereniging van exploitanten van afvalverbrandingsinstallaties in Nederland. Het is een bescheiden organisatie die vijf jaar geleden werd opgericht en tijdens zijn gloriedagen twaalf leden telde: dat waren de exploitanten van alle in bedrijf zijnde AVI's afvalverbrandingsinstallaties minus een: Amsterdam-Noord. Amsterdam deed niet mee en de bedrijfsinstallaties van Philips en Parenco trouwens ook niet. Wel, in volgorde van afnemende vuildoorzet: Rozenburg (AVR), Rotterdam, Den Haag, Arnhem (Duiven), Dordrecht, Alkmaar, Zaanstad, Leiden, Nijmegen (Beuningen), Leeuwarden en de particuliere installatie van Roosendaal.

De Veabrin heeft de wind niet meegehad. In de zomer van 1989 werd bekend dat de AVR van Rozenburg het melkvee aan de overkant van de Waterweg met teveel dioxine opzadelde. De AVR kon niet gemist worden, dat was simpel, maar in de maanden erna sloten achtereenvolgens de AVI's van Alkmaar, Zaanstad, Leiden en Leeuwarden: teveel dioxine uit de pijp of in de melk. Toen had de Veabrin nog maar acht actieve leden.

't Zijn gelukkig de kleinere AVI's die dichtgingen', zegt Veabrin-secretaris mr. A. Cardon opgewekt. 'Maar inderdaad: we zijn een vereniging van niks.' Toch ziet de toekomst van de Veabrin er niet gek uit, zolang Nederland vasthoudt aan de vermaarde motie Lansinks waarin werd uitgesproken dat, als preventie, hergebruik en nuttige toepassing zijn uitgeput, verbranden de voorkeur heeft boven storten.

Om te beginnen gaat de verbrandingsinstallatie van Alkmaar zeer waarschijnlijk weer open. Besloten is de oude AVI toch nog met een nieuwe (droge) rookgasreiniging uit te rusten. Wat er met Leeuwarden en Zaanstad gaat gebeuren, is ook Cardon nog niet duidelijk ('alles hangt af van een directeur en een wethouder'), maar in Leiden ziet hij wel 'een beetje lucht' komen. Meer wil hij daarover niet kwijt.

Dat is deel een van het goede nieuws. Deel twee is dat de bouw is tegemoet te zien van zeker tien nieuwe installaties. In Amsterdam-West is die bouw al begonnen en VAM en IJsselmij (Vamij) hebben de MER-fase voor de bouw van een AVI bij Wijster afgesloten en zijn, in afwachting van een vergunning, met de engineering begonnen. Van de vierduizend bezwaarschriften verwacht men geen moeilijkheden. Den Haag en Alkmaar zijn volop bezig met het milieu-effect rapport. Minder ver gevorderd zijn de plannen voor een verdubbeling van de AVI in Nijmegen, en plannen voor AVI-nieuwbouw door de PGEM (midden Nederland), de PNEM (Moerdijk), de RAZOB (Eindhoven), de PLEM (Buggenum) en de OLAF (Leeuwarden). Maar dat ze nieuwe AVI's neer gaan zetten lijkt buiten kijf.

Tot slot krijgt ook de wetenschappelijke onderbouwing van vuilverbranding steeds meer vorm. Het ECN in Petten onderzoekt de mogelijkheden om vliegas en slakken zo te inertiseren dat ze niet langer als gevaarlijk chemisch afval hoeven te worden behandeld. De Kema in Arnhem bekijkt, met ingenieursbureau Witteveen + Bos, de invloed van de vuilsamenstelling op de verbranding en onderzoekt de mogelijkheid om meer energie uit het afval te winnen dan nu gebeurt. TNO in Apeldoorn standaardiseerde de dioxine-meting in de rookgassen en maakte bovendien net vorige week bekend dat zij, met financiele steun van de NOVEM, rekenmodellen gaat ontwikkelen om tot een beter ontwerp van vuurhaarden en rookgasafvoersystemen te komen. Men denkt er zeker vijf jaar mee bezig te zijn.

Een ding staat vast: zolang er geen nieuwe motie Lansink komt waarin, gezien de sterk gestegen verbrandingskosten, juist weer de voorkeur gegeven wordt aan storten boven verbranden, zal de techniek van het vuilverbranden in de belangstelling blijven. Daarom is het zo aardig dat de Veabrin zojuist een handboek heeft uitgegeven waarin bouw en functioneren van moderne AVI's tot in detail uit de doeken wordt gedaan. Het is bedoeld voor intern gebruik, de oplage is maar duizend stuks, maar ook de buitenstaander vindt in het rijk geillustreerde werk veel aantrekkelijks.

'De AVI die het laatst is gereed gekomen is de ARN van Nijmegen', zegt Cardon. 'Toen die af was vroegen we ons af: waarom is het juist zo gedaan? We hebben nog steeds niet een helder concept. Je kunt milieuhygiene het zwaarst laten wegen, maar ook energieterugwinning, of de bedrijfseconomie.'

In het handboek worden de verschillende mogelijkheden en hun consequenties besproken. Tussen de regels leest men dat de 'mechanische voorscheiding', waartoe destijds bij het ontwerp van de ARN was besloten en die het bedrijf nu laat zitten met een zeer plastic houdende natte fractie die bijna niemand hebben wil, tegenwoordig weinig aanhangers meer heeft. Alleen scheiding aan de bron heeft het gewenste effect: verhoging van de verbrandingswaarde van het vuil.

Op bladzijde 33 roept de Veabrin haar toekomstige leden op bij nieuwbouw ook eens op het uiterlijk van de AVI's te letten. Nu zijn ze hier nogrecht-toe-recht-aan, en meestal zwart en grijs. In Frankrijk en de VS zijn het architectonische hoogstandjes.

Het 'Handboek Kwaliteitsbeheersing Afvalverbranding 1990' is te bestellen bij het secretariaat van de Veabrin, Coolsingel 6, 3011 AD Rotterdam. Prijs fl.85.-, studenten fl.45.-

    • Karel Knip