Voor Latijns-Amerika is Golf-conflict 'olie-oorlog'

LIMA, 20 okt. De 'Olie-oorlog', zo luidde tijden lang in een van de Latijns-Amerikaanse kranten de verzamelkop boven de pagina met berichten over de crisis in de Golf. Hoe onjuist de samenstellende delen van deze betiteling van het conflict ook mogen zijn, zij geven exact aan waar het in de Golf om draait. Althans, in de Latijns-Amerikaanse optiek.

Niet zozeer de agressie van de Iraakse leider Saddam Hussein tegen Koetweit, een mogelijke oorlog met chemische wapens, of in elk geval de zeer ernstige en jarenlange verstoring van de verhoudingen in het Midden-Oosten, maar vooral de gevolgen van de crisis voor de internationale oliemarkt hebben de aandacht van Latijns-Amerika voor het conflict dwingend opgeeist. In een paar maanden tijd zagen ontwikkelingslanden in Midden- en Zuid-Amerika hun toch al weinig rooskleurige handelsbalans danig ontregeld door de verdubbeling van de olieprijzen.

Maar olieproducerende landen in de regio, zoals Mexico en OPEC-leden Ecuador en Venezuela zijn uiteraard content met de andere kant van de medaille. De extra inkomsten ter waarde van zeventig miljoen dollar over de afgelopen maand hebben de regering in Quito voor het luxe probleem geplaatst een passende bestemming te zoeken voor deze onverwachte revenuen. Vermoedelijk zal het geld worden gebruikt om de onderhandelingen over de herschikking van Ecuadors 11,2 miljard dollar grote schuld op gang te brengen.

Nabuurschap

Mexico en Venezuela spinnen ook politiek garen bij de 'Olie-oorlog'. Vrijwel onmiddellijk nadat de Amerikaanse president Bush en andere Westerse leiders Saddam onder druk hadden gezet, draaiden Mexico-Stad en Caracas op verzoek van Washington de oliekrainen verder open om het wegvallen van Iraakse en Koeweitse olie te compenseren. Deze daad van goed nabuurschap in een regio waar de verhouding tussen Uncle Sam en de meer radicale van zijn spaanstalige neefjes regelmatig tot spanningen leidt, hebben de 'notoire dwarsliggers' als president Carlos Salinas de Gortari van Mexico en zijn Venezolaanse collega Carlos Andres Perez duidelijk punten opgeleverd in het Witte Huis.

Caracas ziet bovendien in de Golfcrisis een mogelijkheid om een gooi te doen naar het informele leiderschap van Latijns-Amerika. Daarbij wil Perez de rol van de door de Verenigde Staten gedomineerde Organisatie van Amerikaanse Staten in de regio terugdringen. Maar op de vorige week gehouden topconferentie van Latijns-Amerikaanse staatshoofden werd althans naar buiten toe met geen woord gerept over de problemen in de Golf, laat staan dat de presidenten een gezamenlijk standpunt in het conflict innamen.

Goede zaken

De gevolgen van de Golfcrisis voor Latijns-Amerika verschillen daarvoor ook te veel van land tot land en bovendien lopen de belangen navenant uiteen. Terwijl het vrijwel bankroete Argentinie twee oorlogsbodems naar de Golf heeft gezonden en het nauwgezet met Washington in de pas lopende Honduras 150 militairen aan de internationale strijdmacht in de Golf heeft afgestaan, worden in het relatief welvarende Chili naar verluidt goede zaken gedaan met de nieuwe gezamenlijke vijand van Oost en West: Saddam Hussein.

Deze week onthulde de Chileense krant La Epoca in navolging van het Britse dagblad The Independent het bestaan van onderhandelingen tussen de Chileense particuliere wapenfabrikant Carlos Cardoen en Libie voor de levering van zogenoemde Fuel Air Explosives, bommen met een aan kernwapens gelijke vernietigingskracht. Hoewel de firma Cardoen groot geworden met wereldwijde leveranties tijdens de dictatuur van generaal Pinochet bevestigde bezig te zijn met proefnemingen in de Noordchileense woestijn, ontkende men de onderhandelingen met kolonel Gaddafi, die volgens The Independent als stroman zou fungeren voor Saddam Hussein.

De onthullingen in het christen-democratische La Epoca hebben de regering van president Patricio Aylwin in grote verlegenheid gebracht. Eerder werd Santiago opgeschrikt door de mysterieuze dood van een Britse luchtvaartjournalist die op het spoor zou zijn gekomen van onderhandelingen tussen Cardoen en Irak over de levering van geavanceerde aanvalshelikopters.

De regering-Aylwin moet in deze kwesties uiterst behoedzaam opereren. Cardoen geniet aanzienlijke bescherming van het Chileense militaire apparaat, dat nog slechts een half jaar geleden de macht heeft overgedragen aan de huidige burgerregering en uit de kazernes haar verrichtingen argwanend volgt.

Maar de druk op Chili door landen als Argentinie en Brazilie om het Zuidamerikaanse front tegen Saddam niet te doorbreken is groot. Met name Brazilie heeft zwaar te lijden van de naleving van het handelsembargo tegen handelspartner Irak. De staatsoliemaatschappij Petrobras heeft al gewaarschuwd dat rantsoenering van benzine uiteindelijk onvermijdelijk zal zijn. In de rij staan voor de pomp: dan mag je in Latijns-Amerika gerust van een 'Olie-oorlog' spreken.

    • Reinoud Roscam Abbing