Verzoek tot uitstel Kasparov zorgt voor onrust bijpubliek

NEW YORK, 20 okt. De vijfde matchpartij tussen Kasparov en Karpov, die gisteren gespeeld zou worden, is op verzoek van Kasparov uitgesteld tot maandag. De stand blijft dus 2,5-1,5 voor Kasparov. Op een bandje dat je op kan bellen om het laatste nieuws over de match te horen, meldde een van de organisatoren het met radeloze wanhoop. Hij begreep niet waarom Kasparov het gedaan had, die stond voor, alles ging goed, misschien was hij ziek. Het was duidelijk dat de man bang was voor klachten van het publiek, en terecht.

De Newyorkers werken hard, velen kunnen alleen op vrijdagavond komen en nu zijn ze al twee keer achter elkaar teleurgesteld. Het gaat ook wel erg langzaam. In een interview in The European vertelde Kasparov vorige week weer eens dat hij het imago van het schaken wil veranderen. Het publiek moest gaan beseffen dat schaken geen spel voor intellectuelen was, maar voor krachtige mannen, die er in een bloeddorstig gevecht op uit waren elkaar geestelijk te vernietigen. Als hij toch het een en ander gaat veranderen zou hij kunnen overwegen de strijd om het wereldkampioenschap iets te versnellen. Het is voor het beeld van deze krachtmensen niet goed als het publiek het idee heeft dat ze na twee partijen in anderhalve week al uitgeput in de ziekenboeg liggen.

Koorddanser

Misschien was het tijd voor bezinning voor Kasparov. Hij staat voor, dat is waar, maar niet alles gaat goed. De bewondering voor zijn adembenemende avonturen kan niet doen vergeten dat hij met wat minder geluk een punt achter had kunnen staan. Als een koorddanser bereikte hij in de vierde partij nog net veilig de overkant en toen hij omkeek moet hij geschrokken zijn van de diepte van het ravijn dat onder hem lag.

In bepaalde opzichten is Kasparov superieur. In de opening en als er een duidelijke strategische lijn in de partij is. Er zijn ook partijgedeeltes waarin Karpov beter speelt. Het is moeilijk aan te geven waar dat aan ligt. Kasparov heeft het eens zo uitgedrukt: 'Van mij kunnen schakers iets leren. Ze kunnen proberen mij na te volgen door mijn methodes toe te passen. Maar Karpov kan niet worden nagevolgd, zijn methodes zijn alleen voor hem zelf geschikt.'

Ik vertrek uit New York, teleurgesteld doordat ik slechts vier partijen zag, maar dankbaar voor de bijzondere dingen die daarin vertoond werden en voor de werkelijk uitstekende organisatie van deze Newyorkse helft van de match. In het begin was het even wennen dat op de televisie en in de kranten de schakers steeds als een stel zonderlingen werden beschreven. Alsof de bond van science-fiction freaks en de vereniging van mensen met een te hoog IQ samen een vergadering hebben belegd, schreef de Washington Post gisteren nog. Als er zo over schakers wordt gedacht zal de organisatie wel een bende zijn, dacht ik eerst, maar dat had ik mis.

Alles is er aan gedaan om het pers en publiek in tal van verschillende zalen zoveel mogelijk naar de zin te maken. De kaartjes zijn duur naar onze maatstaven, maar dat ziet men hier anders. De organisatie kost vele miljoenen en als een beroemd musicus een serie concerten geeft, wordt ook niet verwacht dat iedereen er gratis bij mag zijn.

Computermuis

Er is een nieuw technisch snufje toegepast dat mij stof tot nadenken gaf. Op het grote televisiescherm boven het podium, waarop het publiek de stelling ziet, kan de commentator met een computermuis de velden aangeven waar hij over praat. Er verschijnt een lichtend ringetje op het veld. Als je geen koptelefoon hebt en alleen de opeenvolging van ringetjes bekijkt, kan je toch binnen tien minuten een goed beeld krijgen van de kennis, de inzichten en de stijl van de commentator. Ik dacht aan het idee van Bronstein om de ruimtevaartuigen die het heelal verkennen een paar schaakpartijen mee te geven. Dat was volgens hem de beste manier om met buitenaardse intelligenties te communiceren. Ik vond dat altijd wat overdreven, maar nu ging ik er anders over denken. Tien aangegeven velden kunnen gecodeerd worden in een kort rijtje van tien getallen en dat rijtje is genoeg om te zien met wat voor commentator je te doen hebt. Zijn klasse, zijn karakter. Er is misschien geen ander vak waar dat zo eenvoudig kan.

Op de eerste dag floepten de ringetjes in een chaotische opeenvolging over het bord. Ze hadden me niets te vertellen. Later bleek dat het commentaar geleverd was door een schrijver van beginnersboekjes. Op de tweede speeldag keek ik naar de stelling van het diagram. Er verscheen een ringetje op f3, toen op h4, even later op a3 en daarna op e3. Ik hoorde de commentator niet, maar ik wist waarover hij sprak. Hij had het over Kuala Lumpur en de match tussen Karpov en Timman. Ik wist ook dat ik bij hem in veilige handen was, en dat klopte, want het bleek Seirawan te zijn.