Tumult in hoorspel over antropologie

Morgenavond begint de TROS op Radio 4 met de hoorspelserie De antropologen, geschreven door Gerrit-Jan Zwier. Achtereenvolgens maakt de huiskamer kennis met vier beroemde cultureel-antropologen: Bronislaw Malinowski, Ruth Benedict, Claude Levi-Strauss en Margaret Mead. De serie richt zich vooral op het baanbrekende veldwerk dat de vier onderzoekers hebben verricht in de jaren twintig en dertig. Veldwerk het gedurende lange tijd verblijven bij een stam of bevolkingsgroep was en is een hachelijke onderneming. De antropoloog wordt abrupt afgesneden van zijn eigen vertrouwde achtergrond, hij krijgt te kampen met aanpassingsmoeilijkheden, taalbarrieres, inboorlingen die zich niet willen neerleggen bij hun nieuwe rol als studieobject, en al snel is er nog maar een vraag die de vertwijfelde antropoloog door het hoofd bonkt: Wat heb ik hier in godsnaam te zoeken?

Een aanlokkelijk onderwerp voor een dramatisch hoorspel, zou je zeggen. Maar er is een probleem: hoe moet een wanhopige veldwerker worden weergegeven in geluidsvorm? De inboorlingen onder wie hij verkeert zijn immers niet te verstaan, en dat geldt ook voor hemzelf, moeizaam hakkelend uit de notities in zijn kladblok. Hooguit kun je hem laten zuchten en steunen in zijn eenzame tentje, maar dat strookt weer niet met de 'speciale kennisoverdracht' die regisseur Sylvia Liefrinck bij het maken van de serie voor ogen stond.

Discussie

Zwier koos dan ook voor een andere, meer 'hedendaagse' benadering. Malinowski laat hij bespreken door een groepje Nederlandse studenten in de antropologie, Levi-Strauss raakt verzeild op een expositie in Parijs waar hij door een journaliste aan de tand wordt gevoeld, en Margaret Mead is het onderwerp van een verhitte discussie tijdens een Amerikaanse televisie-show. Benedict, ten slotte, maakt in gezelschap van Mead een lange treinreis door Amerika. Al die handeling wordt afgewisseld met lange fragmenten uit de dagboeken van de antropologen waarin ze zich onverbloemd uitspreken over hun veldwerk. En zo komen alle vier alsnog tot een 'herkenbare confrontatie met zichzelf, hun verlangens en angsten', zoals Liefrinck het formuleert in een begeleidende brochure.

Tijdens het luisteren naar de serie blijkt dat de antropologen ook nog tot een andere confrontatie komen. De confrontatie namelijk met een reeks uiterst sullige en hinderlijke bijfiguren. Of het nu de studenten uit de werkgroep zijn, de bezoekers van de expositie of de aanwezigen bij de televisie-show, steeds vallen ze op door hun flauwe grapjes, gekuch, gehinnik, storend gefluister, geklets, gejoel, griezelig keurige stemmen, en bovenal de niet-begrijpende, bijna neerbuigende manier waarmee ze de vier antropologen en hun dagboeken tegemoettreden. Zo vinden de zelfovertuigde studenten Malinowski maar 'een racist', 'een ordinaire carrieremaker', 'iemand zo hypocriet als de pest'.

De twee ergerlijkste types zijn de journaliste die Levi-Strauss lastig valt en de vrouw Dizzy O'Conner genaamd die de televisie-show leidt. Neem het begin van het hoorspel over Levi-Strauss: klassieke muziek, telefoongerinkel, en daar krijgt de vooraanstaande structuralist de journaliste aan de lijn. Ze vertelt dat ze Het trieste der tropen zo'n 'fantastisch en vooral menselijk boek' vindt. Of ze er ook 'een gesprekje' over mag komen voeren? Levi-Strauss zet de muziek zacht en zegt knorrig: 'Nee, u kunt alles in mijn boek lezen, daar heb ik niets aan toe te voegen.' Dat zint de journaliste niet ('Ik ben van de Figaro, wat denkt u wel!') en ze zal Levi-Strauss een heel uur lang hardnekkig voor de voeten lopen.

Dizzy O'Conner maakt het helemaal bont tijdens de show waarin twee hoogleraren over Mead discussieren. Met uitroepen als 'Bingo, bingo, u krijgt er tien punten bij' verandert ze het gesprek in een potje tobbedansen dat de mannen uiteindelijk in onderling geruzie doet uitbarsten.

Verscheidenheid

Maar gelukkig komen de vier antropologen ongeschonden en zegevierend te voorschijn uit al het onbenullige tumult. Via de prachtige fragmenten uit hun dagboeken leert de luisteraar hen kennen als diepzinnige, erudiete en boeiende persoonlijkheden. Ook de volkeren waar het veldwerk werd verricht komen in al hun vaak mysterieuze verscheidenheid goed tot hun recht: de Trobrianders van Malinowski, de Zuni-Indianen van Benedict, de Bororo en Nambikwara van Levi-Strauss, en de bewoners van Samoa die Margaret Mead bestudeerde. Dit informatieve aspect van de serie is zonder twijfel bekwaam uitgewerkt.

En dan is daar nog het geluidsdecor, waarvan gezegd kan worden dat het volledig beantwoordt aan klassieke hoorspel-maatstaven. Zo zijn de fragmenten uit de dagboeken opgeluisterd met tromgeroffel, exotisch gezang, zoemende insekten, ruisend regenwater en schreeuwende papegaaien. Als Malinowski een overpeinzing begint over ziekte, dood en de noodzaak van lichaamsbeweging, klinkt het zachtjes op de achtergrond: 'Links, rechts, langzaam omhoog, een, twee, drie voeten op de grond.'

'De Antropologen', zo. 21 en 28 okt. en zo. 4 en 11 nov., TROS Radio 4, 23.00-24.00 uur.

Margaret Mead in 1954 op de Admiralty Islands

Foto AP