Stemmingmakerij in failliet Leningrad

LENINGRAD, okt. 'Er komt geen hongersnood in Leningrad deze winter en het moet afgelopen zijn met de stemmingmakerij en paniekzaaierij', zegt Marina Salier, lid van de Lensovjet (de sovjet gemeenteraad van Leningrad) en voorzitter van de commissie voor voedselvoorziening, en ze steekt een nieuwe sigaret op.

Begin dit jaar, bij onze eerste kennismaking, gaf ze de communisten nog een half jaar en voorspelde binnenkort in het Mariinski-paleis te zullen zetelen. Dat leek me toen rijkelijk voorbarig. Inmiddels heeft de Lensovjet het paleis, in 1844 gebouwd voor groothertogin Maria, de dochter van Nicolaas I, betrokken en is de geologe Salier beroepspolitica geworden.

Het valt haar niet mee. Leningrad is er beroerd aan toe. De prachtige facade van Peter de Grote's creatie aan de Neva staat instorten. Na het invallen van de schemering, als door amper verlichte straten duistere schimmen langsschieten en een enkele auto de nachtelijke stilte verstoort, waan je je terug in de tijd van Dostojevski of in de Tweede Wereldoorlog.

De Lensovjet heeft een failliete boedel geerfd en de communisten, onder leiding van Leningrads partijleider Boris Gidaspov, nog steeds zetelend in het Smolny-instituut voor adellijke meisjes, kunnen een zeker leedvermaak niet onderdrukken.

De partijkrant Leningradskaja Pravda, zeggen vrienden, wijst dagelijks meesmuilend op de winkels die steeds leger worden en op het democratische gestuntel van de nieuwe gemeenteraad. Maar ook de sterke man van Leningrad, burgemeester Anatoli Sobtsjak, ontploft bijkans van woede wanneer de vergaderingen van de onervaren Lensovjet weer eens verzanden in zinloze proceduredebatten.

Sobtsjak jurist, scherpe tong, rijkelijk arrogant voorkomen is zeer geliefd bij de Leningraders, terwijl de populariteit van de nieuw gekozen gemeenteraad na de eerste slepende zittingen catastrofaal is gedaald. Veel gemeenteraadsleden beschuldigen Sobtsjak op hun beurt van dictatoriale neigingen, een verwijt dat de jurist in de tijd dat hij in Moskou nog parlementslid was Gorbatsjov vaak naar het hoofd geslingerd heeft.

Sobtsjak heeft, in de persoon van Bella Koerkova, de presentatrice van het populaire tv-programma Het vijfde wiel, een kritiekloze aanbidder. In feite kan hij het programma vrijelijk voor zijn eigen doeleinden gebruiken en spaart hij ook op de televisie zijn gemeenteraad niet. Sobtsjak is unfair, vindt Salier, want wat had hij anders kunnen verwachten in dit politiek onervaren land?

De tweede zitting van de Lensovjet is al veel beter dan de eerste, toen de machtsverhoudingen tussen de verschillende fracties nog niet waren uitgekristalliseerd. 'Sobtsjak vindt de Lensovjet incompetent. Hij heeft gelijk, maar in plaats van tegen ze te schreeuwen moet hij er zorg voor dragen dat het beter gaat.'

Pag.5: Vervolg

De Lensovjet heeft deze week in ieder geval een eerste succes behaald: de bouw van de fel omstreden stuwdam in de Finse Golf is stopgezet. Het miljoenenproject, bedoeld om overstromingen van de Neva tegen te gaan, heeft catastrofale gevolgen voor het milieu: de Finse Golf sterft biologisch af.

De Leningraders beginnen ondertussen hun belangstelling voor politiek weer rap te verliezen. Ze praten nog slechts over de winkels. Waar zijn de lucifers gebleven en waar zijn vandaag nog aardappels te koop? Op de beroemde Nevski prospekt staan mensen in de rij voor bleke, broodmagere kippen (1,75 roebel per kilo, twee kippen per persoon). Ze zwaaien met hun paspoort of met hun 'visitekaartje', een persoonsbewijs dat stadsbewoners het recht geeft schaarse produkten te kopen. 'Ik eet al wekenlang niks anders dan kip, ' lacht Salier, 'maar vergis je niet, de gemiddelde ijskast van de Leningrader is ondanks alles nog gevuld.' Deze paradox valt te verklaren uit het specifieke van een schaarste-economie. Het zijn niet de winkels waar mensen hun voedsel vandaan halen, maar de connecties. Toch wil zij niet ontkennen dat de voedselsituatie heel kritiek is. De noodvoorraden suiker zijn op bevel van hogerhand naar Moskou getransporteerd en pas na scherpe protesten van Sobtsjak is deze diefstal stopgezet. Ook met de aardappelen en groenten is het somber gesteld. 'Honger zal er niet zijn, maar keus ook niet, ' constateert Salier laconiek.

Er is nog iets waar de Leningraders, opgegroeid met de herinnering aan de Duitse blokkade van 1941, zich zorgen over maken: de komende koude winter. Ook hier, zegt Salier, zijn de zorgen ongegrond. Er is voldoende brandstof om de kachels gloeiend te houden. Ironisch genoeg heeft Sobtsjak de angst voor de winter zelf aangewakkerd met een onschuldig, hoewel wat giftig bedoelde opmerking. Sprekend over de jaarlijkse parade van de Oktoberrevolutie adviseerde hij de Leningraders niet aan de demonstratie deel te nemen en dit jaar rustig thuis te blijven. Ze zouden er beter aan doen hun tijd nuttig te besteden door bijvoorbeeld de ramen te isoleren in verband met de komende koude winter.

De bevolking schrok zich dood en zag er een aanwijzing in dat de centrale verwarming dit jaar uit zou blijven. De partijpers reageerde heel anders, namelijk diep gekrenkt. Waarom wil Sobtsjak de mensen een feestje afnemen en trouwens, wat te doen als je je ramen al hebt geisoleerd?

Salier heeft net een succes behaald in de gemeenteraad. Haar voorstellen voor een voedselprogramma zijn met overgrote meerderheid aangenomen. De belangrijkste punten uit het programma zijn de invoering van een bonnensysteem voor de eerste levensbehoeften, privatisering van handel en dienstensector, het aanleggen van een noodfonds in valuta om de schaarste aan levensmiddelen op te lossen en het creeren van een goederenvoorraad voor ruilhandel met andere regio's van het land. 'We gaan langzamerhand terug naar de Middeleeuwen nu de roebel niets meer waard is. De twee dingen die me de grootste zorgen baren zijn de volstrekte ineenstorting van de leveranties en de gruwelijke toestand van de verwerkingsindustrie. Contracten worden niet meer nagekomen. We hebben maar de helft van het bestelde vlees voor deze winter gekregen. Dat is een gevolg van de democratisering. De republieken beschouwen zich als soeverein en achten zich niet meer aan hun verplichtingen gebonden.' Leningrad heeft al enorme ruzie met Estland, dat op grote schaal de prijzen heeft verhoogd zonder een eigen valuta in te voeren. Het gevolg is dat de Esten Leningrad komen leegkopen en Sobtsjak heeft gedreigd met aanvullende protectionistische maatregelen.

Een van de punten van kritiek op de Lensovjet was dat de gemeenteraad er door alle ruzies de hele zomer niet in is geslaagd een uitvoerend comite (vergelijkbaar met ons college van burgemeester en wethouders) te benoemen. Bovendien ontstond er een competentieconflict tussen Sobtsjak, die formeel slechts voorzitter van de gemeenteraad is maar ook de uitvoerende macht aan zich wilde trekken, en Aleksandr Sjtsjelkanov, voorzitter van het uitvoerend comite, voormalig vlootofficier en eveneens populair bij de bevolking. Het conflict liep zo hoog op dat Sjtsjelkanov voorstelde zijn eigen functie op te heffen en Sobtsjak de burgemeestersfunctie voortaan te laten combineren met die van voorzitter van de raad. Sobtsjak wees dat voorstel met kracht van de hand en met de verkiezing van het acht man sterke uitvoerend comite, vorige week, lijkt de vrede weer even getekend. De ruzie tussen de twee ambitieuze politici is belangrijker dan hij lijkt in een periode waarin men in de Sovjet-Unie de eerste pogingen doet tot een echte scheiding der machten te komen.

Met de effectiviteit van het uitvoerend comite staat of valt het werk van de Lensovjet. Het uitvoerend comite (ispolkom) beschikt over een enorm opgeblazen ambtelijk apparaat, dat nog grotendeels bevolkt wordt door bureaucraten van het oude stempel. 44.000 ambtenaren zitten de Lensovjet in de weg en Sergej Pokrovski, voormalig zeeman en net gekozen tot lid van het uitvoerend comite, gaat hun aantal over twee weken tot de helft terugbrengen.

Dat zal hem niet licht vallen maar, zegt hij glimlachend, ze zullen me voor deze post hebben aangesteld omdat ze mijn harde karakter kennen. Het ambtenarenapparaat bestaat uit verschillende bolwerken. Een van de machtigste en meest 'mafiose' is Glavtorg, de handelsafdeling, want handel, dat weet hier ieder kind, staat gelijk aan diefstal en corruptie. Hier staan zware gevestigde belangen op het spel. Bij wijze van experiment gaat Leningrad honderd levensmiddelenwinkels aan particulieren verkopen. Velen vrezen dat de mafia met die winkels aan de haal zal gaan, maar Pokrovski ziet dat geenszins als een bezwaar. Pokrovski: 'Speculatie is de verkoop van goedkope staatsprodukten voor een hogere prijs, terwijl men tegelijkertijd zijn inkomen verduistert. Maar dat systeem van corruptie zal zichzelf vernietigen als er in de handel normale, rechtmatige eigenaars verschijnen.' Salier is er minder gerust op dat het zal lukken de ambtenaren onder controle te krijgen. 'Wij willen dat de winkels in eerste instantie gekocht worden door de werknemers zelf. Ik ga geen medewerking verlenen aan de zelfprivatisering van de handelsmafia.'

Naast onder meer Vyborg, Novgorod en Kaliningrad heeft ook Leningrad zich aangemeld voor de status van vrije economische zone. Sobtsjak, als reizend ambassadeur van Leningrad op dit moment in Zwitserland, maakt zich daar in binnen- en buitenland zeer sterk voor. Hoe paradoxaal het ook klinkt, voorwaarde voor het welslagen van deze onderneming blijkt een mislukking van het 500-dagenplan van Stanislav Sjatalin te zijn. Het ziet er erg naar uit dat aan die voorwaarde al is voldaan, zegt econoom Sergej Vasiljev, voorzitter van de commissie voor economische hervormingen van de Lensovjet. Hoewel Vasiljev zelf een voorstander van het Sjatalin-plan is, is de uitvoering ervan al door het aanblijven van premier Ryzjkov en door een aantal decreten van Gorbatsjov getorpedeerd, denkt hij. Leningrad denkt nu alleen nog maar aan zijn eigen hachje: voor een vrije economische zone heb je een eigen of een buitenlandse munteenheid nodig, en dat is volgens Sjatalin nu juist uit den boze. In een vrije economische zone moet een zelfstandige douanepolitiek kunnen worden gevoerd en een eigen belastingwetgeving van kracht zijn. Leningrad, met vijf miljoen inwoners de tweede stad van het land, heeft het buitenland heel wat te bieden, is Vasiljevs overtuiging. Toerisme, een grote noordelijke haven, een groot wetenschappelijk potentieel en een zeer sterke militaire industrie, die Moskou aan Leningrad moet afstaan. Dat laatste lijkt niet erg waarschijnlijk, maar volgens Vasiljev is het centrum door de afnemende opdrachten voor de militaire industrie al niet meer in staat deze hooggekwalificeerde bedrijven draaiend te houden en zal het dus eieren voor zijn geld kiezen. Als het Sjatalin-plan echt op de klippen loopt, denkt Vasiljev, zal het Russische parlement de Leningradse plannen steunen. Dat is het al te verstaan gegeven door een van de opstellers van het programma.

Het is dus ieder voor zich en God voor ons allen geworden in het land van de collectieve gedachte. Voor het Mariinski paleis heeft een inwoner van Leningrad al een hoogst individuele oplossing voor de voedseltekorten bedacht. In een voddige tent is hij in hongerstaking gegaan om de Lensovjet te dwingen de naam van de stad weer te veranderen in Sint Petersburg. 'Vent, ga toch aardappels rooien, ' kijft een voorbijgangster die eruit ziet of ze de Leningradse blokkade nog heeft meegemaakt.