Projectweek in Drenthe poogt via dans, muziek en theaterzelfbewustzijn onder de jongeren te versterken; Molukse jongeren willenelkaar van verslavingen afhelpen

BOVENSMILDE, 20 okt. Een gigantisch laken wordt door enkele Zuidmolukse jongeren aan de wand van hun centrum Molo-oekoe in Bovensmilde bevestigd. Op het met spuitbussen bespoten doek is een doodshoofd te zien met vervaarlijk grote gele ogen. Onder de felrose cape is een geraamte zichtbaar met daaronder in zwarte capitalen de waarschuwing: 'Don't use it!'

Het is een van de zichtbare resultaten van een themaweek over verslaving waaraan ongeveer 80 Zuidmolukse jongeren uit Appingedam, Smilde, Hoogeveen, Zwolle en Bovensmilde deelnamen. De themaweek behandelde niet alleen drugsverslaving, maar ook verslavingen aan gokken, snoepen, roken, alcohol, televisie en medicijnen. Het project werd georganiseerd door de landelijke stichting Tjandu, die Molukse projecten ondersteunt, in samenwerking met de vijf plaatselijke instellingen voor Zuidmoluks opbouwwerk. Via workshops voor dans, muziek, theater en vliegeren konden jongeren de afgelopen dagen hun visie op verslaving uitbeelden. Robert Polynaja (13) heeft in de workshop kunst-graffity meegewerkt aan het doek. Spreekt het thema hem aan? 'Ja, het is leuk', zegt hij. Weet hij iets van drugs? 'Ja, het is rotspul, ik ga het niet gebruiken. Ik wil niet gauw dood', is zijn korte antwoord.

Rogier Risamasu (14) doet mee aan de dansworkshop. Hij speelt een gokverslaafde die in een disco een groep vrienden ontmoet. Zijn moeder is ongerust over het gedrag van haar zoon. Uiteindelijk, zo belissen de workshopleden, kan hij het gokken laten voor wat het is. Een happy end.

David Aponno is leider van de muziekworkshop. Hij heeft geprobeerd het onderwerp zo vrij mogelijk te benaderen. 'De meeste jongeren weten wat gokken is, wat drugs zijn. In zo'n themaweek willen we daar even bij stilstaan. Aangeven dat het van kwaad tot erger kan gaan.' Aponno acht het van groot belang dat de jongeren ook door middel van hun geleverde prestaties zelfbewuster worden. 'Ze leren dat ze iemand zijn, of ze nu Molukker zijn of niet.'

Pieter Thenu van de stichting Tjandu schat dat vier procent van de Zuidmolukse bevolkingsgroep in Nederland verslaafd is aan drugs. 'Er zijn 1500 Molukse harddrugsgebruikers, maar dat aantal ligt procentueel niet boven dat van Nederlandse jongeren', schat hij. Thenu heeft de indruk dat het aantal drugsgebruikers onder Molukse jongeren zich de laatste jaren stabiliseert, maar dat andere soorten verslaving (medicijnen, tv, gokken, alcohol, roken) toenemen. Een voedingsbodem voor drugsgebruik bij Zuidmolukse jongeren is werkloosheid, meent Thenu. Veertig procent van hen in de leeftijdsgroep 20 tot 30-jarigen heeft geen baan. Het geringe toekomstperspectief ligt niet alleen aan een lage opleiding. Er lopen genoeg afgestudeerde HBO-ers rond onder de Molukse jongeren die geen werk hebben.

'Racisme en discriminatie vieren nog hoog tij', stelt Thenu. 'Nederlanders zijn minder tolerant dan ze zich voordoen. Ze spannen zich vaak liever in voor de Anti-Apartheidsbeweging dan voor eigen etnische minderheden. De Molukkers belanden in een spanningsveld omdat de maatschappij hen niet accepteert', is zijn oordeel. Naast het grote werkloosheidspercentage spelen volgens Thenu ook dieperliggende oorzaken een rol bij verslaving onder Molukse jongeren. 'Velen voelen zich vernederd, zoals hun ouders zich vernederd voelen. Die kwamen hier in de jaren vijftig naar toe en werden opgeborgen in kampen. Hun vaders raakten hun militaire status kwijt als oud-KNIL-militair. Dat wordt in de gezinnen overgebracht.'

Thenu gelooft heilig in de preventieve werking die van de projectweek uitgaat. 'Wij sluiten aan bij onze eigen cultuur: dans, zang, toneel zijn heel belangrijk binnen de Zuidmolukse gemeenschap. Wij werken niet vanuit algemene kaders, zoals de gangbare preventie doet. Westerse mensen werken zo technisch. Het CAD geeft brochures uit, maar wij helpen elkaar bij wijze van spreken op straat. Wij willen de Molukse ziel raken, want we zijn een heel spiritueel volk. In onze cultuur spelen 'muhabath', de morele verplichting die je voelt om elkaar te helpen en 'masohi', de onderlinge samenwerking, een grote rol.' De jeugd die zich een week lang op een creatieve manier met verslaving heeft beziggehouden zijn allemaal 'ervaringsdeskundigen', zoals Thenu ze noemt. Hij gelooft zelfs dat ze elk op hun eigen manier aan preventie kunnen doen in hun eigen omgeving.

Een ander belangrijk aspect dat Tjandu met het project hoopt te realiseren is het zelfbewustzijn van de Zuidmolukse jongeren versterken. Daarom zijn als voorbeeldfunktie voor de workshops (Molukse) specialisten aangetrokken die hun sporen op hun vakgebied hebben verdiend of aan het begin van een carriere staan. Ivon Pelasula, die de hoofdrol speelt in de nieuwe Nederlandse speelfilm 'My Blue haven' over een Indische familie in de jaren zestig die naar Nederland verhuist, leidt daarom de dramaworkshop. ' Ik heb twaalf meisjes in de groep, van ongeveer dertien tot negentien jaar. Via drama kun je laten zien wie je bent. Het is belangrijk dat deze kinderen de achterstandsituatie die ze helaas nog steeds hebben op deze manier kunnen wegwerken.'

Lisa Hiariej van Tjandu legt uit dat jongeren nu hun talenten kunnen ontdekken. Dat geeft kracht, ('als je een discriminerende rotopmerking hoort voel je je minder kwetsbaar') maar ook een alternatief voor drugs of alcohol. Lionel Maail (18) die meedoet in de muziekworkshop: 'Als je creatief bezig bent heb je geen tijd voor drugs.' Ilya Maryanan (15) heeft zelf een vlieger gemaakt: een driehoekige in een bonte mengeling van kleuren. Het thema verslaving heeft hij uitgebeeld door een rondje met een smile: 'Wat dat betekent? Geen problemen.'

    • Karin de Mik