Proces ramp met veerboot strandde op een enkel woord

LONDEN, 20 okt. Het was slechts een woord maar de gevolgen ervan waren van doorslaggevende betekenis voor het proces tegen bemanning en eigenaars van de Herald of Free Enterprise in de Londense Old Bailey. Het vergaan van deze Britse veerboot in de avond van 6 maart 1987 voor de Belgische kust zorgde voor de grootste scheepsramp in het Kanaal sinds de Tweede Wereldoorlog.

De 'ferry' was met de boegdeuren open uit de haven van Zeebrugge vertrokken en had koers gezet naar de Engelse havenstad Dover. Het schip kapseisde kort na de afvaart en zonk binnen twee minuten nadat water was binnengestroomd. Daarbij verloren 193 mensen het leven, allen Britten. Er waren die avond 454 passagiers en 80 bemanningsleden aan boord.

In de aanklacht tegen bemanning en eigenaars van het schip stond dat er een 'duidelijk' risico bestond dat de veerboot met open boegdeuren zou uitvaren en dan zou kapseizen met alle catastrofale gevolgen van dien. Rechter Sir Michael Turner bepaalde gisteren echter verrassend: 'Het was niet duidelijk voor elk van deze mensen, totdat het gebeurde. Dat is het intellectuele probleem waar ik mee te maken heb.' En daarmee werd een deel van de aangeklaagden na 27 procesdagen wegens gebrek aan bewijs van rechtsvervolging ontslagen.

Het was het tweede proces in de Britse juridische geschiedenis waar een onderneming werd beschuldigd van doodslag. Onder de zeven aangeklaagden waren vier hoge functionarissen van P and O European Ferries Limited (de eigenaars van het schip), de kapitein van het schip, David Lewry, de eerste officier, Leslie Sabel, en assistent-bootsman Mark Stanley.

Nadat de rechter had verklaard dat hij wegens gebrek aan bewijs geen veroordeling kon uitspreken tegen de eigenaars en de kapitein van de Herald een veerboot voor passagiers en auto's liet de openbare aanklager de beschuldigingen vallen tegen de eerste officier en de assistent-bootsman omdat het niet in het openbaar belang zou zijn de zaak tegen hen voort te zetten.

Laatstgenoemde had bij een eerder onderzoek gezegd dat het zijn taak was de boegdeuren te sluiten maar dat hij in zijn hut in slaap was gevallen. Stanley, die al dertien jaar zeeman is, zei in slaap te zijn gevallen toen hij begonnen was aan een boek. 'Het volgende dat ik mij herinner is dat het donker was en dat we slagzij maakten', aldus de assistent-bootsman. Hij had daarna geholpen bij het redden van de passagiers.

Bij een eerder onderzoek waren bovendien de procedures van de maatschappij gekritiseerd. Na de opmerkelijke beeindiging van het proces las de advocaat van kapitein Lewry een verklaring voor waarin stond dat hij de procedures had uitgevoerd die bedoeld waren om te controleren dat de boegdeuren van het schip waren gesloten. De procedures waren bij zestigduizend overtochten deugdelijk gebleken, zo werd opgemerkt.

Slechts een van de 192 slachtoffers werd in de aanklacht wegens doodslag bij name genoemd om de beschuldigingen zo eenvoudig mogelijk te houden. Het was de 27-jarige Alison Gaillard, die een dagtocht naar Belgie had gemaakt. Haar vader, Maurice de Rohan, zei bitter dat zijn dochter was gestorven wegens het ontbreken van een procedure die slechts uit een enkel zinnetje had hoeven te bestaan. 'Als iemand die de opdracht had de deuren te sluiten verplicht was geweest de telefoon te pakken en mee te delen: 'De deuren zijn gesloten', dan waren alle 192 slachtoffers nog in leven geweest.'

De Labour Party, die in de oppositie is, maakte na het proces bekend dat ze als ze in de regering zit de wetgeving zal verscherpen om bedrijven te vervolgen. De woordvoerder voor transportzaken van de partij, John Prescott, zei: 'Nu lijkt het erop dat Britse gerechtshoven hebben bevestigd dat ondernemingen niet verantwoordelijk zijn voor hun acties met betrekking tot de veiligheid van hun werkzaamheden.' (Reuter/AP)