President Z-Afrika zal vele vragen moeten beantwoorden; De Klerk welkom in Nederland

De Zuidafrikaanse president De Klerk is welkom in Nederland. Nog geen jaar geleden zou totaal anders zijn gereageerd op de aankondiging van een bezoek aan ons land. Maar tussen oktober 1989 en oktober 1990 is er in Zuid-Afrika veel gebeurd dat de opheffing van het politieke isolement rechtvaardigt. Een dialoog tussen de internationale gemeenschap en alle betrokkenen in Zuid-Afrika is wenselijk.

President De Klerk moet, net zoals Nelson Mandela, de kans krijgen zijn standpunten in Nederland toe te lichten. De Klerk bezoekt een land dat sancties tegen Zuid-Afrika heeft ingesteld en waarvan grote delen van de bevolking de anti-apartheidsstrijd actief hebben gesteund. Er zal hem, ook uit historische overwegingen, veel aan gelegen zijn om de Nederlandse publieke opinie te overtuigen van de oprechtheid van zijn bedoeling om de apartheid te beeindigen. Hopelijk zal hij bovendien trachten aan te geven hoe de weg daarheen eruit ziet.

President De Klerk moet veel overtuigingskracht bezitten. Anders was hij nooit erin geslaagd zijn aanhangers de weg van de hervormingen te wijzen. Een indrukwekkende man ook, volgens ooggetuigen. Maar indrukwekkend of niet en overtuigend of niet, zijn bezoek en zijn boodschap moeten beoordeeld worden tegen de achtergrond van de werkelijke ontwikkelingen in Zuid-Afrika. De rol van De Klerk is belangrijk, maar waar het om gaat zijn de uitkomsten van zijn beleid.

Nederland heeft bij het instellen van sancties bepaalde voorwaarden gesteld aan het opheffen ervan. Dat zijn onze ijkpunten. Ze zijn grofweg samen te vatten onder het kopje: apartheid afschaffen, democratie invoeren. Om te kunnen beoordelen of aan deze voorwaarden voldaan is moeten de uitkomsten van de bedoelingen van de huidige Zuidafrikaanse regering zichtbaar zijn. Zolang er geen akkoord ligt tussen De Klerk en Mandela valt er geen oordeel te vellen over de uitkomst van het hervormingsproces en is niet vast te stellen of aan de Nederlandse voorwaarden is voldaan.

In Nederland worden soms de intenties verward met de uitkomst. Het sanctiedebat is daarvan een voorbeeld. Het lijkt er bovendien wel eens op dat het afschaffen van sancties belangrijker is geworden dan het afschaffen van de apartheid. Dat is doel en middelen verwarren. Het gaat daarbij om een binnenlands debat dat geenszins de opstelling van de Verenigde Staten en de meeste EG-landen reflecteert. Alleen wanneer beide partijen in Zuid-Afrika aangeven dat ze eruit zijn, wordt een discussie over het opheffen van de sancties (al dan niet met een plan voor de te nemen stappen) actueel. De sancties dienen een bepaald doel en dat mag niet uit het oog worden verloren.

Nederland heeft een VN-verklaring over Zuid-Afrika gesteund (december 1989) waarin wordt gesteld dat het hervormingsproces in Zuid-Afrika onomkeerbaar moet zijn voordat kan worden ingestemd met het verlichten van de sancties. In juli van dit jaar heeft de secretaris-generaal van de VN gerapporteerd over de uitvoering van deze verklaring. Vastgesteld werd dat ondanks vooruitgang er nog geen sprake was van een onomkeerbaar proces naar democratie. Een aanbeveling om de sancties te verminderen bleef dan ook uit. Er is voor Nederland geen aanleiding om een andere conclusie te trekken dan de VN.

Het bezoek van president De Klerk mag dan geen aanleiding zijn om sancties ter discussie te stellen maar biedt een goede gelegenheid een aantal vragen te stellen over de wijze waarop hij denkt het hervormingsproces onomkeerbaar te maken.

Twee daarvan verdienen bijzondere aandacht. Tot nog toe is niet duidelijk welke constitutionele garanties De Klerk wil scheppen voor een ongelimiteerde uitoefening van het principe one-person-one-vote. Elke democratie kent de bescherming van minderheidsgroeperingen. Het is logisch dat daarvoor ook in Zuid-Afrika voorzieningen worden getroffen. Maar het is nergens zo dat een minderheid aan een meerderheid haar politieke wil kan opleggen. Is De Klerk bereid en in staat deze opvatting aan zijn aanhangers op te leggen?

De onderhandelingen tussen de blanke minderheid en de zwarte meerderheid zijn nog niet echt begonnen. Er gebeuren veel dingen die het overleg bemoeilijken. Het onderhandelingsklimaat is niet optimaal. Zwarte leiders hebben daarin een belangrijke verantwoordelijkheid maar ook de Zuidafrikaanse regering moet een bijdrage leveren. De vrijlating van politieke gevangenen verloopt traag. De veiligheidswetten worden in een aantal situaties tegen de wil van de zwarte counterparts gehandhaafd. Dit zijn zaken die de onderhandelingen negatief beinvloeden.

Maar de belangrijkste vraag aan De Klerk betreft de verantwoordelijkheid van de Zuidafrikaanse regering voor het beeindigen van het geweld in de zwarte voorsteden. Dat kan niet afgedaan worden als een gevecht tussen stammen waarmee de blanken niets te maken hebben. De thuislandenpolitiek van Zuid-Afrika is de belangrijkste achterliggende oorzaak van het geweld. Veel berichten bevestigen de indruk dat de Zuidafrikaanse politie het geweld soms eerder aanmoedigt dan onderdrukt. De Klerk heeft zelf toegegeven dat het politie-apparaat niet volledig onder controle is. In de gesprekken met de Zuidafrikaanse president moet dit een belangrijk thema zijn omdat het geweld toekomstige relaties in het land zwaar belast.

Een debat op basis van deze en andere vragen zal De Klerk het gevoel kunnen geven dat hij na een 'historisch' bezoek Nederland niet met lege handen verlaat. Hij was welkom in Nederland, zijn integriteit stond niet ter discussie maar er waren vragen waaruit de betrokkenheid van Nederland bij het hervormingsproces bleek. Een betrokkenheid die gestalte krijgt door de bereidheid te investeren in een politieke dialoog, in culturele banden die bijdragen aan een non-raciaal, democratisch land en door het willen meedenken over het Zuid-Afrika van na de apartheid en de speciale ontwikkelingsproblemen die zich dan zullen voordoen.

    • J. M. Wiersma