Oostblok overhoop

Het is wellicht moeilijk voorstelbaar na het revolutiejaar 1989, maar tijdenlang was de oppositie in het voormalige Oostblok zo goed als onbekend in het Westen. En in ieder geval dan toch onbemind. Dissidente dwarskoppen als Havel, Michnik en Walesa verstoorden de elegante ontspanningsdiplomatie van de jaren zeventig. Menigeen in het Westen meende zelfs dat de communistische elites veel meer realisme aan de dag legden dan deze figuren die aan de rand van hun samenleving stonden. Milan Kundera schreef begin jaren tachtig zijn beroemde aanklacht tegen dit georganiseerde vergeten van Midden-Europa. Volgens hem was sluipenderwijs uit de militaire deling ook een mentale deling gegroeid.

De Engelse historicus en journalist Timothy Garton Ash heeft meer dan wie ook deze aanklacht hartstochtelijk in zich opgenomen. In een reeks zeer beeldende essays, onder meer in The New York Review of Books, heeft hij tien jaar lang geprobeerd de Middeneuropese critici zichtbaar te maken voor een Westers publiek. De beschouwingen van Garton Ash hebben op een fijnzinnige manier tussen de werelden van Oost en West 'bemiddeld'. Zonder overigens in een omgekeerde diplomatie te vervallen en kritiekloos de andere kant aan het woord te laten.

Deze week verschijnt een bundeling van zijn essays in Nederlandse vertaling onder de titel De vruchten van de tegenspoed. Het betreft een samenvoeging van twee boeken - The Uses of Adversity (1989) en We the People (1990). Naast enkele beschouwende stukken bevat het boek literair-journalistieke getuigenissen van een hoog gehalte.

' Hier maken geschiedkundigen geschiedenis'. Deze opmerking van Garton Ash is veelzeggend. Ze verraadt zijn fascinatie met de gebeurtenissen in centraal Europa en verklaart de titel van zijn boek. Juist de onderdrukking, de tegenspoed heeft naast veel ellende iets unieks opgeleverd: een intellectuele verbinding van moraal, cultuur en politiek die zijns gelijke niet kent. Garton Ash blijft niet stilstaan bij zijn eigen fascinatie, maar vraagt zich af - zoals zovelen - hoe bestendig deze 'anti-politiek' van de Middeneuropese intellectuelen zal zijn, nu na de bevrijding.

In het begin van het boek is dit nog een open vraag. Waren al deze deugden nu werkelijk 'slechts de vruchten van tegenspoed'? Later boek geeft hij het begin van een antwoord: ' Zelf vervolgd zijn, is niet per definitie de beste bescherming tegen de verleiding anderen te vervolgen.'

Vooral de spanning tussen directe beleving en distantie maakt het merendeel van deze essays zo buitengewoon. Als een filmer met de camera op de schouder wringt Garton Ash zich overal tussen. Door zijn oog zien we de achterkamertjes waar de Tsjechische revolutie werd beraamd, de uitgeputte stakers in de scheepswerf van Gdansk en zenuwachtige partijfunctionarissen bij de herbegrafenis van Imre Nagy. In zijn reportages klinkt het opgewonden geschreeuw 'Deutschland einig Vaterland'levensecht op een herfstig plein in Leipzig.

Maar tegelijk kijkt de historicus over zijn eigen schouder mee en formuleert temidden van de chaos zijn commentaar. ' Toen de leiders van Solidariteit zich met echte politiek begonnen bezig te houden, met al haar uitvluchten, compromissen en halve waarheden, koesterde menigeen gemengde gevoelens. Er heerste meer dan een vleugje heimwee naar de eenvoudige waarheden en morele duidelijkheid van de noodtoestand.'

Garton Ash is zich wel bewust van de problemen en beperkingen van met geschiedenis doorspekte getuigenissen. Maar zegt hij, ze hebben in ieder geval het voordeel dat zichtbaar wordt ' wat men op een gegeven moment niet over de toekomst wist'. Dat geschiedenis op de tast, en vaak achter de ruggen van de betrokkenen om wordt gemaakt, weet hij zeer aannemelijk te maken. Een sprekend voorbeeld daarvan is de flagrante misrekeningen van de Poolse communisten, die aandrongen op snelle verkiezingen in de verwachting dat de oppositie nooit op een korte termijn georganiseerd zou zijn. De 'aanrakingsangst' die in veel gebruikelijke abstracte betogen over 'het' communisme voelbaar is, zul je in De vruchten van de tegenspoed niet tegenkomen. Ergens haalt Garton Ash de uitspraak van Stendahl aan - 'alle waarheid en alle genoegen ligt in de details.' Het zou een motto voor zijn eigen boek kunnen zijn. Met zorg creeert hij eigen termen die meer zeggingskracht hebben dan traditionele omschrijvingen. Zo vat hij de categorische imperatief van de oppositie samen in de twee woorden 'As If' - doe alsof vrijheid van mening is toegestaan, doe alsof het doodnormaal is om een petitie op te stellen. Hij concludeert dat deze mentale ommekeer uiteindelijk de werkelijkheid op sleeptouw heeft genomen.

Garton Ash heeft een goed ontwikkeld gevoel voor de ironische kwaliteit van de Middeneuropese samenlevingen, die inderdaad op elke straathoek voor het grijpen ligt. Dat moge blijken uit zijn beschrijving van de schermutselingen voorafgaand aan het overleg tussen de oppositie en regering in Hongarije: ' Een tijd lang had de discussie met de autoriteiten uitsluitend betrekking op de vorm van de ronde tafel. De autoriteiten wilden een ronde, zoals in Polen. De Ronde Tafel Oppositie, zelf rond, wilde een gewone tweezijdige: wij en zij. Ze werden het eens over een driezijdige, met aan de derde zijde vertegenwoordigers van wat in Groot-Brittannie de 'quangos' worden genoemd - quasi non-governemental organizations (semi-overheidsinstellingen) - zij het dat ze in Hongarije beter 'quapos' kunnen worden genoemd, dat wil zeggen: semi-partij-instellingen.'

De waarnemingen in dit boek zijn ontstaan in een nauwe omgang met de prominente intellectuele critici. Michnik, Kuron en Havel bevolken zijn pagina's met grote regelmaat. Dat levert veel op, maar heeft ook duidelijke beperkingen. De meer religieuze en nationalistische trend die momenteel in het voormalige Oostblok ominant is, wordt teveel naar de achtergrond gedrukt door zijn eigen affiniteit met de humanistische en Europese traditie in de oppositie.

Verder komt, doordat Garton Ash zich concentreert op de tegen-macht, de macht te weinig in beeld. We zien in dit boek hoe het totalitarisme de levens van mensen vernietigt, maar waar blijft in zijn verhaal het gecorrumpeerde deel van 'het' volk? Waar zijn naast de slachtoffers de daders, en vooral: waar is de erkenning dat de scheidslijnen daartussen vaak zo moeilijk te trekken zijn. In het Middeneuropese universum van Garton Ash zijn iets te veel helden en slechterikken, en veel te weinig slappe knieen.

Over de communistische partijen vernemen we ook weinig. Natuurlijk hadden die de toekomst niet, maar voor een begrip van de ontwikkelingen is niet alleen het zonderlinge moment waarop de volken van Oost-Europa hun angst verloren van belang. Het acute verlies van het geloof in eigen kunnen van het establishment, is minstens even opmerkelijk. Garton Ash betoogt dat in Midden Europa vooral van onderop de geschiedenis wordt gemaakt. Maar dat is te makkelijk. Uiteindelijk ontstaat een samenhangend beeld pas door een beschouwing over de verweven krachten van behoud en hervorming.

Daarom blijven de beschouwingen in de boeken van Garton Ash over de vraag 'hervorming of revolutie?', en vooral over de tussenweg - door hem 'hervolutie' (refolution) gedoopt - enigszins in de lucht hangen. Het artikel waarin deze stelling nader wordt uitgewerkt, is in De vruchten van de tegenspoed niet opgenomen, maar de term waart wel rond. Elders wordt de ontwikkeling mooi samengevat met 'ontvoogding in verval'. De ontvoogding (lees: de ontplooiing van de oppositie) wordt op de voet gevolgd, maar het verval (lees: de onttakeling van de heersende machten) blijft in dit boek een goeddeels ongeschreven geschiedenis.

Garton Ash is prominent aanwezig in zijn eigen stukken, in de beste traditie van de literaire journalistiek. Deze benadering ook nuttig, omdat zo het engagement van de schrijver voor ieder zichtbaar is. Maar de verleiding om over de grens van betrokkenheid heen te stappen en zelf een rol te spelen in het drama, weerstaat Garton Ash niet altijd even succesvol. Waarom een beschouwing over de Tsjechoslowaakse omwenteling beginnen met de vermelding dat je de uitvinder bent van een van de leuzen die een hoofdrol speelden ?

Ten slotte een kanttekening bij de Nederlandse editie. Zelfs een vluchtige controle leert dat de vertaling weliswaar goed leesbaar is, maar zeer slordig. Een enkel voorbeeld: de politieman Kincl wordt in 1988 geen minister van Buitenlandse Zaken maar van Binnenlandse Zaken. In een beschouwing over het ronde tafel akkoord in Hongarije, waarin de term democratisch socialisme voorkomt, lezen we ' dus ook hier wurmde het socialisme zich naar binnen'. Dat 'ook' slaat op de vergelijking met het Poolse akkoord, maar in de Engelse tekst wordt precies het tegenovergestelde bedoeld, namelijk dat in het Poolse geval de term juist niet voorkwam. Ten slotte: in een citaat van Konrad over de mislukking van Solidariteit in 1981 lezen we: ' Je bent vijfendertig miljoen jaar oud (sic), maar je kreeg het niet voor mekaar'. Er staat in het Engels: ' You are thirty-five million, but you couldn't pull it off'. Die vijfendertig miljoen slaat natuurlijk op het aantal inwoners van Polen.

Ondanks de gesignaleerde beperkingen zijn de essays in De vruchten van de tegenspoed schitterend. Voor ieder die over de hand van de grote hervormer in het Kremlin heen wil kijken en de eigen geschiedenis van de Middeneuropese omwentelingen wil volgen, is lezing van Garton Ash onontbeerlijk.