Met het 'Europa van de 18' wil het nog niet erg vlotten; Toenadering tussen de handelsblokken EG en EVA verloopt uiterst moeizaam

GENEVE, 20 okt. Met de toenadering tussen Europa's grootste handelsblokken, EG en EVA (Europese Vrijhandelsassociatie), op weg naar een gezamenlijke Europese Economische Ruimte, ofwel het Europa van de achtien, wil het niet erg vlotten. Op welke punten de moeizame onderhandelingen vastzitten bleek helder uit opmerkingen van de vice-voorzitter van de EG-commissie, Martin Bangemann, tijdens een rede voor bankiers in Geneve.

Ongevoelig voor de delicate positie van Zwitserland, in de schaduw van een verenigd Duitsland en een oprukkende EG, walste Bangemann in een confrontatie met de Zwitserse minister Adolf Ogi over diens emotionele pleidooi heen. De EG zou, zo betoogde Ogi, de bijzondere identiteit van Europa's oudste democratie op de juiste waarde moeten schatten. Het zelfgekozen politieke isolement van 'dit eigenaardige, maar wonderschone land' (Ogi) vormgegeven in een eeuwenoude politiek van neutraliteit dient door de EG te worden gerespecteerd. Als Zwitserland, hoofdrolspeelster in de Europese Vrijhandelsassociatie, zich bij de schuchtere vrijage met de EG opstelt als een miskend prima-donna, zichzelf aanprijzend als een lot uit de loterij, dan is daar een speciale reden voor, aldus Ogi.

Bangemann zinspeelde erop dat Zwitserland, mogelijk samen met IJsland, wel eens zou kunnen overschieten. In de overige EVA-landen, Oostenrijk, Zweden, en Finland, staat het obstakel naar EG-lidmaatschap, de neutraliteit, veel meer dan in Zwitserland ter discussie. Daar wordt hardop gedacht over toetreding. Opiniepeilingen in Noorwegen wijzen in de richting van EG-lidmaatschap; in dat land, zo waagde Bangemann zich op glad ijs, is het louter een kwestie van opnieuw een referendum organiseren en de toetreding is bezegeld.

Met het wegvallen van de tegenstellingen tussen Oost en West is bezinning op neutraliteit onvermijdelijk. Waarom dit alles toch zo lang moest duren in Zwitserland, informeerde Bangemann ongeduldig. De EVA-landen 'die overigens nog steeds niet spreken met een stem' willen het onmogelijke, namelijk: medezeggenschap bij de besluitvorming in Brussel. Dat is zonder meer teveel gevraagd.

Hij kreeg de lachers in de zaal op zijn hand, maar Ogi was zwaar gepikeerd. Bijna met overslaande stem probeerde hij de beminnelijk blijvende Bangemann te pareren: hoe is het mogelijk dat de EG de geroemde consensuspolitiek, de directe medezeggenschap via referenda, kortom de warm gekoesterde uitzonderingspositie van het Alpenland over het hoofd blijft zien ? Besefte Bangemann wel hoe Europees de Zwitsers denken ? En had Swissair niet zojuist een reuzenorder geplaatst voor de Europese Airbus ?

Bangemann, koeltjes: 'De integratie van de EG beroept zich op vier vrijheden: vrije uitwisseling van kapitaal, goederen, diensten en onderdanen'. Vooral op dit laatste punt schiet de Zwitserse wetgeving tekort, zo verwees Bangemann indirect naar de beperkingen voor buitenlandse seizoenarbeiders die hun families moeten achterlaten.

Bangemann somde enkele punten op waarop het overleg met de EVA vastloopt: verdere vereenvoudiging en harmonisering van bestaande regels en normen en wederzijdse erkenning van technische standaarden en diploma's; uit de weg ruimen van protectionistische maatregelen; en vooral vermindering van juridische obstakels in EVA-landen voor buitenlandse overneming van bedrijven en banken. De omstreden kartelvorming van Zwitserse bankiers hield hij wijselijk buiten de discussie.

Bangemanns conclusie kwam erop neer dat 'Brussel' de Europese Economische Ruimte een hoogst onbevredigende tussenoplossing vindt naar de noodzakelijke integratie van de markt, in tegenstelling tot volwaardig lidmaatschap. Die slotsom bleef weliswaar onuitgesproken, maar zijn opmerkingen lieten aan duidelijkheid niets te wensen over.

Uit Ogi's betoog viel op te maken dat Bern de eerste ontwenningsverschijnselen begint te vertonen als reactie op deze onverwacht hautaine houding van 'Brussel', dat voor 1994 a priori het eigen huis aan kant wil hebben.

Tegelijk met deze ontwikkeling blijft het aantal Zwitserse tegenstanders van directe toetreding tot de EG, zonder tussenfase met de EVA, gestaag afnemen. Voor het eerst constateren opiniepeilers een kleine meerderheid voor EG-lidmaatschap. Was twee jaar geleden een krappe 42 procent voor toetreding, dat percentage is sinds de gebeurtenissen in Oost-Europa heel licht gestegen, tot 43. Bij 38 procent tegenstemmers (was 44) blijft het aantal onzekere ondervraagden dat vooralsnog geen mening heeft, opvallend hoog.

Niettemin concluderen de enqueteurs dat wat zij oneerbiedig noemen 'de typische Zwitser', ofwel een Duitssprekende plattelander met geringe scholing, nee blijft zeggen tegen de EG. Nu de politieke leiders in Bern eerst moeten wennen aan de koude douche die 'Brussel' de EVA bereidt, zal het hen niet gemakkelijk vallen dit behoudende deel van Zwitserland te overtuigen van het nut van toenadering.

De financiele wereld echter, leek van de voordelen van economische toenadering allang doordrongen. Onder de toehoorders van Bangemann zevenhonderd bankiers en driehonderd overige genodigden was het percentage voorstanders, blijkens het enthousiaste applaus ondanks zijn kritische woorden, veel hoger dan het Zwitserse gemiddelde.