Mazelen; 569

Wat leest de zieke? Ik ga ervan uit dat we te maken hebben met een patient die niet volkomen door zijn kwaal in beslag wordt genomen; niet iemand die is overgeleverd aan de dictatuur van pijn, angst en koorts, maar wiens ongemak klein genoeg is om hem tijd voor zichzelf te laten.

Kinderziekten waren destijds van dat formaat. Bestaan ze nog? Ik hoor nooit meer van iemand die mazelen of roje hond heeft. Vroeger werden binnen een week hele schoolklassen neergemazeld, maar als je het had gehad kon je het nooit meer krijgen. Dat was een van de ongeschreven geloofsartikelen van de lagere school. Je moest het krijgen als de anderen het ook hadden; het stond zelfs aanmatigend, zonder de bof in een uitgedunde klas te zitten; het was niet om trots op te zijn maar liever te zeggen dat je 'het al veel eerder had gehad', toen je nog op de Veluwe woonde.

Als ik herstellend was van mazelen of rode hond en het stadium had bereikt waarin ik m'n actieradius om mijn bed per halve dag met een meter vergrootte maar nog te wankel op m'n benen stond om me in de verre gebieden van de gang, de trap en de huiskamer te wagen, legde mijn moeder vier ingebonden jaargangen van De Prins der Geillustreerde Bladen op mijn bed: de hele Eerste Wereldoorlog. Dank zij de kinderziekten heb ik me tussen mijn vijfde en tiende jaar grondig kunnen verdiepen in de aanblik van tot puin geschoten steden en dorpen, me telkens weer verbaasd over de omvang van de Duitse kanonnen, de Dikke Bertha en het spoorweggeschut waarmee ze uit de buurt van Laon op Parijs schoten. Luik, Verdun, het niemandsland tussen de loopgraven, het Noordfranse landschap, bossen gereduceerd tot een verzameling kale stammen, en wat de Prins der G. B. in die jaren verder te bieden had, ik weet alles.

Waar zijn die loodzware delen gebleven? Natuurlijk slachtoffer geworden van een verhuizing: de moloch die opslokt wat je later het dierbaarst blijkt te zijn.

Pas nu begin ik me af te vragen of de lectuur van je kinderziekten later nog van invloed is, en dan: op wat, en hoe? De naoorlogse generatie die ik het best ken, werd in de nadagen van haar mazelen rustig gehouden met de Gouden Boekjes: De Hondematroos, De Brandweermannetjes en vooral het aangrijpende Wim is weg. Zou ik iemand anders zijn geweest als ik op mijn ziekbed toen niet de plaatjes van soldaten met gasmaskers had bestudeerd maar me had laten meeslepen door de avonturen van de Hondematroos (hij was geen hond maar hij was ook geen matroos)? Wat was er van mijn kinderen geworden als ze, jongens van tien, wel hadden geweten wie Alexander von Kluck en maarschalk Joffre waren maar nog nooit hadden gehoord van de Brandweermannetjes? Ik denk dat het voor de wendingen die je leven later zal nemen niet zoveel uitmaakt wat je leest terwijl je opknapt van de mazelen, maar het maakt wel een groot verschil voor de stoffering van je brein.

Als het goed gaat, breekt er na de kinderziekten een halve eeuw aan waarin de mens helemaal niet meer ziek wordt, zich ervan overtuigd houdt dat ziekte 'voor de anderen' is en zelfs vergeet wat ziek zijn betekent. Het voorstellingsvermogen is niet toereikend om er anders over te denken en als je in die halve eeuw eens te grazen wordt genomen door de griep ben je het vergeten op het ogenblik dat je voor het eerst weer noem op wat voor vitaals ten beste hebt gegeven. In een sprint de tram gehaald.

Twee weken geleden werd ik het slachtoffer van een betrekkelijk klein ongemak; machteloos lag ik me te verdiepen in m'n misere, schudde van koorts, gedompeld in de roes van 39.8. Toen begon ik mezelf wijs te maken dat ik diep in mijn binnenste het eerste bescheiden snarenspel van het herstel hoorde. Of was het werkelijk al zo ver? Aan je daden merk je eerder hoe het met je is gesteld dan aan de diagnose van de beste dokter, het talent van de mijne niet te na gesproken. Ik kreeg weer zin in lezen, maar wat?

Ik geloof dat ik toen een gelukkige greep heb gedaan: The Guns of August van Barbara W. Tuchman. Ik was er al eens in begonnen, misschien wel tien jaar geleden maar waarschijnlijk niet ziek genoeg geweest. Het boek, bijna 500 pagina's, bevat de zorgvuldige reconstructie van de onmiddellijke voorgeschiedenis en de eerste maand van de Eerste Wereldoorlog, tot de Slag aan de Marne die het begin van de loopgravenoorlog markeert. Tuchman is een groot schrijfster, nauwkeurig, gedetailleerd, ook onverschrokken de grote greep beoefenend en meeslepend. Daar kwam het plan Schlieffen weer, die krankzinnige greep naar Parijs. De Duitsers trokken Belgie binnen, Luik werd weer gebombardeerd met het prometheisch belegeringsgeschut, stoffige kolonnes trokken over de Franse heuvels, de Engelsen aarzelden, Joffre, Foch, Moltke, Tannenberg, de Maas en de Sambre, Dinant, de dappere Belgen.

Een halve eeuw later heb ik het allemaal opnieuw beleefd, met de plaatjes uit De Prins die ik nog onder onmiddellijk bereik in mijn geheugen bleek te hebben.

Misschien ben ik nooit helemaal van de mazelen genezen.