Knollen en Bollen

De geneugten van de zaadcatalogus zijn voor mij al een tamelijk recente ontdekking, maar ik verwachtte niet dat ik ook zou vallen voor het naaste familielid, de bollencatalogus. Bollen? Narcissen en tulpen? Sneeuwklokjes misschien, maar in onze tuin is dat nu juist het enige dat er al was, en in de meest fantastische overvloed.

Maar ik bestelde die catalogus toch en keek er zelfs ongeduldig naar uit. Hoe komt dat? De reden was weer een boek van Christopher Lloyd: The Adventurous Gardener, met in het hoofdstuk getiteld 'Kleine tuin, grote bomen' de meest overtuigende reden om bollen te planten die ik ooit ben tegengekomen. Zo'n tuin is wel niet een echt bosland, schrijft hij, maar er is vrij veel overeenkomst: van eind mei tot oktober diepe schaduw en bomen die al het beschikbare water opdrinken; daarentegen veel licht en vocht van oktober tot mei. Bolgewassen uit alle gematigde luchtstreken zijn er op ingesteld daar profijt van te trekken: waarom dan niet genieten van een overdaad aan bloemen die bloeien tussen herfst en voorjaar inplaats van omgekeerd, zoals in normaal tuinieren?

Voor het abnormale tuinieren hebben we nu flinke lappen van onze tuin gereserveerd, ons daarmee uiteraard tevens blootstellend aan een hele nieuwe categorie mogelijkheden om iets te vergeten of verkeerd te doen. Het bestellen van die bollen en knollen is al geen sinecure, maar dan komt het volgende probleem, wanneer de dozen arriveren met het alarmerende opschrift: 'DIRECT UITPAKKEN!'.

Je rukt zenuwachtig de verpakking open, maar denkt intussen: waarom? Wat volgen er voor catastrofes als je het niet meteen doet? Dat wordt niet vermeld, en evenmin of de inhoud dan ook onmiddellijk de grond in moet, of dat dat wel weer even kan lijden wanneer die gevaarlijke verpakking er maar af is.

En dan. Je hebt de doos opengescheurd en daar sta je met 12 eenheden Cyclamen hederifolium zonder enig idee hoe ze geplant moeten worden. Welke kant boven? Het uiterlijk van de knollen biedt weinig steun en met wat Beth Chatto erover zegt (in De droge tuin) kom je ook niet veel verder: ' Let bij het planten op of de goede kant boven is, iets dat niet altijd even eenvoudig is'. Wat nu? We zien wel, maar geen besluiteloosheid, anders is de termijn waarin ze geplant kunnen worden voorbij.

Ook vergeten leidt tot dat resultaat. Gewoon vergeten de bollen in de grond te stoppen, dat komt vaker voor dan je zou geloven. Dat is een. Vergeten waar je ze in de grond hebt gestopt, dat is twee. Het grote voordeel van vaste planten is dat ze zichtbaar blijven nadat ze geplant zijn, en vaak zit er ook nog een etiketje aan voor het geval je niet meer wist wat het was. Maar een perk beplanten met bollen is als een mijnenveld leggen en daarna de kaart weggooien. Niks aangehechte etiketjes. Wanneer ze zichtbaar worden is het te laat om nog wat te veranderen en daarna zijn ze weer spoorloos verdwenen. Een merkwaardige versie van hetzelfde probleem kan zich voordoen met bomen, ook al blijven die gewoonlijk wel zichtbaar. Elke zomer, zo vertelde mij een vriendin, neem ik me voor in de herfst de dode takken weg te halen die je kunt zien zitten; en elke herfst, als de bladeren er af zijn, weet ik niet meer welke het waren.

Aangezien de meerderheid zich nu in de onzichtbare fase bevindt valt er verder niet veel te vermelden, behalve dan de extravagante variatie in vorm en afmetingen waarmee deze bollen en knollen ons bij het uitpakken verrasten: Anemone blanda in misvormde hompen die er uitzagen of ze met geweld van elkaar waren gescheurd; Anemone nemorosa, met de aanblik van gele takkebosjes; Allium ursinum, een onbeschrijfelijke stank verspreidend, zodat je denkt dat je ergens in hebt getrapt. Een opluchting was de ontvangst van wat Crocus tomasinianus, die Lloyd aanbeveelt voor onder een beuk samen met winterakonieten: ze waren, hoewel microscopisch klein, ten minste als bloembollen herkenbaar.

Er is al iets te zien van de cyclamen, waarvan de meeste dus blijkbaar met de goede kant boven zijn geplant - na heel wat zoeken vond ik eindelijk een boek met een duidelijke beschrijving, The English Flower Garden van William Robinson (1883): ' De wortelvezels komen uit de gehele bovenkant van de knol, maar voornamelijk van de rand; weinig of niets komt van de onderkant' ; dit in tegenstelling tot Cyclamen coum, waarvan de wortels wel aan de onderkant zitten. Als ze opkomen zie je eerst heel dunne roze stengels die zich liggend de grond uitwerken, alsof ze horizontaal vlak onder de oppervlakte zaten, en dan openen ze zich en onthullen prachtig getekende bladeren.

En als ze niet opkomen zie je niets; dat blijft dan voor eeuwig een onopgelost raadsel: waren die toch ondersteboven geplant? Niet dadelijk genoeg uitgepakt? Op de verkeerde plaats gekeken? Nooit zal iemand het weten.

Cyclamen houden niet alleen van schaduw, maar ook werkelijk van het gezelschap van wortels. Het ideaal, schrijft Rob Herwig, is ze te planten in ' verteerde beukenbladgrond'. Als er nu iets is waar we geen gebrek aan hebben in onze tuin dan is het beukenbladgrond; achter bij de ommuring is een glooiend heuveltje dat bestaat uit talloze bladjaren van deze grondstof.

Ze hebben de reputatie heel lang te leven, cyclamen; volgens Vita Sackville-West zijn het de langst levende tuinplanten: ' een cyclamenknol zal het meer jaren uithouden dan de eigenaar waarschijnlijk te leven heeft'. De knollen blijven steeds doorgroeien. Margery Fish schrijft: ' Een tuinman in een heel oude tuin vertelde mij dat de knol van een C. neapolitanum [=hederifolium] die hij eens moest uitgraven zo groot was als het deksel van een vuilnisbak, en zelf heb ik er verschillende met een doorsnede van 20 tot 25 cm.' Robinson geeft een lange beschrijving, met het verbazende feit dat aan een knol 100 tot 150 bladeren en 200 tot 300 bloemen kunnen ontspruiten. Die moet wel van het type asvatdeksel zijn; ik denk niet dat ik dat nog zal meemaken, maar ik hoop dat er genoeg ruimte zal zijn tussen de wortels van de beuk.

En nu is er alleen nog het wachten op de grote uitbarsting van bloemen in het voorjaar, voordat de bomen de tuin weer overnmemen. Zover vooruit plannen geeft een gevoel van voldaanheid. Het kopen van bloembollen doet aan het kopen van winterkleren denken: dat doe je immers ook aan het eind van de zomer. Het enige verschil is dat je die niet in de tuin begraaft.

Mijn tuin is het cirkelvormige stukje grond (...) In het midden zet ik een niet te grote appelboom. In gedachten zie ik sterappeltjes, die prachtig rood hangen te blozen als het zo ver is. Maar eerst verheug ik mij om in de prille voorjaarszon op een zodenbankje rondom de boom te genieten van de bloesem. Erg breed mag het bankje niet zijn, maar de zachte graszoden compenseren dit ongemak. In de zomer biedt de boom wat schaduw, maar ik denk dat ik met de zon meedraai, omdat ik niets wil missen...