Jacques Attali, president van de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa; De man met een bank en een visie

AMERSFOORT, 20 okt. Jacques Attali verkeert in een benijdenswaardige positie: hij heeft een visie over de toekomst van Europa en hij heeft een bank tot zijn beschikking om deze visie te verwezenlijken. Alleen is de bank nog niet operationeel en gaat het ideaal verscholen achter een onmetelijke hoeveelheid praktische obstakels.

Attali maakt de indruk van een druppel kwikzilver: deze nerveuze, beweeglijke, Franse intellectueel en geslepen politicus heeft een half jaar geleden dat toonbeeld van Hollandse degelijkheid, Onno Ruding, verslagen in een bitter gevecht om de benoeming als president van de nieuwe Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa.

'Toen ik de uitnodiging ontving om naar Nederland te komen, voelde ik me als een konijn dat door de jagers wordt uitgenodigd voor een lunch', grapte hij gistermiddag aan het begin van zijn Tinbergen-lezing voor een gehoor van 200 economen, leden van de Nederlandse Vereniging voor de Staathuishoudkunde. Attali had de uitnodiging aangenomen omdat hij prof. Tinbergen als zijn intellectuele leermeester beschouwt en om in dertig minuten zijn visie op de toekomst van Europa uit te dragen.

In de marge van de bijeenkomst gaf de ex-adviseur van president Mitterrand commentaar op de economische hervormingen die zojuist in de Sovjet-Unie zijn aangenomen. 'Ik hoop dat het plan zo snel mogelijk wordt uitgevoerd. Het is ook in het belang van het Westen dat de Sovjet-Unie en president Gorbatsjov slagen', zei hij. Verder wees hij concrete vragen over Oost-Europa beleefd af.

In zijn Tinbergen-lezing sprak de president van de Ontwikkelingsbank voor Oost-Europa niet over projecten of over economische hervormingsprogramma's, hij hield een filosofisch betoog. Attali, die bezig is met een boek over het historische jaar '1992', beschreef de geschiedenis van de markteconomie en democratie in Europa, de opkomst van instituties die onmisbaar zijn voor het functioneren van een democratie en een markt. Hij schetste de toekomst van de wereldeconomie waarin twee centra bestaan: een economisch blok aan de twee zijden van de Stille oceaan en een Europees blok.

'De toekomst van Europa is onlosmakelijk verbonden met de vraag of we in staat zijn een markt van 700 miljoen mensen te scheppen', vervolgde Attali. Europa, zei hij, moet zowel groter worden doordat meer landen deel uitmaken van de 'Europese ruimte', als kleiner doordat de onderlinge verbindingen worden verbeterd. En als een Franse Martin Luther King ontvouwde Attali zijn droom: de twaalf EG-landen moeten aan de overige Europese landen hun visie op de toekomst demonstreren, een visie van een gemeenschappelijke Europese ruimte, een eenheid in verscheidenheid.

Enkele uren eerder had Attali precies hetzelfde verhaal gehouden tijdens zijn enige andere verplichting in Nederland, een besloten lunch met de president van De Nederlandsche Bank.

De nieuwe Europese bank voor wederopbouw en ontwikkeling, zoals de officiele naam luidt (EBRD in Engelse afkorting) heeft tot taak om met een kapitaal van 10 miljard ECU (23 miljard gulden) projecten in Oost-Europa te financieren, waarvan 60 procent in de particuliere sector en 40 procent overheidsprojecten.

Sommige deskundigen die bij de EBRD betrokken zijn, vragen zich af of het percentage particuliere projekten gehaald kan worden: het zal, zeker de eerste jaren, niet eenvoudig zijn zoveel investeringsmogelijkheden in deugdelijke bedrijven te vinden. Maar volgens Attali is deze verhouding, die onder druk van de Verenigde Staten in de statuten werd opgenomen, geen probleem: steun van de EBRD aan de privatisering van staatsbedrijven wordt onder de 60 procent particuliere projekten gerekend.

Evenmin noemde hij het een probleem dat de EBRD in de eerste jaren geen cent aan de Sovjet-Unie mag uitlenen. Ook die voorwaarde wilden de Amerikanen in de statuten opgenomen hebben. Dat was nog voordat sprake was van een hervormingsprogramma in de Sovjet-Unie en voordat de Westerse landen deze zomer besloten de mogelijkheden van steun aan de Sovjet-economie te onderzoeken. De financiele hulp van de EBRD zal zich vooralsnog vrijwel uitsluitend richten op Polen, Tsjechoslowakije, Hongarije en Joegoslavie. De eerste leningen kunnen op zijn vroegst midden volgend jaar goedgekeurd worden.

'We zullen de Oosteuropese landen helpen om een markteconomie te bereiken door mensen op te leiden en te adviseren bij de oprichting van de instituties die nodig zijn voor een markteconomie. We zullen de privatisering van staatsbedrijven financieren, kleine ondernemingen steunen en helpen bij het leggen van verbindingen tussen de twee delen van Europa', omschreef Attali de taak van zijn bank.

Over de werkwijze van de EBRD wilde hij niets kwijt. Attali verkeert in een moeilijke positie: de statuten zijn weliswaar goedgekeurd door de 40 landen en twee Europese instellingen die de bank hebben opgericht en in Londen is een kantoorruimte betrokken, maar officieel bestaat de bank nog niet. Uiterlijk in maart 1991 of zoveel eerder als lidsaten met 85 procent van het stemrecht de statuten hebben geratificeerd gaat de EBRD officieel van start. Tot die tijd kan Attali, de creatieve genius die ieder jaar een nieuw boek schrijft, niets doen en niets zeggen.

Volgende week wordt een tweede bijeenkomst gehouden met de vertegenwoordigers van de 42 leden in de raad van toezicht van de bank. De eerste bijeenkomst, in juli, liep uit op een drama. Attali kwam ruimschoots te laat en presenteerde zijn plannen voor een 'presidentiele bank': veel macht aan de president van de instelling. De raad van toezicht protesteerde krachtig en Attali verliet woedend de vergadering onder dreigementen dat hij, als het zo moest, zou aftreden.

Dat is niet gebeurd, maar ondertussen hebben zich nieuwe incidenten voorgedaan. Attali spreekt als hij het over de EBRD heeft ook gisteren in Amersfoort van de 'Europese bank'. Dat irriteert vooral de Duitsers, die deze naam willen reserveren voor de toekomstige centrale bank van Europa. Verder heeft zich een probleem voorgedaan met de aanstelling van de tweede man van de EBRD. Attali had hiervoor Ernest Stern benaderd, de senior vice-president van de Wereldbank, een Amerikaan van Europese geboorte en zeer ervaren in projectfinancieringen. Stern heeft achter de schermen jarenlang de Wereldbank zo'n beetje in zijn eentje geleid.

Maar Attali liet al uitlekken dat Stern naar Londen zou komen voordat deze zijn benoeming aanvaard had en die manier van werken schoot Stern in het verkeerde keelgat. Sindsdien is de benoeming onzeker. 'Geen commmentaar', zei Attali gisteren desgevraagd.

Hij zei ook dat de mislukking van de kandidatuur van Ruding voor hem geen reden is om bij wijze van troostprijs een hoge positie in de EBRD aan een Nederlander te geven. 'Ik selecteer mensen uitsluitend op basis van hun geschiktheid, niet op basis van nationaliteit.' Hij voegde er aan toe wel enkele deskundige Nederlanders op het oog te hebben.

Over de kwaliteiten van Onno Ruding liet Attali zich niet uit. 'Ik spreek nooit over personen', zei hij. Hij vertelde toch nog een verrassend detail: Attali blijkt Ruding nog nooit persoonlijk ontmoet te hebben. 'Ik zou heel graag kennis met hem maken.'