Ik denk dat doping op den duur wel zal worden toegestaan

vragen aan Andre Bolhuis

Ruim een jaar is Andre Bolhuis (44) chef de mission van het Nederlands Olympisch Comite. Een functie die hij deelt met Ard Schenk. Terwijl de bestuursleden van het NOC elkaar nog de tent uitvochten probeerde dat duo voor de atleten al wat orde op zaken te stellen. Inmiddels is de bestuurlijke rust teruggekeerd, maar blijft het wachten op de grote sponsors die een financieel fundament moeten leggen onder een nieuwe aanpak. Bolhuis, die driemaal in actie kwam bij Olympische Spelen, heeft al een voorschot genomen op de miljoenen die volgens hem komen en is bezig ze te verdelen onder de kandidaat-Olympiers.

Heeft u, terwijl er nog zoveel onrust was in de gelederen, eigenlijk wel iets kunnen doen?

Ik ben een jaar in functie en je hebt een zekere aanlooptijd nodig. Het is waar dat er binnen de eigen organisatie veel te doen was. Toen ik werd aangesteld was in het bestuur nog niet alles uitgekristaliseerd. In feite was er niemand aanspreekbaar, omdat men het te druk had met de eigen problemen. Pas in juni heeft het bestuur enige setting gekregen en sindsdien is het redelijk goed gegaan. In de tussentijd heb ik kennis gemaakt met de bonden die onder mijn verantwoordelijkheid vallen. Als chef de mission voor de zomerspelen heb ik vierentwintig bonden onder me en Ard Schenk, die naar de winterspelen gaat, vier.

Het is voor het eerst dat er twee chefs de mission zijn. Is dat een werkbare constructie?

Schenk en ik zitten op een lijn. Ons hele gedrag binnen het NOC is gezamenlijk. We borduren voort op het beleid dat Wim Cornelis, onze voorganger, heeft uitgezet. Dat bouwen we verder uit. Het opvallendste daarbij is dat we binnen het huidige budget geld hebben weten los te weken om aan sportmensen uit te keren. Ruimschoots genoeg voor een behoorlijke ondersteuning van de topsport. Vroeger had je Sportsupport, maar dat keerde aan bonden uit en aan organisaties zoals de Fanny Blankers Koen Games, de Champions Trophy... Maar niet aan individuele sportmensen. Ik had in de gaten dat je het anders moest uitkeren. Daarom heb ik me voorgenomen zelf naar de bonden toe te gaan, daar de toppers catalogiseren en ze geld geven. We zoeken naar mensen die sterk zijn, we steken alleen geld in sterke bedrijven. Kanshebbers voor Barcelona.

Op welke manier wordt bepaald wie er voor die financiele ondersteuning in aanmerking komt?

Samen met Schenk breng ik mijn voorstellen in de bestuurscommissie topsport van het NOC, waar mensen in zitten als Loorbach, Van der Molen, Weinberg, Els van Breda, Van der Haar en Bertens. Daarna is het een subjectieve beoordeling van mij. Daar steek ik mijn nek mee uit, ja. Het is een actievere rol van het NOC. Ik wil geen papieren tijger worden. Ik zoek het werk meer op dan mensen voor mij hebben gedaan, misschien.

Welke sportmensen heeft u al 'blij' kunnen maken met uw ondersteuning?

De atlete Ellen van Langen, die bij het Europese kampioenschap vierde werd op de 800 meter, had financiele problemen. Ze wilde fulltime met haar sport bezig zijn. Ze krijgt nu een vast bedrag per maand, boven de uitkering die ze krijgt van de individuele begeleiding van de Nederlandse Sport Federatie. Ook heb ik twee worstelaars naar Japan laten gaan voor wedstrijden. Door de veranderingen in Oost-Europa en het wegvallen van een stuk doping kan een stel worstelaars kansrijk worden. In Japan werden ze twaalfde en dertiende bij een internationale wedstrijd. Verder heb ik voor de boksbond, die relatief klein is, moeilijk sponsors vindt maar de laatste jaren met Arnold Vanderlijde en Regilio Tuur wel steeds een bijdrage heeft geleverd aan successen op de Spelen, bij de NSF in Arnhem een boksring met een originele vloer laten maken. Die hadden ze niet in Nederland. Er zijn zo'n zes goeie boksers die een trainings- en wedstrijdprogramma zouden moeten hebben. De bedragen die er bij horen zeg ik liever niet. Dan gaan de bonden vergelijken. Maar er zijn ook sportmensen die op dit moment nog absoluut geen steun krijgen. Zo zal ik niet in het wielrennen investeren. Het is zeer onzeker of de profwielrenners aan de Spelen van Barcelona mee doen en als je nu geld in een amateurrenner stopt rijdt ie volgend jaar misschien voor Peter Post. Dat heeft bondscoach Piet Kuys me zelf gezegd. We hebben afgesproken dat we in september 1991 eens gaan kijken wie er voor financiele steun in aanmerking komt en zelfs dan weet je nog niks zeker. Wielrenners zijn in staat om een maand voor de Spelen prof te worden, te kiezen voor de ronde van Kortenhoef. Als dat gebeurt zullen ze trouwens het geinvesteerde geld moeten terugbetalen.

Zijn er behalve dat terugbetalen, wanneer iemand zich niet aan de afspraken houdt, nog voorwaarden verbonden aan de financiele steun die de atleten krijgen van het NOC?

Vroeger had je alleen de limieten. Dat heeft eigenlijk altijd slecht gewerkt. Ik vind dat je naar ze toe moet gaan met de mededeling: dit zijn de limieten en hier is een programma waardoor je er aan kunt werken om er aan te voldoen. Dat is een veel beter uitgangspunt voor een gesprek dan zo maar de eisen op tafel te leggen. Wij leggen er iets naast en zeggen dat we ze naar dat punt toe helpen. Als ik geld geef spreek ik beoordelingspunten af. Na een bepaalde periode kijken we of het afgesproken streven is gehaald en als dat niet zo is houden de toezeggingen, dus ook de steun op. Het tweede traject wordt gevormd door de geplaatsten voor Barcelona. Daar ga ik bovenop zitten. Dat zijn de gouden eieren.

U bent geld aan het uitgeven, terwijl er op een groot aantal lease-auto's na nog niet een sponsorovereenkomst is. Waar haalt u het geld vandaan?

Ik neem een voorschot op het Nederlands Olympisch Fonds dat er komt. Ik geef geld uit dat nog niet binnen is. De nieuwe NOC-voorzitter Huibregtsen heeft zich volgens mij een beetje verkeken op de problemen om geld binnen te halen. Die dacht toen hij begon: 'ik ga een vrijdagavond aan de telefoon zitten, bel Van der Klugt, Loudon en nog een paar van die mensen en 's maandags heb ik het geld binnen'. Het blijkt dat er meer voor nodig is en ze zijn nu heel hard bezig. De kans dat ik straks tegen atleten moet zeggen: 'sorry, die toezeggingen kan ik niet nakomen', is er niet. Het geld komt er wel, daar vertrouw ik op.

Valt het u tegen dat het kennelijk zoveel moeite kost om grote bedrijven te interesseren voor het Nederlands Olympisch Comite?

Ik hou me niet bezig met sponsorwerving, maar ik zeg wel eens tegen mensen uit het bedrijfsleven: 'Jullie maken honderden miljoenen winst. Het moet toch mogelijk zijn om aan de onderkant van de sportmaatschappij wat te betekenen, zonder dat je je meteen afvraagt wat het je oplevert aan naamsbekendheid'. Vroeger dacht ik er niet zo over, maar dat komt omdat ik nooit een cent van anderen nodig heb gehad om mijn sport te beoefenen. Maar nu kom ik een heleboel mensen tegen die dat wel nodig hebben. Het NOC heeft een streefbedrag van zes miljoen genoemd. In Andorra, bij een congres van nationale comite's, kwam een Amerikaan me vertellen dat zij per jaar 250 miljoen dollar hebben en hij wilde weten hoeveel dat bij ons was. Ik heb niets durven zeggen. Dat leek me het beste.

In de top van de Olympische beweging wordt tegenwoordig ook nog uitsluitend in grote bedragen gedacht en gehandeld. De keuze van Atlanta als locatie voor de Spelen van 1996 boven Athene is daar het recentste voorbeeld van.

Ik heb een hele tijd gedacht dat Athene het zeker zou worden. Ik had zo hier en daar mijn oor te luisteren gelegd en de indruk gekregen dat het eigen idealisme boven de financien zou komen. Maar Atlanta is daar als een stoomwals overheen gekomen. Zo erg dat ik vervolgens dacht dat Athene niet een stem meer zou krijgen. Bij die keuze hebben allerlei factoren een rol gespeeld. Eerlijkheid? Als factoren als geld en eerlijkheid doorslaggevend waren geweest zou Australie het hebben gekregen. Die waren er aan toe en konden het financieel ook waarmaken.

Als chef de mission krijgt u te maken met profs en amateurs. Vereist dat een andere aanpak, omdat voor profs de Spelen nog meer dan voor amateurs een investering zullen zijn die daarna rendement moet opleveren.

De enige vraag waar ik mee te maken heb is of ze een medaille kunnen winnen. Het maakt me verder niet uit of het een prof of een amateur is en of iemand daar later veel geld mee kan verdienen. Natuurlijk zijn er wel grenzen. Als ik met een profwielrenner te maken krijg die zich vol met dope spuit om een medaille te kunnen pakken, grijp ik 'm in zijn kraag en gaat ie naar huis.

Het Internationaal Olympisch Comite heeft op zijn congres in Tokio besloten dat alle professionals mogen deelnemen aan de Spelen. Is afschaffing van het laatste taboe in de Olympische familie, het gebruik van doping, ook naderbij gekomen?

Ik ben zeer huiverig voor het gebruik van doping. Maar ik denk wel dat het op den duur, wanneer het mogelijk is om kwantitatieve dopingcontroles te houden, toegestaan zal worden. Ze kunnen bijna niet anders meer, want anders worden er geen wereldrecords meer gevestigd omdat ze onhaalbaar zijn geworden. Het zou mijn functioneren als chef de mission er niet anders op maken. Ik vind dat je zo ver moet gaan als de reglementen dat toelaten. Als de normen verschoven worden moet je weer tegen de rand van het aanvaardbare aan gaan zitten. Als je daartoe niet bereid bent kun je beter wedstrijdsecretaris worden van de junioren van de lokale hockeyvereniging.

14114 RECORDS TRANSFERRED

    • Peter de Jonge