Giuseppe Saronni; Kopman is kopman, punt uit

Klein, zwijgzaam maar uiterst snel. Giuseppe Saronni was een begenadigd sprinter. Dat talent leverde hem een indrukwekkende reeks overwinningen op, ondanks de aanwezigheid van zijn eeuwige kwelgeest Francesco Moser. Saronni was een decennium lang de verpersoonlijking van de Italiaanse stijl van wielrennen. De kopman is de kopman, punt uit.

Afgelopen maandag, aan de vooravond van de semi-klassieker Milaan-Turijn, ontving Giuseppe Saronni (33) ter gelegenheid van zijn afscheid als wielrenner in het prestigieuze hotel Leonardo da Vinci te Milaan de voltallige Italiaanse wielerpers. Nog eenmaal dromden de journalisten samen om te luisteren naar de zachte stem van 'Beppe'.

Het was lang geleden dat Saronni zo in de belangstelling stond. Sinds de kleine Lombard in het Italiaanse ciclisme is overvleugeld door Bugno, Chiappucci en Argentin, hebben de media geen aandacht meer aan hem geschonken. Saronni was alleen interessant als hij won of net niet won. Voor opmerkelijke uitspraken was men bij de dromerige wielrenner aan het verkeerde adres. Hij werd een 'campionissimo' genoemd, maar miste de uitstraling die bij die kwalificatie past.

Ondanks zijn indrukwekkende erelijst heeft Saronni nooit tot de verbeelding gesproken. In veertien jaar als prof won hij 196 wedstrijden, waaronder tweemaal de Ronde van Italie, het wereldkampioenschap, Milaan-Sanremo, de Ronde van Lombardije, de Waalse Pijl, de Ronde van Zwitserland, het Kampioenschap van Zurich en de Tirreno-Adriatico. In 1982 boekte hij liefst 35 overwinningen. Toch leefde hij in de schaduw van Francesco Moser, de rijzige, immer strijdlustige en brutale renner uit de Dolomieten.

Ten overstaan van het volk liet Saronni zich dinsdagochtend voor de start van zijn laatste wedstrijd door Moser omarmen. Het spel moest nog een keer worden gespeeld. Maar Saronni was er niet gelukkig mee. Hij heeft altijd moeten lijden onder de aanwezigheid van 'Ceco'. Moser zocht zowel in de wedstrijd als erbuiten de strijd. Hij gedijde bij rivaliteit en kleineerde de zwijgzame Saronni voortdurend. Moser zocht de publiciteit, Saronni meed ze, maar kon niet verhinderen dat zijn naam in een adem met die van zijn concurrent werd genoemd.

Saronni was een troetelkind. Uit een enquete van Gazzetta dello Sport werd eens geconcludeerd dat 'Beppe' het populairst was bij oudere vrouwen. Als Saronni iets deed, had Moser het al gedaan. Toen Moser dank zij de medische bijstand van professor Conconi in 1984 achtereenvolgens het wereld-uurrecord brak, Milaan-Sanremo won en de Ronde van Italie, zocht Saronni de assistent van Conconi, Tredici, op om hem te begeleiden.

Moser moest alleen dulden dat Saronni eerder dan hij de Ronde van Italie won. Al in 1979 was Saronni succesvol in de Giro, die hij in 1983 nogmaals op zijn naam schreef. Saronni was tijdens zijn eerste overwinning pas 21 jaar en negen maanden oud. Het was zijn eerste grote triomf op Moser, die tweede werd. Hij werd meteen vergeleken met Fausto Coppi, die in 1940 de jongste winnaar in de Giro-geschiedenis was met twintig jaar en negen maanden. Saronni had op zijn twintigste, na twee profjaren, al meer gewonnen dan Coppi: 32.

Maar Saronni zou nooit een Coppi worden. Hij was als baanrenner van origine niet meer dan een sprinter en een redelijk tijdrijder. In de bergen voelde hij zich niet thuis. Hij was specialist in aankomsten die een beetje opliepen. Op een zo'n parcours in Goodwood (Engeland) werd hij in 1982 wereldkampioen. 'Ondanks de tegenwerking van Moser', liet hij zich deze week plotseling ontvallen.

In 1977 mocht hij niet van Moser mee naar het WK in Venezuela. Maar technisch directeur Martini nam hem toch op in de ploeg. Saronni: 'Ik heb toen hard voor Moser gewerkt en hij werd wereldkampioen. Een jaar later tijdens het WK op de Nurburgring lag ik anderhalve ronde voor het einde met Knetemann en Hinault anderhalve minuut voor. Toen kwam Martini me zeggen dat ik niet meer mocht meewerken. Later bleek dat Moser met de Belgen in de slag zat en ons wilde terughalen. Gelukkig werd Moser tweede. Ik had kunnen winnen. Ik reed in 1979 met hem de Trofeo Barachi (een koppeltijdrit, red.). Hij begon verschrikkelijk hard. Ik vroeg hem rustig aan te doen. Maar hij luisterde niet. We wonnen, maar ik was kapot. Tegen de pers vertelde hij dat het zijn overwinning was.'

'Zonder Moser had ik meer gewonnen', beweert Saronni. 'Maar zonder mij had Moser minder gewonnen. Hij trok zich aan mij op.' Saronni was de verpersoonlijking van de Italiaanse stijl van wielrennen, vergelijkbaar met het 'catenaccio', de defensieve voetbaltactiek. Rondom hem werd een ploeg van louter 'knechten' geformeerd die de wedstrijd tot de laatste kilometers gesloten hielden om de kopman tenslotte te lanceren voor de sprint. Bijna elke ploeg hanteerde dit systeem met een sprinter als kopman. Maar het team van Saronni was hierin het meest bedreven.

Saronni waagde zich pas in 1987 aan de Tour. Halverwege staakte hij in gezelschap van zijn broer Alberto de strijd. 'De manier van koersen in de Tour ligt mij niet', gaf hij toe. De nieuwe generatie Italianen past zich tegenwoordig met succes wel aan de Westeuropese tactiek aan. Het is naast verzadiging een reden waarom de overwinningen van Saronni steeds schaarser werden. 'Vroeger was de kopman de kopman, punto e basta. Nu weet je niet waar je aan toe bent. Je kunt niemand vertrouwen.'

Dit jaar won Giuseppe Saronni slechts een wedstrijd: de Giro della Provincia di Reggio Calabria. In maart. Het was zijn laatste. In april 1970 boekte hij als dertienjarige zijn eerste overwinning. Er zouden nog 475 volgen. Dinsdag nam hij afscheid in Milaan-Turijn met een 108ste plaats. In zijn geboorteplaats Novara had de organisatie van de Ronde van Piemonte hem donderdag voor zijn laatste wedstrijd graag aan de start willen hebben. Saronni zag er vanaf. Hij wilde geen polonaise. Die heeft de introverte Italiaan al genoeg moeten meedansen.