Geldig ritueel

DE WAARSCHUWING van de president van De Nederlandsche Bank, dr. W. F. Duisenberg, dat het financieringstekort tot 1994 drie keer zo groot zal zijn als de regering in de Miljoenennota heeft voorgerekend, heeft opmerkelijke reacties opgeroepen. Premier Lubbers tracht de president van de centrale bank voor te stellen als brombeer-van-dienst, die nu eenmaal is aangesteld om dit soort sombere prognoses uit te spreken. De vakbonden doen het voorkomen alsof Duisenberg slechts beoogt de koppeling van gemiddelde loonstijging met ambtenarensalarissen en uitkeringen om zeep te helpen. En Duisenbergs partijgenoot en verre nazaat op Financien, W. Kok, zegt dat als zich werkelijk voordoet waar Duisenberg van uitgaat het tekort inderdaad zal oplopen, maar dat men dit nu juist door gericht beleid zal trachten te voorkomen.

Het opmerkelijke is dat wordt gedaan alsof het financieel zo erg niet is, terwijl Duisenberg slechts de door de regering op Prinsjesdag voorgelegde cijfers heeft gecombineerd met de algemene wetenschap dat de rente volgend jaar niet tot zes procent beperkt zal blijven en dat een olieprijs van 21 dollar in 1991 met de dag onwaarschijnlijker wordt. Dat de regering die conclusies pas wil trekken bij de zogeheten 'tussenbalans' begin volgend jaar diskwalificeert Duisenbergs waarschuwing in het geheel niet. Integendeel, deze onderstreept waar de regering bij de algemene beschouwingen zelf naar verwees, maar waaruit zij ook om redenen van de samenhang in de coalitie nog even niet de consequenties wilde trekken.

DUISENBERGS opmerkingen gisteren bij de Sociaal-Economische Raad bevestigen dat de coalitie een moeilijke tijd tegemoet gaat. Om een uitweg te vinden uit het doolhof van verlaging/verhoging van de collectieve lastendruk, de WAO, de uitgaven voor onderwijs, de sociale zekerheid, de koppeling en de staatsschuld, zullen Lubbers en Kok nog al hun vindingrijkheid nodig hebben.

Bij de tussenbalans komend voorjaar moet praktisch gesproken de formatie op essentiele onderdelen worden overgedaan. Het rituele element in Duisenbergs uitspraken doet aan de geldigheid ervan geen afbreuk.