G. Konrad en H. van Mierlo in debat over Oost Europa

GRONINGEN, 20 okt. Langzame opmerkingen in een snelle tijd. Dat is de titel van de zojuist bij uitgeverij Van Gennep verschenen bundel artikelen van de Hongaarse schrijver Gyorgy Konrad. Het had echter even goed de titel kunnen zijn van de Van der Leeuw-lezing die Konrad gisteren in Groningen heeft gehouden. Voor een bomvolle en tot het uiterste gespannen Martinikerk liet de schrijver hier aan het eind van de middag een lange reeks bespiegelingen horen over de situatie in Oost en Midden Europa. Verlegen leunend achter een lessenaar mijmerde Konrad over zulke uiteenlopende zaken als de kleurige diversiteit die op dit moment in zijn land begint te ontstaan, de intellectuelen die in het nieuwe bestel de toon aangeven, de onvermijdelijke baantjesjagers, en de bevolking die zich als een spons volzuigt met alles wat er maar wordt aangeboden.

In het begin van zijn in het Engels voorgelezen overpeinzingen toont Konrad zich voornamelijk een gelukkig mens. Sinds een paar jaar gaat het hem elk jaar beter. Hij mag gaan en staan waar hij wil. Hij kan zijn boeken ongestoord mee naar het buitenland nemen. Zijn paspoort kan niet meer zomaar worden ingetrokken.

Een gevolg hiervan is dat hij zich de laatste tijd nauwelijks meer voor politiek interesseert: 'Als ik achterom kijk, komt al dat gedoe me wat overdreven voor. Ik verwacht van een regering dat zij mij niet lastig valt. Ze behoort haar werkzaamheden even geruisloos en beleefd te verrichten als het personeel van een oud gerenommeerd hotel.'

Gaat het werkelijk zo goed met Hongarije? Tegen het eind van zijn lezing slaat de stemming enigszins om. Konrad laat plotseling zijn angst en onvrede blijken. Hij weigert duidelijke conclusies te trekken, maar wordt kennelijk door twijfels verteerd. Hij ziet politici die hij respecteert. Hij vertrouwt erop dat de ultra-rechtse krachten in Europa niet genoeg macht zullen krijgen. Maar tegelijkertijd kan hij het nieuw opkomende nationalisme niet ontkennen: 'Nog vormloze maar heetgeblakerde identiteiten doemen op uit het duister.' Ook het toenemend conservatisme in zijn land stemt Konrad weinig gelukkig: 'Pilsudski, Benes, Tiso, Antonescu: in onze streken rehabiliteert het officiele historische bewustzijn niet alleen de nagedachtenis van deze personene, maar ook hun politiek.'

Konrad verwacht voor Hongarije het meeste heil van een liberaal, 'westers' socialisme, dat zich in ieder geval bekommert om de armen en de hulpelozen. Om de griezelige ontwikkelingen in de Oost- en Middeneuropese staten van buitenaf in goede banen te leiden, wil hij de toelating van deze landen tot de Europese Gemeenschap afhankelijk stellen van hun opinieklimaat. In alle landen zouden geregeld peilingen gehouden moeten worden om aan te geven hoe tolerant de bevolking denkt.

Na de lezing van de Gyorgy Konrad had Hans van Mierlo, de fractieleider van D'66, de ondankbare taak om voor een kerk vol Konradbewonderaars op te treden als coreferent. Hij bracht het er goed van af. Uiteraard was hij het niet eens met Konrads verminderde belangstelling voor de politiek. Het beeld van het oude gerenommeerde hotel met de goede bediening sprak Van Mielro wel aan, maar hij plaatste toch een kanttekening: 'Wie een overheid wil, die dienstbaar is en bescheiden, zal er voor moeten knokken.'

Volgens Van Mierlo zal de overheid de komende jaren veel krachtiger in de marktverhoudingen moeten ingrijpen om te voorkomen dat er ernstige milieurampen plaatsvinden. Een andere belangrijke taak zal bestaan uit het beteugelen van het door Konrad gesignaleerde oplevend nationalisme.

Het was een mooi gezicht, twee zo verschillende karakters kort na elkaar te zien spreken. Liet Konrad zijn uiteenlopende overwegingen rustig in elkaar overlopen, Van Mielro hield een bijna klassiek retorisch betoog, compleet met stemverheffingen en opgeheven wijsvinger. Hoewel Van Mierlo door sommige gebeurtenissen, zoals de Duitse eenwording, is overvallen, gaan de meeste veranderingen hem juist veel te langzaam. Hij zou het liefst zo snel mogelijk een hecht Europees samenwerkingsverband zien ontstaan, om het door Konrad gevreesde nationalisme te kunnen beteugelen.

Na Konrads langzame opmerkingen bij een snelle tijd, deed het coreferaat van Van Mierlo denken aan een reeks snelle opmerkingen bij een langzame tijd.

    • Reinjan Mulder