Engelands vermaardste jockey weer terug; Opa Piggott heeftlak aan alles buiten renbaan

LONDEN, 20 okt. Het wonder van de Engelse renbanen is een paar turven hoog, heeft een spraakgebrek, een venijnig karakter en is half doof. Lester Piggott, Engelands vermaardste jockey, is weer terug. Tot vreugde van het publiek en tot zorg van de bookmakers, die plotseling andere kansberekeningen moeten maken. Immers als Lester Piggott meerijdt, wedt het paardenvolk niet alleen op het paard maar ook op diens berijder.

Een maand geleden herkreeg Lester Piggott zijn startlicentie. Hij dook ogenblikkelijk een sauna in om van het toch al schrale lichaam een paar kilootjes weg te stomen. Dit feit alleen al was voldoende voor uitgebreide beschouwingen in de Britse pers, die de moed roemde van een vierenvijftigjarige om een come-back te maken, maar tegelijkertijd vraagtekens plaatste bij de wijsheid van het besluit. Het is grote sterren immers eigen om geen afscheid te kunnen nemen, ook al zijn zij hun hoogtepunt al lang gepasseerd. Het enige waar zij in hun nadagen op teren is een verblekende naam, het publiek in verbijstering achterlatend over het menselijke aftakelingsproces.

De zelfde risico's zou opa Piggott bij zijn vervolgcarriere lopen, zo profeteerde de pers. De harde wereld van de sport kent meer waterdragers dan kampioenen. Oude kampioenen zijn een fossiele zeldzaamheid. Maar zie: het mirakel geschiedde. Op de tweede dag van zijn terugkeer deze week voerde Piggott twee paarden naar de overwinning, in dezelfde stijl als in zijn jongere jaren: diep gebogen langs de paardehals, de kont fier omhoog uit het zadel als om te tonen dat hij lak heeft aan alles wat er buiten de renbaan gebeurt. Nu staren uit krantenkiosken zijn foto's de voorbijganger tegemoet, het bekende schrale koppie van losse vellen waarin dertig jaar honger is geetst. Geen enkel dag- week- of maandblad, respektabel of minder respektabel, kan om hem heen. Lester Piggott, het zij herhaald: inmiddels vierenvijftig jaar, is terug. Op het erepodium. Het is een lange weg geweest.

Geld, roem en eer

Vijf jaar geleden besloot Lester Piggott een punt achter zijn glorieuze carriere te zetten. Hij had alles bereikt wat er in zijn professie te bereiken viel. Geld, veel geld, roem en eer. Overwinningen in 29 klassiekers en 5.200 keer eerste in ondergeschikte races. Wat kan een mens meer wensen, ten minste als hij /zij jockey is ? Het leek een waardig moment voor Piggott de deur achter zijn loopbaan dicht te trekken, het licht uit te doen en een koninklijke onderscheiding af te wachten. Het zou heel anders lopen.

In oktober 1987 werd Lester Piggotts naam opnieuw groot geschreven in de Britse krantekoppen. Maar dit keer zeer tegen zijn zin. 'Een levende legende onteerd', schreef de pers, of woorden van gelijke strekking. Lester Piggott, een van die kleine mannekes die beroepshalve zwemmen in het kielzog van het grootkapitaal, had vergeten zeven miljoen bij de belastingsdienst op te geven. De codenaam, waaronder de fiscale opsporingsambtenaren hun actie tegen hem hadden gevoerd, was Centaur, de half-paard half-mens figuur uit de Griekse mythologie; een spitsvondigheid van psychologische klasse.

Er volgde een rechtszaak, waarin Piggotts verdediger een tenen-krullend pleidooi hield. De held van de mondiale renbanen was, aldus de advocaat, gedurende zijn langdurige carriere min of meer tot ontoerekeningsvatbaar toe op zijn hoofd gevallen. Piggott, zo werd breed uitgesponnen, was een half dove, gebrekkig articulerende zonderling met een uitzonderlijke gave, namelijk om zijn beperkte intellectuele vermogens tijdens een race kort te sluiten met die van een paard. Een centaur kortom.

Afbetalingssommen

Wat Piggotts kansen er tijdens zijn rechtszaak niet beter op maakten, was dat hij al twee keer eerder de fiscus met afbetalingssommen tevreden had moeten stellen. 'He pushed his luck too far', zeggen de Engelsen in zo'n geval, wat er vrij vertaald op neer komt dat Piggott zich had vergaloppeerd. Piggott kreeg een gevangenisstraf van drie jaar. De kampioen was dieper gevallen dan een paarderug hoog is.

Niemand had drie jaar geleden durven of kunnen voorspellen dat er nog een of meerdere hoofdstukken aan de 'onteerde legende' zouden worden toegevoegd. Het boek Lester Piggott leek definitief uit. Tot maandag jongstleden. Alleen al de tijding al dat Piggott zou meerijden, betekende dat de renbanen vol stroomden. Het aantal weddenschappen dit is doorgaans een slappe tijd steeg met sprongen. Wat het publiek bij de start zag, was van alle glitter en glamour ontdaan. Piggot was slechts een van de jockeys op een ronddraaiend paard, de stofbril op het voorhoofd geschoven, de ogen opengesperd om het parkoers te verkennen. Een jockey onder de jockeys, zij het met de langste en glorierijkste carriere van allemaal. En de meest verkreukelde.

Sommigen van zijn mededingers speelden in 1948, toen hij zijn eerste overwinning behaalde, nog met hun knikkers of waren nog niet geboren. Ook voor hen was hij een geestverschijning uit een ver verleden. Een man die zijn sporttas in de weegkamer placht te gooien en maar beter genegeerd kon worden. Ook na de race van maandag kon er van de zijde van Piggott geen vriendelijk woord voor de overwinnaar af. De volgende dag op Chepstow won hij zelf.