Een zwevend dak

DE OVERHEIDSORDER voor een tv-campagne tegen alcoholgebruik gericht op jongeren compleet met popster in de hoofdrol gaat de neus van RTL4 voorbij, al leken ze geknipt voor elkaar. Zeker nu de rechter heeft uitgemaakt dat het alternatieve Nederlandse net volgens de wet niet valt te weren. Maar minister d'Ancona (WVC) stak er uit omroeppolitieke overwegingen een stokje voor.

Deze jongste variant op het officiele motto van ons mediabeleid 'overheid op afstand' zou alleen maar lachwekkend zijn als het niet droevig was dat de verantwoordelijke bewindspersoon afdaalt tot zulke pietluttigheden. Het past in een patroon van verbrokkeld denken, dat eerder dit jaar culmineerde in de vermakelijke episode van de STER op zondag. Dat wordt het dus niet, hoewel minister d'Ancona dit element speciaal had losgemaakt uit een wetsontwerp dat de STER verder moet verruimen vooruitlopend op een nieuw (duaal) bestel. Het was trouwens al onzinnig de STER naar voren te halen terwijl de echte discussie nog moet beginnen.

Wat nu ook weer in de RTL-zaak treft is vooral een preocupatie tot in het absurde toe met alles wat 'commercie' heet die van buiten het Bestel wel te verstaan.

DE VRAAG kan beter worden omgekeerd: wat is een publiek bestel? Dat is de verfrissende boodschap die drie hoogleraren deze week bij premier Lubbers deponeerden in het rapport Verbinding en Ontvlechting van Communicatie. De afkorting VOC refereert aan de Gouden Eeuw, die thans belooft terug te keren in de vorm van een 'informatiemaatschappij' als ons land tenminste de ergste

ppen weet te vermijden. Het valt nauwelijks aan te nemen dat Lubbers niet het mediabeleid in z'n achterhoofd had toen hij vorig jaar de studieopdracht verleende als voorzitter van een groepje ministers dat zich buigt over knelpunten in het Nederlandse informatiebeleid.

De hoogleraren hebben ervoor gewaakt verder te springen dan de studieopdracht reikt en laten met nadruk keuzemogelijkheden open. Leuk voor PvdA-fractieleider Woltgens en zijn primaat van de politiek. Maar dat ontslaat zijn geestverwante minister niet van de plicht eindelijk eens een paar harde waarheden onder ogen te zien.

De voornaamste is dat het omroepbeleid in een impasse verkeert. De zuilenstructuur waarop het is gebaseerd is aan de vraagzijde vrijwel weg en aan de aanbodkant aardig afgebrokkeld, maar de bestuurlijke bovenbouw is nog intact. Het is onvermijdelijk dat dit zwevende dak naar beneden valt, al was het alleen maar vanwege onze internationale verplichtingen. Het rapport waarschuwt dat met name de EG 'dwingende eisen stelt aan het publieke karakter van ons bestel'.

Voorzover het gaat om de informatievoorziening en het bieden van een platform voor verschillende meningen is er in de scenario's bepaald plaats voor een publiek bestel. Dat betekent dan overigens wel dat er echt werk wordt gemaakt van de NOS en dat de overige zendmachtigingen fiks worden herschikt. Twee netten is al gauw het maximum wat een gereconstrueerd publiek bestel kan trekken. Reclame dient fiks te worden afgetopt.

De pijn zit hem in het amusement, inclusief de sportuitzendingen. Het VOC-rapport heeft er oog voor dat juist hier de zuigkracht van de commerciele omroep het grootst is. Een herverkaveling van de omroepmarkt is naar het zich laat aanzien onvermijdelijk. Het hoeft niet echt een ramp te zijn als commerciele zenders uiteindelijk aan de haal gaan met populaire voetbalwedstrijden.

HET IS JAMMER dat zoveel energie nodig is voor het onverteerde brok van het omroepbeleid, want de hoogleraren wijzen een paar andere zeeengten aan die alle aandacht van het VOC-konvooi verdienen. Heilloze verkokering van het informatiebeleid, een ware loopgravenoorlog tussen de departementen, staat de oplossing in de weg van een fiks verdeelprobleem dat zich aandient: dat van de ethergolven tussen omroep en mobiele communicatie. Intussen blijft de kabel schandelijk onderbenut.

Zelfs dit brede en behartenswaardige rapport heeft overigens een blinde vlek: toegang voor de burger tot informatie van algemeen belang. In toenemende mate wordt die opgeslagen in particuliere databanken. Deze blijven grotendeels buiten het referentiekader van het VOC-rapport: het aanvaardt de grenzen tussen publieke en prive-informatie als gegeven. Maar deze zijn niet minder dan de omroep aan herverkaveling toe.