DE DIKKE MAN (XXVII)

De bijeenkomst, in beginsel toch niets meer of minder dan de ordinaire televisie-opname van een middelmatige talkshow, nam allengs een feestelijker karakter aan. Men celebreert hier louter en alleen zichzelf, dacht De Dikke Man; het gaat in wezen om een puur egotistische eredienst, een waar ritueel: slechts de vorm telt.

'En toch wil ik dat je bij mijn mediaprogramma komt werken', zei De Volledig Blonde Presentator met een halsstarrige, naar het kwaadaardige neigende glimlach.

'Ik werk toch al bij Klaas', zei De Dikke Man zeer moedeloos.

'Jij moet voor de camera', zei De Volledig Blonde Presentator.

'Ik?' schrok De Dikke Man.

'Ja, jij', stelde De Volledig Blonde Presentator.

Het rumoer viel steeds moeilijker te overstemmen. Iedereen sprak luid. Niemand hield ook maar een moment de mond.

'Ik stuur jou op reportage', schreeuwde De Volledig Blonde Presentator. 'Ik zie het helemaal zitten jij als verslaggever bij de feestelijke premiere van Les Miserables.'

'Ik moet er niet aan denken', riep De Dikke Man.

'Fantastisch', zei De Volledig Blonde Presentator. 'Jij op die witte sneakers van je en met die eeuwig afzakkende spijkerbroek en dan maar zieken, zuigen en afzeiken; gewoon jezelf. Prachtig! Nog nooit vertoond! Je gaat het helemaal maken, man!'

De Dikke Man stond bruusk op, en liep met grote stappen weg.

'Dat wordt de klapper van het seizoen', hoorde hij De Volledig Blonde Presentator nog zeggen.

D e Dikke Man zocht wanho pig naar de uitgang. Overal werd hij gegroet door jongens en meisjes die hij niet of nauwelijks kende; merendeels spottende gezichten, glanzend van opwinding; oorverdovende leegte.

Ik ben

haast

niet eens meer

een

nabestaande

dichtte hij.

Hij bleef midden in de massa staan, en hees nadenkend zijn broek op. Hij keek lang naar zijn smoezelige gympies. Ineens zag hij zichzelf weer lopen langs de zomerse gracht; een stralende morgen; dat jonge moedertje achter die kinderwagen kwam rakelings langs hem; en bijna had hij de as van zijn stiekeme sigaret op de vredig slapende zuigeling afgetipt.

Hij lachte grimmig.

'Sta je je weer eens op te vreten?'

De Dikke Man keek in het minzame gelaat van De Koele Maar Daarom Niet Minder Aangename Dame. Hij voelde een vaag begin van tranen.

'We worden oud, he', zei De Koele Maar Daarom Niet Minder Aangename Dame. Zij had een smal gezicht, waarin een tamelijk gemelijke mond en opvallend zachte ogen. 'In mijn dromen', zei ze 'waan ik mij ongeveer veertig maar als ik 's morgens in de spiegel kijk, weet ik wel beter. Ik ben wel degelijk zestig.' Ze lachte De Dikke Man bemoedigend toe.

Pal naast hen stond De Lawaai-Journalist, die in drukke discussie verwikkeld was met De Meest Creatieve Reklameman Van Het Moment.

'Maar dat kun je toch niet maken!' zei De Meest Creatieve Reklameman Van Het Moment wanhopig.

'Wat dan precies niet?' vroeg De Lawaai-Journalist op superieure toon.

'Nou dat je mij in die column kenschetst als een sigaren rokende, zalm etende figuur.'

'Waarom niet. Je rookte toch een sigaar, en je at zalm.'

'Ja maar die had jij me aangeboden. Of niet, soms?'

'Ja maar daarom rookte je nog wel een sigaar en at je wel degelijk zalm.'

De Dikke Man en De Koele Maar Daarom Niet Minder Aangename dame keken elkaar zwijgend aan.

'Ik weet wat je denkt', zei De Dikke Man ten slotte. Hij haalde een verkreukeld briefje van honderd uit zijn broekzak, en drukte het De Koele Maar Daarom Niet Minder Aangename Dame in de hand.

'Wat is dit?' vroeg ze, uiterlijk verbaasd.

'Tien jaar geleden', zei De Dikke Man. 'Toen heb ik dat van je geleend. Elke keer als ik je zie, denk ik eraan maar al die tijd kwam ik er niet aan toe om je het terug te geven.'

'Het had echt niet gehoeven', zei De Koele Maar Daarom Niet Minder Aangename Dame.

'Waarom zou ook jij onder mijn neuroses moeten lijden?', zei De Dikke Man.

'Ik begrijp niet wat je bedoelt', zei De Koele Maar Daarom Niet Minder Aangename Dame. 'Ik nodig je uit om nu direct met mij te gaan eten. Jij mag zeggen waar.'

'Ik ben echt blij dat ik je het nu terugbetaald heb', zei De Dikke Man.

'En waar?' vroeg De Koele Maar Daarom Niet Minder Aangename dame. 'In Het Oude Italiaanse Restaurant?'

'Leuk', zei De Dikke Man. 'Dat vind ik nu echt leuk.'

D e gerant van Het Oude Ita liaanse Restaurant kwam met uitgestoken handen op De Dikke Man af. 'Buona sera!' riep hij, met werkelijke warmte in zijn stem.

'We hebben niet gereserveerd', zei De Dikke Man.

'Geen probleem', zei de gerant, 'u mag gaan zitten waar u wilt.'

'Ik kom hier nog maar zelden', zei De Dikke Man, terwijl ze aan een tafeltje neerstreken.

'Ik ten minste driemaal per week', zei De Koele Maar Daarom Niet Minder Aangename Dame, 'maar mij geven ze nooit een hand.'

'Dat heb ik nu eenmaal aan me kleven', zei De Dikke Man, zijns ondanks vergenoegd. 'Ik weet wat handjes-geven is. Als klein jongetje moest ik in de sjoel al die oude mannen de hand schudden. Ik weet bij god niet waarom. Geef jij meneer Da Pinto daar eens een handje, zei mijn vader dan, en, verdomd, dat deed ik vervolgens braaf. Dat kleeft kennelijk nog aan me.'

'Waarom schrijf jij eigenlijk nooit meer?' vroeg De Koele Maar Daarom Niet Minder Aangename Dame.

'Ik heb het al zo lang niet meer gedaan', zei De Dikke Man. 'Ik weet niet eens meer hoe het moet. Schrijven kun je verleren, evenals toneelspelen heb ik laatst gehoord.'

'Onzin', zei De Koele Maar Daarom Niet Minder Aangename Dame met een suikerzoete glimlach.

'En dan, in welke periodiek zou ik vandaag de dag nog willen publiceren? In De Scheveningse Klok, soms? Daar moet ik toch niet aan denken.'

'Je verzorgde toch ooit een niet onaardige rubriek in het eerlang links-progressieve weekblad Hup Holland!' zei De Koele Maar Daarom Niet Minder Aangename Dame.

'Wat er met dat blad tegenwoordig aan de hand is ik begrijp het niet', zei De Dikke Man, opeens droevig. 'Laatst hadden ze een artikel gewijd aan de zogeheten Trend Van Het Rouwen. Hoe kom je erop! Gingen ze in een geestig bedoeld stuk allerlei overlijdensadvertenties belachelijk maken, waaronder een annonce ter nagedachtenis van een AIDS-slachtoffer dat ik toevallig gekend heb; een lieve collega. Wat is daar nou de lol van? Waarom moet dat?'

'Angst om de Waan Van De Dag te missen', zei De Koele Maar Daarom Niet Minder Aangename Dame. 'Je trekt je dat soort dingen veel te erg aan. Ze bedoelen er hoogstwaarschijnlijk helemaal niets mee.'

'En dat, dat is het aller-, allerergste', zei De Dikke Man, diep-bitter en met vochtige ogen.

Joh

durf

te

sterven

en

verlaat

deze

geschonden

stad

dichtte hij, en hij wenkte de ober ongeduldig om de kaart.

(wordt vervolgd)