Brussel zinspeelt op EMU voor zeven leden EG

BRUSSEL, 20 okt. Zeker zeven leden van de Europese Gemeenschap zouden nu al in staat zijn zonder veel moeilijkheden van start te gaan met een economische en monetaire unie.

Drie lidstaten zouden dat binnen een paar jaar kunnen, terwijl er voor twee lidstaten wat meer tijd nodig zou zijn voor de noodzakelijke aanpassingen.

Dat zei gisteren de Europese Commissaris voor economie en financien, de Deen Henning Christophersen, tijdens een persconferentie in Brussel bij de presentatie van een nieuw rapport over de economische en monetaire unie (EMU) met de titel 'Een markt, een geld'.

Dat meer dan 300 pagina's tellende rapport, dat is samengesteld 'met het nuttige advies en de steun van verscheidene economische experts buiten de Commissie', behelst een evaluatie van de potentiele voordelen en kosten van het vormen van een economische en monetaire unie.

Volgens het rapport zouden Duitsland, Frankrijk, Belgie, Luxemburg, Denemarken, Ierland en Nederland zonder moeite een EMU kunnen vormen. Italie, Spanje en het Verenigd Koninkrijk zouden enige aanpassingen moeten doen, 'maar die zijn zeker mogelijk binnen een paar jaar'. De resterende landen, Griekenland en Portugal, hebben nog belangrijker aanpassingen door te voeren, maar, als er maar politieke wil is zouden deze landen eveneens kunnen mikken op deelneming aan de volledige EMU op hetzelfde moment als de rest van de Gemeenschap.

De derde en laatste fase van de EMU zou volgens Christophersen in elk geval al op de helft van de jaren '90 moeten beginnen. Gegeven het feit dat nu als vrij zeker kan worden aangenomen dat de tweede fase van de EMU op 1 januari 1994 zal kunnen beginnen daarvan heeft deze week immers ook de Duitse bondskanselier, Helmut Kohl, zich voorstander verklaard betekent dit dat die fase vrij kort zal zijn. Ook Christophersen beklemtoonde dat de tweede fase kort moet zijn, omdat de derde fase veel voordelen zal opleveren. 'Laten we het dus zo snel mogelijk doen om er zoveel mogelijk vruchten van te plukken', zo zei Christophersen.

Dat het Verenigd Koninkrijk er elf jaar over heeft gedaan voor het volledig lid werd van het EMS, het Europese monetaire systeem van vrijwel vaste wisselkoersen, heeft geleid tot teveel speculatie op de financiele markten, zo meende de Commissaris. Bij een korte tweede fase kan speculatie worden onderdrukt.

Als vier belangrijkste voordelen van de EMU noemde Christophersen: de doeltreffendheid door het feit dat er slechtseen munt zal zijn in plaats van 'elf-en-een-half' (de Luxemburgse en Belgische frank zijn immers reeds onderling inwisselbaar); er ontstaat een transparantere marktdoor transparantere prijzen; de burgers zullen zich meer bewust worden van de munt- en prijsdiscipline; er zal een dynamiek ontstaan met positieve effectenop de groeicijfers, mogelijk zal het bruto nationaal produkt met 5 procent stijgen; de instelling van een munt zal de economische ensociale cohesie verbeteren, de kloof tussen arme en rijke landen zal juist niet groter worden, zoals sommige sceptici vrezen, maar juist kleiner omdat de minder ontwikkelde landen belastingvoordelen zullen krijgen.

De directe voordelen voor het Europese bedrijfsleven die ontstaan door het wegvallen van de wisselkoersverliezen schatte Christophersen op een bedrag tussen de 13 en 19 miljard ECU (tussen de dertig en 43 miljard gulden). Voor grote lidstaten zou dat ongeveer neerkomen op een half procent van het bruto binnenlands produkt per jaar, voor de kleinere zelfs een vol procent.

Christophersen zei 'bemoedigd' te zijn door de uitspraak van Kohl deze week, maar ook door de recente vergadering van de ministers van financien van de EG in Luxemburg, waar de meeste lidstaten een voorkeur lieten blijken voor 1 januari 1994 als begindatum van de tweede fase van de EMU. 'Er zijn daardoor twijfels weggenomen, het onderhandelingsproces is weer op gang', zo zei Christophersen. Volgens de Commissaris is er nu, met uitzondering van Groot-Brittannie, 'ruime overeenstemming' over de opzet van de EMU. In december zal het statuut voor de nieuwe centrale bank, de Eurofed, voltooid worden. Dat statuut kan dan als verdragsprotocol worden toegevoegd aan het nieuwe verdrag over de EMU dat moet worden uitgewerkt door de Intergouvernementele conferentie die medio december in Rome officieel wordt geopend.