BONAPARTE EN DE BEAUHARNAIS

De natuur heeft mij een sterk en vastberaden karakter gegeven. Ze heeft jou van kant en tule gemaakt.' En: ' Ik hield oprecht van haar, hoewel ik geen respect voor haar had. Ze was een leugenaarster en ze gooide het geld over de balk, maar ze had iets onweerstaanbaars. Ze was in al haar vezels een vrouw.'

Twee citaten, het eerste uit 1796, het tweede uit 1814. Hier moet haast sprake zijn van een Love Story. Dat is in ieder geval de ondertitel van Napoleon and Josephine, van de hand van de Britse schrijver Theo Aronson.

Zijn wij getuige van een nieuwe trend? Per slot van rekening kunnen we koningin Victoria al een tijdje van een heel andere kant kennen uit de publikaties over haar betrekkingen met John Brown. Ook dienen we de sonates van Mozart heel anders te beluisteren na lezing van de boeken die de laatste jaren over hem en Constanze zijn geschreven. Het lijkt mij overdreven hieruit te concluderen dat de groten der aarde niet meer in hun eentje groot mogen zijn. Alleen wordt tegemoet gekomen aan de nieuwsgierigheid bij het publiek naar 'De Vrouw Achter... ', 'De Man Achter... ', en als het even kan naar respectievelijk de Vrouwen en de Mannen Achter... Het treft dat er schrijvers zijn die met dezelfde nieuwsgierigheid zijn behept. En als het integere schrijvers zijn, verdoezelen ze niet de vaak al bekende historische feiten. Wel is hun opzet verschillend: ze leggen de accenten anders.

Theo Aronson heeft zich eerder verdiept in Napoleon en zijn familie. Dat heeft zijn weerslag gekregen in The Golden Bees, het verhaal van de Bonapartes. Zelf zegt hij over zijn meest recente boek, A Love Story: ' De grote politieke, economische en militaire gebeurtenissen spelen slechts op de achtergrond een rol. Dit boek is de biografie van een huwelijk. Ik ben op zoek gegaan naar twee karakters.' En: ' Dat huwelijk is zeker niet het hele verhaal van Napoleons leven, maar het is wel een van de meest fascinerende aspecten.' Waarop hij de niet geheel originele conclusie presenteert: ' Hun aantrekkingskracht was er een van tegenpolen.'

EILANDBEWONERS

Aronson pakt de zaak grondig aan. Hij begint met het schilderen van de achtergronden van de twee hoofdpersonen. Daarin blijken enige parallellen te zitten. Beiden zijn geboren op een eiland (Napoleon op 15 augustus 1769 op Corsica, Josephine op 23 juni 1763 op Martinique), beiden met de Franse nationaliteit, maar geen van tweeen Frans in hart en nieren. Hiermee houdt de vergelijking evenwel op. Napoleon, het voorlijke kind, ontpopte zich al vroeg tot de leider van de familie hoewel hij de tweede zoon was. Josephine demonstreerde al vroeg haar languissante aard en bovendien was ze op jeugdige leeftijd behept met gele tanden zodat vrijwel niemand haar ooit in het openbaar schaterlachend heeft aangetroffen, laat staan dat een schilder haar met een gulle lach heeft vereeuwigd.

Nu viel er aanvankelijk in Josephines leven inderdaad weinig te lachen. Ze had dat kunnen weten, want een mulatse waarzegster had haar gezegd: ' Je zult jong trouwen, je zult ongelukkig zijn, je zult weduwe worden, maar je zult opnieuw trouwen en dan zal je meer worden dan een koningin in Frankrijk.'

Haar eerste, gearrangeerde, huwelijk met de saletjonker Alexandre de Beauharnais was een ramp. En dat lag aan hem. Weliswaar was Josephine, recht uit de kolonies, een beetje eigenzinnig type, maar om haar nu helemaal nooit mee te nemen naar de salons van het Ancien Regime, waarin hij zo graag verkeerde. Geen vooruitziende blik dus, en dat zou hem later de kop kosten onder de guillotine toen hij politieke aspiraties kreeg. Had hij namelijk de moeite genomen om zich te verdiepen in Josephines karakter, dan had hij geweten dat zij beschikte over een wonderbaarlijk aanpassingsvermogen, dat zijn wortels had in een onweerstaanbare drang om te overleven. Een ras-egoiste, zou je kunnen zeggen.

Aronson is milder in zijn oordeel. ' Neem haar gedrag haar eens kwalijk, ' zegt hij. ' Haar grootste belang was zichzelf en vooral haar twee kinderen, Eugene en Hortense, in leven te houden.' Een moederhart, een gouden hart. Dat was nu net wat Napoleon zo in haar aantrok. Had hij immers ooit niet gezegd: ' Vrouwen moeten aantrekkelijk zijn omdat ze hoogstaande principes hebben en een warm hart, niet omdat ze geestig of amusant zijn?' Hij had ook gezegd: ' Goede smaak en genialiteit kunnen niet worden aangeleerd.' Het was meteen raak toen Josephine in 1795 de net in Parijs benoemde generaal Bonaparte kwam bedanken. Haar zoon Eugene had het zwaard mogen behouden waarmee hij zijn moeder en zuster wilde verdedigen tegen ongewenste vreemdelingen, en dat terwijl alle Parijse burgers hun wapens hadden moeten inleveren. ' Napoleon viel op haar chic en haar charme, ' zegt Aronson, ' maar haar vrouwelijkheid zou hem altijd aan haar blijven binden.'

Hij was met het volle gewicht van zijn niet geringe persoonlijkheid voor haar overstag gegaan. Zij vond hem, aanvankelijk althans, 'grappig'. Zo zag ze er geen been in zijn liefdesbrieven, weliswaar en petit comite, maar niettemin en public voor te lezen. Ook voelde ze zich zo weinig gebonden dat ze haar hart kon verliezen aan luitenant Hippolyte Charles. Napoleon kwam de zaak ter ore, mede dankzij de niet aflatende ijver van zijn eigen rancuneuze familie. Vanuit Egypte schreef hij: ' Er rest me niets dan een volstrekte egoist te worden.' De daad wat geforceerd bij het woord voegend, maakte hij de negentienjarige gehuwde Pauline Foures tot zijn maitresse. Eenenzeventig jaar later zou ze naar verluidt in een appartement in Parijs een vredige dood sterven, omringd door vrij vliegende vogels en krijsende apen.

Josephine zag in dat met deze man niet te spotten viel. Bovendien leek hij hard op weg een figuur van importantie te worden. Ze had dat al eerder kunnen inzien. Madame de Stael was immers in een vroeg stadium al langs geweest bij huize Bonaparte in de Rue de la Victoire. Zij, de grote intellectuele, hij, de uitverkorene: dat moest acorderen. Een lakei had nog geprobeerd haar tegen te houden. En, de lakei loog niet: Napoleon zat poedelnaakt in bad. ' Een warm bad maakt vier uur slaap goed, ' was een van Napoleons gevleugelde gezegdes. ' Wat naakt!' had de Stael de lakei echter toegebeten, ' Het maakt niets uit, genialiteit kent geen sekse.'

TRANEN

Josephine kon niet anders dan, bij de terugkeer van Napoleon uit Egypte, haar beproefde toevlucht nemen tot tranen. Maar de rollen waren sindsdien omgedraaid. ' Voor Napoleon was Josephine niet langer alles wat lief en begerenswaardig was, ' zegt Aronson. ' Voortaan was Josephine de smekende partij, zij was degene die jaloers moest zijn, aan hem waren de pleziertjes.' Die stelden allemaal niet zo veel voor, zei Napoleon later in zijn verbanningsoord Sint Helena. ' Ik was tamelijk onbeholpen in de liefde.' Lijkschouwing zou onthullen dat aan zijn genitalieen het een en ander schortte. Hij had trouwens ook gezegd dat zijn vriendschap voor jonge mannen gewoonlijk begon met emoties 'niet in het hart, maar in de lendenen en andere niet nader te omschrijven plaatsen'.

Maar Josephine? Ze leed onder zijn escapades met vrouwen, eerst larmoyant, later berustend. Ze richtte paleizen opnieuw in, als een Jackie Kennedy avant-la-lettre. En ze ging zich te buiten aan kleren: in 1809 kocht ze duizend jurken en vijfhonderd paar schoenen. Napoleon wendde zich mettertijd net als de Britse koning Hendrik de Achtste tot de paus met het verzoek om zijn huwelijk te ontbinden omdat het zogenaamd officieel ongeldig was, maar in feite omdat er geen troonopvolger was.

Hij zou volhouden dat ze voor hem de enige en de echte was geweest. ' Ik hield oprecht van haar, al had ik geen respect voor haar, ' zei hij in 1814, toen hij na haar dood melancholiek door haar rozentuin op Malmaison wandelde. Maar hij wist toen ook dat zijn eigen ster dalende was, al had hij dan inmiddels een zoon bij de Oostenrijkse prinses Maria Louise. ' Als ik jou verlaat, zal ik slechts een baarmoeder als opvolgster kiezen, ' had hij tegen Josephine gezegd. ' Als je mij verlaat, zal je beschermengel wegvallen, ' riposteerde Josephine.

' Ambitie is nooit tevreden, zelfs niet op het toppunt van haar macht, ' luidde Napoleons oordeel.

Zijn dat uitspraken die getuigen van Liefde? Je zou zeggen van niet. Maar de veertien jaar dat ze elkaar treiterden, uitprobeerden, verslingerd waren aan macht, luxe, aan elkaar en misschien wel in de eerste plaats aan zichzelf, bieden wel stof voor wat je zou kunnen noemen 'A Love Story'. En als zodanig is Aronsons boek een van de betere in zijn soort.

Els Smit is journaliste en publiciste Een liefde van twee egoisten

Napoleon and Josephine. A Love Story

door Theo Aronson

317 blz., geill., John Murray 1990, f64,45

ISBN 071954785577