Wereldorde

IN DE PAPIEREN oorlog die vanuit het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York tegen het Irak van Saddam Hussein wordt gevoerd, wordt een nieuwe operatie voorbereid. Op aandrang van de Verenigde Staten zijn de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad het eens geworden over een ontwerpresolutie die landen en personen de mogelijkheid biedt financiele compensatie te eisen voor schade, veroorzaakt door de bezetting van Koeweit. Staten als Jordanie, India, Sri Lanka en Bangla Desh zouden kunnen worden schadeloos gesteld uit Iraks nu bevroren buitenlandse tegoeden of uit toekomstig inkomen uit olie-export. Koeweiti's die persoonlijk te lijden hebben gehad van Iraaks optreden zouden eveneens voor compensatie in aanmerking komen.

Indien de gehele raad een resolutie van deze strekking aanvaardt, zal daarmee een volgende stap zijn gezet in een inmiddels betekenisvolle reeks van uitspraken van de Raad sinds Iraks inval in het emiraat op 2 augustus. Achtereenvolgens werd de invasie veroordeeld, de onmiddellijke en onvoorwaardelijke terugtrekking van Irak uit Koeweit geeist, een embargo op handel en financiele transacties afgekondigd, Iraks latere annexatie van Koeweit van nul en gener waarde verklaard, de invrijheidsstelling van alle gedetineerde buitenlanders geeist, de scheepvaart op Irak onderworpen aan gewapende controle, een veroordeling uitgesproken wegens Iraaks gewelddadig optreden tegen ambassades en diplomatiek personeel, een embargo ingesteld op vervoer door de lucht naar Irak.

De nieuwe resolutie is mede ingegeven door de Amerikaanse wens de aandacht van de Raad weer te verleggen van het bloedige optreden van de Israelische politie op 8 oktober jongstleden op de Tempelberg naar Iraks agressie. Na langdurig overleg aanvaardde de Raad een resolutie waarin de gewelddadigheid van Israels ordetroepen wordt veroordeeld en de secretaris-generaal van de Verenigde Naties wordt verzocht rapport uit te brengen aan de Raad over het onderzoek dat hij ter plaatse naar de gebeurtenissen wil instellen. De schietpartij bij Al Haram Al Shareef kostte 21 Palestijnen het leven, meer dan 150 personen raakten gewond. Bovendien kwam daardoor het Amerikaans-Arabische bondgenootschap tegen Irak onder zware druk te staan.

HET IS NOG MAAR de vraag of de Amerikaanse manoeuvre slaagt. Israels weigering de Verenigde Naties ernstig te nemen, dreigt van de uitvoering van de tegen haar gerichte resolutie eveneens een zaak van lange adem te maken. De Koeweitse en Palestijnse kwesties worden niet ontvlochten zoals Washington nastreeft, de koppeling tussen beide wordt juist markant zichtbaar. De verbindende schakel is dan het onvermogen van de Verenigde Naties en dus van de grote mogendheden daarachter om de ontworpen politiek ook uitgevoerd te krijgen. De overeenkomst tussen Saddam Hussein en de Israelische regering ligt in beider onverstoorbaarheid tegenover druk van buitenaf. Het is bovendien voorstelbaar dat zij, onbedoeld, elkaar sterken in hun afwijzende houding.

De geloofwaardigheid van de Verenigde Naties wordt zwaar op de proef gesteld. Dat is teleurstellend nu de eensgezindheid van de vijf permanente leden en van een grote meerderheid van de Raad als geheel juist een perspectief heeft geopend op wat van Amerikaanse kant al een 'nieuwe wereldorde' is genoemd. Maar orde veronderstelt handhaving. En subjecten die zich aan die orde willen onderwerpen. In het geval van Irak en Israel is daarvan geen sprake, zij het op grond van zeer verschillende oorzaken en historische percepties. Het moment kan aanbreken waarop papier tekort schiet.