Volgens het UNDP is Nederland op drie na het rijkste land inde wereld; VN-hulpfonds meet de 'echte welvaart'

DEN HAAG, 19 okt. Is Sri Lanka armer dan Brazilie? En staat Costa Rica er slechter voor dan Saoedi-Arabie?

Het antwoord op deze vragen is een luid en duidelijk 'ja', als de meest gebruikte maatstaf voor het meten van welvaart, het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking, wordt gebruikt.

Maar het antwoord in 'nee', als we het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) mogen geloven. Volgens deze VN-organisatie moet een verfijnde maatstaf voor het meten van armoede of welvaart ook iets zeggen over de kwaliteit van het sociale beleid in een land, vooral op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs. De 'Menselijke Ontwikkelingsindex' doet dat, en dan blijkt Sri Lanka welvarender dan Brazilie en Costa Rica rijker dan Saoedi-Arabie.

Enkele maanden geleden presenteerde UNDP het eerste Human Development Report waarin 130 landen zijn gerangschikt volgens deze index. William H. Draper III, de directeur van de UNDP die gisteren Den Haag bezocht, zegt verbaasd te zijn over de positieve ontvangst van het rapport. Hij had boze reacties verwacht uit bijvoorbeeld Riad, gezien de duikvlucht van Saoedi-Arabie van de 24ste plaats op de ranglijst op basis van het inkomen per hoofd van de bevolking, naar de 87ste plaats volgens de UNDP-index.

'Iedereen zoekt natuurlijk eerst de score van zijn eigen land op, en in India zijn ze dan blij dat ze Pakistan net zijn gepasseerd', aldus Draper. 'Maar direct daarna vragen beleidsmakers en politici zich af waarom hun land het beter of juist slechter doet.'

Het rapport heeft een nieuwe discussie losgemaakt over het verband tussen economische groei en ontwikkeling. Draper erkent dat de index geen antwoord heeft op de vraag of een land met een lage score meer of juist minder hulp zou moeten krijgen. Een lage score wijst immers op een grote behoefte aan hulp, maar ook op het voeren van een slecht beleid, wat hulp weinig zinvol maakt. Volgens Draper is het belangrijker dat regeringen zich door de index 'realiseren dat economische groei alleen onvoldoende is'. De vijf Westafrikaanse landen die het er het slechtst afbrengen, zijn bijvoorbeeld geschrokken, aldus de UNDP-directeur. Ze zouden nu bereid zijn meer aandacht te besteden aan onderwijs en gezondheidszorg.

Aan de klassieke louter economisch georienteerde rangschikking volgens het inkomen per hoofd van de bevolking voegt de Menselijke Ontwikkelingsindex waarderingen toe voor de kwaliteit van de gezondheidszorg en het onderwijs. Graadmeters hierbij zijn de levensverwachting en de mate van alfabetisering. Volgens het UNDP is een dergelijke praktische index voor economische en sociale ontwikkeling nog niet eerder op deze schaal berekend. Door de toevoeging van levensverwachting en alfabetiseringsgraad stijgt Nederland op de ranglijst van meest ontwikkelde landen van de veertiende naar de vierde plaats, al zegt Draper dat de maatstaf te grof is voor het meten van de kleine verschillen tussen de rijke landen.

Draper is nog niet helemaal tevreden met de nieuwe maatstaf. Hij formuleert voorzichtig: volgend jaar wil het UNDP ook de mate van 'kwaliteit van het leven' laten meewegen. Het begrip 'kwaliteit van het leven' is niet veel anders dan een eufemisme voor politieke vrijheid. Hoe dat gemeten gaat worden is nog onduidelijk, maar de mate van persvrijheid, vrijheid van verkiezingen en onafhankelijkheid van de rechtspraak zullen een rol spelen.

Dit politiek uiterst gevoelige voornemen van het UNDP doet in de Derde Wereld de tenen krullen. Veel regeringsleiders beschouwen een oordeel over hun democratisch functioneren als ontoelaatbare inmenging in binnenlandse aangelegenheden. Maar Draper lijkt vastbesloten zijn plan uit te voeren, daarbij gesteund door de rijke landen die de afgelopen jaren steeds meer zijn gaan dreigen met het dichtdraaien van de hulpkraan als ontwikkelingslanden de mensenrechten niet respecteren.

Het UNDP heeft de nieuwe index op een gunstig moment geintroduceerd. De Wereldbank, de grote en machtige broer van het UNDP, heeft geconcludeerd dat armen in ontwikkelingslanden te veel hebben geleden van de economische hervormingsprogramma's die in die landen zijn doorgevoerd. Economische groei mag niet ten koste gaan van de bevolking, betoogt de Wereldbank nu. De UNDP speelt in op die herwaardering van 'sociale ontwikkeling', zonder terug te vallen in een pleidooi voor meer overheidsingrijpen. Voor zijn benoeming tot hoofd van het UNDP in 1986 was Draper vijf jaar lang directeur van de Amerikaanse Export-Import Bank en hij geldt als een onvervalste vrije-marktdenker.

De UNDP lijdt aan het imago van een VN-instelling die werkt met vage doelstellingen en die te weinig eisen stelt aan ontwikkelingslanden. Dat was mogelijk de reden, aldus Draper, dat de voormalige Nederlandse minister voor ontwikkelingssamenwerking, Bukman, de afgelopen jaren de Nederlandse bijdrage aan het UNDP bevroor.

Volgens Draper is er reden die opstelling te herzien. Het UNDP, die jaarlijks voor ruim een miljard dollar vooral adviezen geeft en opleidingen verzorgt, kwam aan de kritiek aanpak tegemoet met het besluit, afgelopen juni, duidelijker doelen te stellen, waaronder positieverbetering van vrouwen, armoedebestrijding en milieubescherming. De ontwikkelingslanden beschouwden dit als een concessie omdat het hun eigen keuzemogelijkheden vermindert. In ruil daarvoor zouden de donoren hun bijdragen met jaarlijks acht procent verhogen. Maar Bukmans opvolger, Pronk, wil de toelage verhogen met niet meer dan vier procent tot 159 miljard gulden en Draper is daarmee niet tevreden.

Nu de omvang van de hulp stagneert, wordt de efficientie daarvan de komende jaren een belangrijk thema, voorspelt Draper. Het UNDP heeft samen met de Wereldbank gewerkt aan een betere coordinatie van de hulpstromen. Donorcoordinatie is al jaren een belangrijk discussiethema maar Draper laat doorschemeren dat de weerstanden groter blijken dan was verwacht. De donorlanden hebben allemaal eigen ideeen en maken die niet zo snel ondergeschikt aan een gezamenlijke doelstelling. Toch is het UNDP-hoofd optimistisch: ontwikkelingslanden dringen er bij donoren steeds krachtiger op aan dat ze hun hulp op elkaar afstemmen.

In juni besloot het UNDP niet langer veertig procent maar voortaan 55 procent van zijn fondsen aan te wenden voor de minst ontwikkelde landen, die vooral in Afrika liggen. Latijns Amerika moest daarvoor een veer laten. Het blijkt een goede beslissing want 'Afrika wordt de de grootste verliezer van de Golfcrisis', aldus Draper. De hogere olieprijs bedreigt direct de voedselvoorziening in Afrikaanse landen. Draper: 'Het grootste probleem is nu al vaak het transport van voedsel van het platteland naar de steden. Zodra benzinetekorten de vrachtwagens stilzetten zullen nog meer oogsten wegrotten.'