Verblind door witte handschoenen; Het Martyrium van Elias Canetti

In de reeks klassieken bespreekt Chris van Esterik de roman Die Blendung van Elias Canetti, die in de Nederlandse vertaling de titel Het Martyrium kreeg. De hoofdfiguur in dit boek, de sinoloog Peter Kien, wordt door een huwelijk met zijn huishoudster Therese uit zijn boekenparadijs verdreven. 'De beroepsblindheid van de wetenschapper Kien leidt onvermijdelijk tot zijn dodelijke blindheid als lid van de maatschappij, wanneer hij door Therese het leven wordt ingeschopt.'

Wat is het paradijs voor een intellectueel? Het paradijs voor een intellectueel is een gigantische eigen bibliotheek waarin de wereld, keurig geordend op alfabet en onderwerp, overzichtelijk is ingedeeld. Vol van leeshonger betreedt de eigenaar van de boeken iedere ochtend zijn intellectuele Hof van Eden en doet zich te goed aan de overdadige vruchten. Tevreden bekijkt hij de duizenden bandjes waarin de gevaarlijke werkelijkheid, definitief getemd, onschadelijk is gemaakt. Wanneer hij zich op straat moet begeven, dan neemt hij altijd een tas met boeken mee die hij, als een pantser, strak tegen zijn borst gedrukt houd.

'Op een speciale wijze, die hij uitgedacht had om zoveel mogelijk van zijn lichaam ermee in contact te brengen. Zelfs zijn ribben konden hem door zijn dunne, goedkope kostuum heen voelen.' Zo liep professor Peter Kien, hoofdfiguur in de roman Het Martyrium van Elias Canetti, aan het begin van de jaren dertig door Wenen. Zestig jaar later is er nog niets veranderd: in alle universiteitssteden ter wereld wemelt het nog altijd van de stevig tegen de ribbenkast geklemde boekentassen.

Geslachtsdrift

Kien, de grootste sinoloog van de nieuwere tijd, heeft in zijn twintigjarige loopbaan een verzameling van 25.000 boeken bijeengebracht. Zeker van zichzelf werkt hij met ijzeren regelmaat in deze zelfgeschapen prive-kosmos. De waarheid is immers identiek met de wetenschap, dus hoe meer kennis hij zich eigen maakt, des te meer waarheid zal hij bezitten. Op die manier laadt Kien vrachten vol kennis over in zijn eigen hoofd, maar ziet daarbij een ander soort kennis over het hoofd: mensenkennis. Spiegels in zijn huis zijn streng verboden. Dat zal de geleerde fataal worden. Zijn huishoudster Therese, die al acht jaar zijn boeken afstoft, heeft Kiens erfenis en de sociale status van echtgenote op het oog. Therese weet dat het ernstig onderontwikkelde gevoelsleven van een intellectueel als Kien slechts via een middel te bereiken is: het boek. Haar strategie is verfijnd en geslepen. Ze koopt witte handschoenen, die ze bij het lezen van haar boek aantrekt om bij het omslaan van de pagina's de bladzijden niet te beschadigen. Kien, blind voor de laagheden van de menselijke ziel, ziet in die witte handschoenen de meest verheven uiting van het menselijk gevoelsleven en besluit met zijn huishoudster te trouwen. Het huwelijk verdrijft hem uit zijn paradijs van drukletters en dwingt Kien voor het eerst tot het gecompliceerde leven buiten de bibliotheek, vol lagen en listen, dat zich in geen wetenschappelijke verhandeling laat beschrijven. Tot grote woede van de huishoudster blijkt hij zijn geslachtsdrift geheel gesublimeerd te hebben tot het doen vloeien van inkt op papier. Als dan ook nog de vermeende grote erfenis van minimale omvang blijkt te zijn, smijt Therese haar echtgenoot het huis uit. Beroofd van de getrainde en scherpzinnige blik uit de ivoren toren van de wetenschap, staat Kien opeens blind en hulpeloos in het volle leven. De werkelijkheid overspoelt hem als een hersenbloeding en zonder de vertrouwde verdedigingswal van zijn boeken wordt hij het slachtoffer van een sadistische huisbewaarder en een souteneur van dwergachtige afmetingen met een bochel en met een passie voor schaken, die door Kien abusievelijk voor een gemankeerde intellectueel en een wapenbroeder in de strijd tegen de domme massa wordt aangezien.

Zij beiden beroven Kien van zijn laatste geld. Wanneer hij aan het einde van het boek weer naar zijn bibliotheek terugkeert, trekt Kien de ultieme consequentie uit zijn falen en steekt zichzelf, samen met alle boeken, in brand. De meest radicale zelfverdediging van de intellectueel tegen de chaos van het leven en de agressieve massa om hem heen valt zo samen met zijn zelfvernietiging, aldus Canetti. En op die manier vervult Kien tegelijkertijd toch zijn misschien wel diepste verlangen: dat de as van zijn lichaam zich voor eeuwig verenigd heeft met die van zijn boeken.

Verderf

Aan het einde van het tweede deel van zijn autobiografie schrijft Canetti over de titel van het boek dat in het Duits Die Blendung (De verblinding) heet: 'Die bewaarde, voor niemand herkenbaar, de herinnering aan het blind maken van Simson, die ik ook nu nog niet zou durven te verloochenen.' Net als bij Simson is het de slechtheid van de menselijke soort die Kien verblindt. Ook hier is het een vrouw die de rol van de kwade genius speelt: de huishoudster stort Kien in het verderf in haar onophoudelijke zoektocht naar zijn chequeboek, Delila knipt Simson zijn haren af, in ruil voor geld, waarop de Filistijnen zijn ogen uitrukken. Simson, die als een oudtestamentische Tarzan ook buiten de normale verhoudingen van de werkelijkheid staat, laat zich naief verleiden door de gespeelde liefde van Delila, Kien door de witte handschoenen van Therese. Beide onkwetsbaar lijkende helden worden door vrouwelijke list in hun minuscule kwetsbare punt geraakt.

Toch realiseert Kien zich al in het begin van het boek, wanneer hij nog onbedreigd door zijn huishoudster in zijn bibliotheek zit, wel degelijk dat wetenschap en blindheid onverbrekelijk met elkaar verbonden zijn: 'Blindheid is een wapen tegen ruimte en tijd; ons bestaan is een ontzettende blindheid, op het weinige na dat we via ons nietig verstand nietig zowel van nature als in zijn reikwijdte waarnemen. (...) Deze bedrukte bladzij, even duidelijk en geleid als welke andere ook, is in werkelijkheid een helse verzameling razende elektronen. Als hij (Kien, CvE) zich daarvan voortdurend bewust was, zouden de letters voortdurend voor zijn ogen dansen. (...) Het is zijn recht de blindheid die hem voor zulke zintuigelijke excessen beschermt, op alle storende elementen in zijn leven toe te passen. 'Esse percipi', zijn is waargenomen worden, wat ik niet waarneem, bestaat niet.'

Later merkt Kien daarover nog op: 'Ignoreren zit een geleerde in het bloed. Wetenschap is de kunst van het ignoreren.' Daarom is het geen goed idee van de vertaler geweest om Die Blendung met Het Martyrium te vertalen. Want hoe dramatisch en tegelijk tragikomisch de martelgang van de geleerde ook is, de verblinding is het begrip dat het hele boek draagt. De beroepsblindheid van de wetenschapper Kien leidt onvermijdelijk tot zijn dodelijke blindheid als lid van de maatschappij, wanneer hij door Therese het leven wordt ingeschopt. En Kien zelf ziet in zijn blindheid deze noodlottige samenhang niet.

Onderbuik

Canetti geeft deze parabel over het failliet van het geloof in het intellect nog een extra dimensie door aan het einde van het boek Georges op te voeren, de broer van Kien. Georges, beroemd psychiater te Parijs, komt naar Wenen om zijn broer te genezen van diens groeiende waanzin. Georges is de antipode van zijn broer Peter. Het menselijk verstand omschrijft hij als een misverstand, hij adoreert de gekken in zijn kliniek omdat die in het bezit van de waarheid zouden zijn. Als niet-gek is hij jaloers op hen en voelt zich minderwaardig. 'Uit afgunst kwelt hij ze net zolang tot ze genezen zijn', schrijft Canetti. Die kwelling bestaat uit de rationele, verstandelijke methode van de psychoanalyse. Dat is de inconsequentie van Georges' psychiatrie. Bij zijn broer Peter heeft hij overigens geen enkel succes omdat de psychoanalyse niets begrijpt van diens eenmansguerrilla tegen de geest van de tijd, waarin het individu nog maar een doel leek te hebben: op te willen gaan in de massa. In deze strijd tegen de massa verschaft Kiens eigen verblinding hem een wapen. Door de massa te ignoreren voorkomt hij dat hij er zelf in opgaat.

Canetti schreef Het Martyrium immers in 1931. Daarom kan het boek, weer op een ander niveau, ook gelezen worden als een lange litanie tegen de apocalyptische gruwelen van het opkomende nationaal-socialisme. Maar de psychoanalyse bleek ook toen gefixeerd op de onderbuik als centrum van de wereld: 'De wetenschap had hun (de psychiaters, CvE) het geloof aan oorzaken met de paplepel ingegeven. Traditionele geesten als ze waren, hielden ze stijf vast aan de gangbare gewoonten en de overtuigingen van hun tijd. Ze minden het genot en legden alles uit als verlangen naar genot, de manie van deze tijd, die alle hoofden beheerste en weinig presteerde. (...) Van die veel diepere en meest wezenlijke stuwkracht van de geschiedenis, de drang van de mensen om in een hoger soort dier, in de massa, op te gaan en zich daarin zo volledig te verliezen dat het is alsof er nooit een afzonderlijk mens bestaan heeft, daarvan vermoedden ze niets.'

Het individu schuwt altijd de beroering, schrijft Canetti later in Massa en Macht, en alleen in de massa kan de mens van deze beroeringsangst worden verlost. Onbarmhartig schetst Het Martyrium de dilemma's van het individu en de intellectueel in de twintigste eeuw. Wie weigert zich aan de tijdgeest, de massa, te conformeren, wacht een vroegtijdige en zelfgekozen dood. Wie op wil gaan in de massa en kiest voor het Germanendom, de arbeidersklasse of de gekken, die overleeft weliswaar fysiek, maar zal de rest van zijn leven vergeefs proberen de vuile handen schoon te schrobben. Vraag dat maar aan Jean Paul Sartre of Theun de Vries.

Hoewel Het Martyrium ontegenzeggelijk autobiografisch is, is er een groot verschil tussen Kien en Canetti. De blinde Kien zou er nooit in slagen op zo onnavolgbare wijze filosofische verhandelingen in een spannend verhaal te verweven met de weerbarstige en gruwelijke werkelijkheid van alledag. Op een nietig streepje grond tussen de ivoren toren en de massabijeenkomst in het cultuurpaleis staat sinds 1931 Elias Canetti, slechts door een enkeling vergezeld.

Elias Canetti: Het Martyrium. Vert. Jacques Hamelink. Uitg. Polak en Van Gennep, zesde druk, 1990. Prijs: fl.29,50.