Telkens anders ademhalen; Mitsuko Uchida over Mozart, Beethoven en pianospelen

'Beethoven heeft gevochten tegen piano's die hij vreselijk slecht vond, en nu willen musici weer terug naar zijn instrumenten. Het is de taak van een musicus de ziel van de muziek bloot te leggen en niet de omstandig- heden', zegt de Japanse pianiste Mitsuko Uchida. Ze vindt hetwoord authenticiteit een verkeerd woord. Ze vindt de vleugels van het Concertgebouw nukkig. Ze vindt zwaar-romantische componisten saai. Deze en volgende maand geeft ze nog vier Beethoven-concerten in Amsterdam.

Van een viool had ze nooit gehoord, tot haar vader haar op een avond meenam naar de Aida van Verdi. Ze was negen jaar en mocht de eerste acte zien. Het was het mooiste wat ze ooit had gehoord. Na de eerste pauze waren haar moeder en broer aan de beurt, en tenslotte opnieuw haar vader, deze keer vergezeld van haar oudere zus. De uitnodiging hadden ze te danken aan haar vaders functie bij de diplomatieke dienst. Het was een unieke mogelijkheid om in de jaren vijftig in Japan een opera te horen door een Italiaans gezelschap.

Zelf speelde ze piano, maar dat had niets te maken met wat ze die avond in de opera aanschouwde. Daar hoorde ze muziek. Piano, dat was opvoeding, plicht. Ze vond het heerlijk om te spelen, maar had een hekel aan oefenen. Oefenen stond gelijk aan langzaam, grondig en foutloos. Toen ze een jaar of zes was, deed ze toelatingsexamen aan de muziekschool. Ze speelde het eerste deel van een pianosonate van Beethoven en thuis vertelde ze na afloop trots aan haar moeder, dat ze voor het eerst uit het hoofd had gespeeld zonder te stoppen. I liked playing the piano, but I could have loved it!

Voor Mitsuko Uchida begon het leven in 1961 in Wenen, waar haar vader een functie kreeg aan de Japanse ambassade. Ze was twaalf jaar. Al na een week speelde ze voor bij Richard Hauser, docent aan de beroemde Weense Musikhochschule, waar ze onmiddellijk werd aangenomen als zijn leerling. Ze kende de 3-stemmige Inventionen van Bach uit het hoofd, en Mendelssohns Rondo capriccioso, Chopins Variations brillantes en Beethovens Sonate op.2 nr.3. En ze dacht dat het heel gewoon was. Later won ze prijzen bij concoursen in Munchen, Brussel, Wenen, Warschau en Leeds.

Mitsuko Uchida (41) zit aan de ontbijttafel in het Amsterdamse Pullitzer hotel. Gisteravond speelde ze in het Concertgebouw het Eerste Pianoconcert van Beethoven. Ze is tevreden met de uitvoering en, voegt ze er professioneel aan toe, you have a wonderful public. Later deze maand en in november komt Uchida terug voor de overige vier concerten van Beethoven.

Mitsuko Uchida eet sausages en bacon. Kan het Engelser? Haar Japanse verleden ligt ver achter haar en ze wil er, lijkt het, niet te veel aan herinnerd worden.

Als ik zeg dat haar pianocarriere een wel heel ongebruikelijke start heeft gehad, antwoordt ze: 'Japan is nu eenmaal een ongebruikelijk land, het is zeer orientaals, zeker in mijn jeugd. Westerse muziek speelde er toen geen enkele rol. En nu nog wordt er door velen op een verkrampte manier mee omgegaan. Het is misschien vreemd om het van jezelf te zeggen, maar ik moet een groot talent hebben gehad. Als ik de muziek niet in mij had, zou die in die mechanische opleiding zeker verloren zijn gegaan. Veel nadeel van mijn pianolessen in Japan heb ik gelukkig niet gehad. Muzikaliteit heb ik er weliswaar niet geleerd, maar dat kan waarschijnlijk geen enkele docent je bijbrengen. Het enige dat hij kan doen is een richting aangeven. En dat heeft Hauser voor mij gedaan. De rest heb ik moeten leren van mijn fouten, daarvoor kan ik niemand anders verantwoordelijk stellen.'

IJl

Uchida is inmiddels vooral bekend geworden door haar interpretatie van Mozart. Lange tijd speelde ze weinig anders, een manier van werken die haar erg aanspreekt. Het is een mogelijkheid om zich de klankwereld van een componist zoveel mogelijk eigen maken. Voor Philips nam ze inmiddels alle sonates en concerten van Mozart op met het English Chamber Orchestra onder leiding van Jeffrey Tate. Daarmee is het Mozart-project voorlopig afgesloten.

Opvallend is de ijle, lichte toon die ze in het werk van Mozart weet te bereiken. Het is alsof het geluid van de piano uit het niets opstijgt.

'Mozarts muziek is hier', zegt Uchida en ze maakt met haar hand een voorzichtig gebaar in de lucht. Dan slaat ze met beide handen krachtig op tafel: 'Beethoven is hier!'

Hoe bereikt u die verschillende kleuren in de klank?

'Het onstaan van een toonkleur is een combinatie van verbeeldingskracht en techniek, van hoofd en handen. De techniek van het pianospel wordt bepaald door de balans tussen het gewicht en de snelheid waarmee de vinger een toets raakt. Een karateslag is snel. Wanneer ik mijn hand zwaar naar beneden laat vallen, bereik ik met dezelfde druk een heel andere toon. Ook de plaatsen in arm, hand en vinger waar ik een spier span of juist ontspan zijn van grote invloed op de klank, en de manier van ademhalen. Iedere componist wil dat je op een andere manier ademt. Een pianist moet het instrument tot een deel van zichzelf maken.'

Hoe doet u dat als u in iedere zaal een andere vleugel tegenkomt en niet, zoals Horowitz, uw eigen instrument meeneemt?

'Soms zou ik inderdaad het liefst mijn eigen vleugel willen gebruiken. Maar dan is er toch weer het probleem van de steeds wisselende akoestiek van de zalen. De vleugels van het Concertgebouw zijn altijd heel nukkig. Ook de nieuwste vind ik moeilijk bespeelbaar. Het moet iets met het mechaniek te maken hebben en misschien ook met de voorkeur van de pianotechnicus. In Utrecht hebben ze de beste vleugels van Nederland, een voortreffelijke Steinway, maar ook een prachtige Bosendorfer. Het liefst speel ik op een Steinway. Hoewel, een Bosendorfer is voor sommige muziek weer heel geschikt. Hij heeft een ouderwetse, Weense klank die bij voorbeeld goed past bij Schubert.'

Wat vindt u van instrumenten uit de tijd dat de componist leefde, die een meer authentieke klank produceren?

'Pierre Boulez zegt: 'Ik hoop dat mijn muziek over honderd jaar anders gespeeld wordt dan nu.' Hetzelfde zou Beethoven hebben gezegd, als iemand het hem had gevraagd. Hij heeft gevochten tegen piano's die hij vreselijk slecht vond, en nu willen musici weer terug naar zijn instrumenten. Dat is absurd. Beethoven was een van de eerste componisten die smeekte om een piano met een stalen frame, tot dan toe waren ze van hout. Hij wilde harder, harder, harder! En dat had niet alleen met zijn doofheid te maken.

'Authentiek' is een verkeerde term als het gaat om de zogenaamde historische uitvoeringspraktijk. Musici die authenticiteit als norm hanteren, maken zich veel te druk over de omstandigheden waarin ze de muziek herscheppen. Het is de taak van een musicus de ziel van de muziek bloot te leggen en niet de omstandigheden. Goed, als het werkt, werkt het. Ik heb mooie uitvoeringen gehoord op oude instrumenten... maar ook veel slechte.

'Ik bezit een prachtige Broadwood, een Engelse piano uit 1790. Haydn was gek op dat instrument. Het reisde met hem mee terug naar Oostenrijk, na zijn bezoek aan Engeland. Het klinkt heel goed voor muziek van Haydn en Bach. Maar ik kan muzikaal hetzelfde bereiken op een moderne vleugel. In een concertzaal zou ik zo'n oude fortepiano nooit gebruiken. De dynamische omvang is veel te beperkt voor de immense concertzalen van tegenwoordig.'

Wenen

Mitsuko Uchida verdiept zich graag in de tijd waarin een componist leefde. Niet omdat het helpt tijdens het spelen, maar uit pure belangstelling. Misschien heeft het tevens te maken met de culturele achterstand die ze als Japanse in Europa heeft ervaren. Om die reden wilde ze na aankomst in Wenen ook naar een middelbare school. Haar ouders en ook haar pianoleraar Hauser hadden daar geen moment aan gedacht. Ze was toch aangenomen aan de Musikhochschule? Maar Uchida vond dat ze zich het Duits, de taal van de belangrijkste componisten, eigen moest maken om hun cultuur te doorgronden. Nu is dat heel goed te horen in de manier waarop ze de namen van componisten uitspreekt: Schubert, Mozart, Schonberg geen Engelsman zou dat zo kunnen. Toch beheerst ze ook het Engels op een manier waar menig Engelsman jaloers op zou zijn, al worden haar woorden gekleurd door een licht Japanse tongval. Ze woont sinds 1971 in Londen. Toen ze de beginselen van het pianospel naar haar idee voldoende had doorgrond, wilde ze afstand nemen van Wenen, een stad die nog altijd leefde in de negentiende eeuw. Ze woonde toen al lang niet meer bij haar ouders die, vanwege overplaatsing van haar vader, naar Bonn waren verhuisd. Uchida besloot, op zestienjarige leeftijd, alleen in Wenen te blijven, voor die tijd een ongebruikelijke beslissing.

Er is voor Uchida geen groter verschil, dan tussen Mozart en Beethoven. Mozart komt uit de wereld van de Verlichting, Beethoven uit die van de Franse Revolutie. Dat is volgens haar niet alleen een kwestie van jaartallen, maar ook van mentaliteit. Schiller schreef tenslotte al in 1780 in de sfeer van de Revolutie. Beethovens muziek handelt over mensenrechten en Vrijheid. Mozart en de vrijheid van de mens? Uchida begint hartelijk te lachen.

Cosi fan tutte en Fidelio gaan beide over de liefde, maar het verschil tussen die twee kon niet groter zijn.

Beethoven was zich volgens Uchida maar al te zeer bewust van het enorme talent van Mozart. Dat moet niet eenvoudig voor hem zijn geweest, a horrible curse. Maar Beethovens manier van componeren is zo anders dan die van Mozart, dat hij toch het enorme gewicht van zijn geniale voorganger kon dragen. Uchida spreekt over de componisten alsof ze ze persoonlijk heeft gekend.

Is het uit die verschillende karakters te verklaren dat Mozart meer dan twintig pianoconcerten schreef en Beethoven slechts vijf?

'Veel dingen lijken voorbestemd, maar zijn gewoon toeval. Want Beethoven schreef wel 32 sonates. Mozart schreef pianoconcerten omdat mensen erom vroegen. Toen hij ze niet meer nodig had stopte hij ermee. Beethoven componeerde zijn concerten om ze zelf uit te voeren. Toen zijn doofheid erger werd en hij ze niet meer zelf kon spelen, componeerde hij geen nieuwe. Hij schreef nog wel pianosonates, want die zijn intiemer. Concerten zijn voor het publiek, sonates voor jezelf.

'Het was voor mij een onmogelijke opgave om na de langdurige concentratie op het werk van Mozart, direct over te stappen op Beethoven. Daarvoor heb ik eerst een grote omweg gemaakt via de twintigste eeuw, via de muziek van Bartok en Schonberg.

'Bij Mozart gaan de dingen heel snel, zo snel dat zelfs ik er tijdens het spelen aan voorbij ga, als ik niet volledig alert ben. Wanneer je denkt 'dit is een vrolijk stuk', is de stemming al weer omgeslagen. Maar die veranderingen zijn heel subtiel. Mozart maakt kleine gebaren, hij wil niet te veel prijsgeven. Hij zegt nooit: 'Zo, daar zijn we dan'. Beethoven doet dat wel, die is juist heel direct en extreem. Hij houdt van etherische pianissimo's en van fortissimo's die een piano verwoesten. Letterlijk! Beethoven en Mozart in een concertprogramma is daarom bijna ondraaglijk. Maar dat is waarschijnlijk vooral de schuld van Mozart. Die houdt er niet van om met anderen gecombineerd te worden, dan gaat zijn muziek ten onder. Als ik Mozart al programmeer samen met andere componisten, dan zet ik hem aan het eind: eerst een romantisch werk, dan iets uit de twintigste eeuw en tenslotte terug naar Mozart. Pas dan is hij tevreden.

'Dan nog vind ik het heel moeilijk om binnen een concert een gevarieerd programma te brengen. Iedere componist creeert een totaal andere wereld. De klank in je handen veranderen gaat misschien nog wel, maar in je hoofd? Je bent dan als een acteur die in een voorstelling een aantal zeer verschillende rollen zou moeten spelen.'

Saai

Uchida's interpretatie van het Eerste pianoconcert van Beethoven in het Concertgebouw, maakte duidelijk hoe zij over de componist denkt. Ze benadert de klank niet, zoals tegenwoordig meestal gebeurt, vanuit het verleden, waardoor Beethoven dichter bij Haydn en Mozart komt te staan. In plaats daarvan duwt ze de componist een flink eind in de richting van de Romantiek.

Wat vindt ze eigenlijk van zwaar-romantische componisten als Tsjaikofski en Rachmaninov? De vraag wordt snel en zakelijk aan de kant geschoven: ze voelt geen enkele verwantschap met hun muziek, vindt die alleen maar ontzettend saai. Om te spelen en om naar te luisteren. Gelukkig blijkt er genoeg muziek over. Terug naar Beethoven!

Uchida legt veel nadruk op de grillige kanten van Beethovens muziek in een extreme afwisseling tussen een forse en een milde klank. Beethovens forte is, om Uchida's eigen vergelijking te gebruiken, een karate-slag, zijn piano streelt de toetsen. Ook Uchida's gebaren tijdens het concert zijn groot en zwaar alsof ze zich, ondanks haar tengere gestalte, niet alleen hoorbaar, maar ook zichtbaar in Beethovens wereld heeft ingeleefd.

Uchida: 'Ik kan aan de manier waarop iemand componeert horen of hij een goede pianist was. Als hij echt goed speelde, dan dicteert hij de klank. Beethoven en Mozart waren beiden voortreffelijke pianisten, Chopin ook. Schumanns pianotechniek was niet geweldig en Schonberg speelde slecht. Niet dat ze slechte composities schreven, maar hun klank is minder specifiek.

'Een pianist is geneigd te denken dat hij zelf de noten speelt. Maar op een bepaald moment neemt de muziek het van hem over. Die stevige toon in Beethovens concerten zou ik nooit bij Mozart of Chopin kunnen gebruiken. Mozart speelde met heel weinig gewicht, Beethoven had een veel zwaarder touche. Ik creeer die toon dus niet zelf, Beethoven doet dat. I blame him for that.'

Wanneer gaat u de pianoconcerten opnemen op cd?

'Voorlopig nog niet. Eerst wil ik Schonberg, en de andere componisten van de Tweede Weense School opnemen. Met Beethoven ben ik nog lang niet klaar. Zijn Eerste pianoconcert is het laatste dat ik heb leren kennen. Dat speel ik nu twintig jaar. Het Derde speel ik sinds 27 jaar. Het heeft tijd nodig. Ik wil nog zeker vijf jaar wachten.

'De laatste tijd luister ik voor de muziek van Beethoven steeds meer naar Schnabel, de pianist. Zijn manier van spelen heet al gauw ouderwets, 'dat kan toch niet meer tegenwoordig'. Ook Furtwangler. Natuurlijk, hij had zijn eigenaardigheden, maar niemand is zo ver in de wereld van Beethoven doorgedrongen als hij. Wie wil er nou luisteren naar iemand die iets doet alleen omdat het academisch juist is. Onzin: als het fout klinkt is het fout.

'Uitvoerend musicus is een merkwaardig overblijfsel uit de late negentiende eeuw. Daarvoor dirigeerden componisten hun eigen orkest en speelden ze de muziek die ze zelf hadden schreven. Het is de verantwoordelijkheid van uitvoerende musici om de 'waarheid' van de muziek te laten horen. Wij zijn degenen die komen en gaan. Wat blijft is het papier, de partituur. Als ik een partituur lees, kan ik me een voorstelling maken van de klank en ervan genieten. Aan degenen die dat niet kunnen, moet ik laten horen wat de componist geschreven heeft.'

28 en 30 oktober en 24 en 25 november in het Concertgebouw