Syberberg pleit voor Duitse cultuur zonder 'joods-linkse'invloed

BERLIJN, 19 okt. Hans Jurgen Syberberg, een van Duitslands belangrijkste film- en theaterregisseurs, acht met de Duitse hereniging het moment gekomen dat de Duitse cultuur het naoorlogse juk van de 'joods-linkse esthetica' afwerpt. In zijn onlangs verschenen essay onder de titel 'Over het geluk en ongeluk van de kunst in Duitsland sinds de laatste oorlog', dat in Duitse intellectuele kringen voor rumoer zorgt, betoogt Syberberg onder andere dat 'de deling van ons land als straf voor Auschwitz is beeindigd'. Ook is hij van mening dat 'Hitler zonder democratie niet aan de macht zou zijn gekomen en dat Auschwitz daarvoor de straf geweest is'.

De eerste Duitse kritieken op Syberbergs boek en ideeen zijn sterk afkeurend. In de Berlijnse krant Tagesanzeiger heet hij een 'geesteszieke'. Een criticus in het weekblad Die Zeit meent dat Syberbergs boek moet worden gezien als een poging het intellectueel vacuum, ontstaan door de ondergang van het socialisme als utopie. De criticus meent dat 'iemand die zulke uit de nazi-ideologie overgenomen zinnen schrijft 'intellectueel gedegradeerd en moreel zwakzinnig' is. Maar, meent hij, omdat Syberbergs verheerlijking van 'de landelijke cultuur' aansluit bij de sterk milieubewuste stroming binnen de huidige Duitse cultuur, is niet uitgesloten dat zijn essay in brede kring aandacht en wellicht sympathie krijgt.

Hans Jurgen Syberberg is onder andere de maker van de omstreden 'Duitse filmtrilogie': Ludwig Requiem fur einen jungfreulichen Konig, Karl May en Hitler ein film aus Deutschland. Die laatste film uit 1977 oogstte destijds kritiek vanwege veronderstelde fascinatie van de maker met zijn onderwerp, maar werd ook internationaal toch vooral geroemd, evenals Syberbergs andere films, waaruit steeds een grote belangstelling voor Duits-mythische thema's naar voren komt. Syberberg maakte in de film Die Geschichte des Hauses Wahnfried een urenlang interview met Winnifred Wagner, de nazistische echtgenote van de zoon van de componist.

Deze week bekende de nu vooral als theaterregisseur werkzame Syberberg op een op een symposium in Berlijn tot ontsteltenis van zijn aanwezige bewonderaars dat zijn filmisch oeuvre niet los mag worden gezien van 'meditatieve gedachten vooraf en mijn gevolgtrekkingen achteraf'. Ook ging hij tekeer tegen de Amerikaanse essayiste Susan Sonntag, die meende dat films en de persoonlijke inzichten van de filmer niet direct met elkaar in verband moesten worden gebracht. 'Waarom roemt mij de jodin Susan Sonntag?' riep Syberberg sarcastisch uit.

Syberbergs boek heeft de vorm van een dagboek en reisverslag in de herfst van 1989, het moment van zoals de auteur schrijft 'Duitse katharsis'. Na de 'afwerping van het systeem' is de 'mens in het oosten van Duitsland rein als op de eerste dag'. Thans gaat het er Syberberg om ook West-Duitsland te bevrijden van een kunstbesef dat gekenmerkt zou zijn door 'normloosheid', een 'estethiek van verlies en ondergang'. Duitsland moet zijn plaats hervinden in een 'Europa, heilig rijk van cultuurnaties waar democratie niet de uitdrukkingswijze van de meerderheid is maar vertegenwoordigd zal worden door een minderheid van hoge kwaliteit'.

Het zijn vooral de antisemitische opmerkingen en filosofieen in Syberbergs boek die thans stof doen opwaaien. 'Een onzalig verbond van joods-linkse estethica' zou de kunst in Duitsland na de oorlog hebben 'gedood, verlamd, geneurotiseerd', schrijft Syberberg, waarbij de schuld voor de jodenvervolging als instrument van intimidatie zou zijn gebruikt. Syberberg schrijft verder: 'Wie met de joden en de linksen meeliep, maakte carriere. Dat had weinig met liefde of begrip of zelfs toewijding te maken. Hoe konden de joden dat verdragen, anders dan omdat zij de macht wilden?'.

In het hoofdstuk 'Verloren Pruisen, veroverd Israel' betoogt Syberberg dat 'wij in de joodse periode van de cultuurgeschiedenis leven', waarbij 'het kleine, kreupele, zieke, lafheid, verraad, misdadigers, hoeren en haat' zouden worden bevoordeeld tegenover 'glans'.

Elders in het in logisch en grammaticaal opzicht niet altijd zeer samenhangende boek noemt Syberberg Hitler, hoewel slecht, 'geniaal medium van de Weltgeist'. Ook meent hij dat het Engelse bombardement op Dresden in 1945 'geen oorlogsdoel diende'.