Stoffen kwijt bij Utrechtse universiteit

UTRECHT, 19 okt. Bij de Rijksuniversiteit Utrecht is tienduizend liter oplosmiddelen kwijtgeraakt. Dat blijkt uit een onderzoek dat in opdracht van de universiteit is uitgevoerd door het ingenieursbureau BKH.

Het ingenieursbureau is in een gebouw, Trans III, nagegaan hoe het personeel met chemisch afval omgaat. Jaarlijks wordt in het gebouw 23.000 liter oplosmiddel binnengebracht. Daarvan is 13.000 liter verwerkt als chemisch afval. De resterende 10.000 liter is onvindbaar. De verdwenen stoffen zijn onder meer chloroform, tolueen en xyleen.

Hoofd Veiligheid en Milieu van de universiteit, drs. F. Hes, ontkent dat onverantwoordelijk met de oplosmiddelen wordt omgegaan. 'Ongeveer tien procent van de oplosmiddelen verdampt, een gedeelte staat nog opgeslagen in de magazijnen. Een klein gedeelte, ongeveer twintig procent, verwijnt in het riool, maar dan nog in zeer verdunde hoeveelheden. Het gaat om enkele miligrammen per liter.' Er werken ongeveer duizend wetenschappers in het gebouw. Per wetenschapper zou dit jaarlijks 'maar twee liters zeer verdund oplosmiddel per jaar' betekenen.

Volgens Hes heeft Utrecht 'als voortrekker' in samenwerking met de Landbouwuniversiteit in Wageningen een systeem ontwikkeld om met chemisch afval om te gaan. Zo staan er litervaatjes in de laboratoria, waarin de stoffen apart kunnen worden verzameld. 'Het kan beter, de motivatie van de wetenschappers is misschien wat ingezakt. Maar het zou echt onzin zijn om nu te spreken van een milieuramp', aldus Hes.