Shamir neemt het op tegen de hele wereld

Op het slagveld en in de internationale diplomatieke arena vormt Israel een geduchte tegenstander. De Arabieren hebben dat aan den lijve ondervonden en Amerikaanse presidenten kunnen er ook van meepraten.

Als Israel 'nee' zegt is het ook 'nee'. Israels verbeten weigering een VN-commissie in Israel het recente drama op de Tempelberg te laten onderzoeken, illustreert dezer dagen opnieuw het vaak emotioneel gedreven en obstinate karakter van de Israelische politiek.

Politieke koppigheid is niet het voorrecht van de ultra-nationalistische Likud-regering die Israel naar een 'splendid isolation' leidt.

Likud-premier Jitzhak Shamir doet in koppigheid niets onder voor socialistische eerste ministers als David Ben Goerion of Golda Meir.

David Ben Goerions vastberaden waagstuk gaf in 1948 gestalte aan de stichting van de staat Israel. Golda Meirs stugge verblinding voor vredeskansen met Egypte voor de Grote Verzoendagoorlog in oktober 1973 bracht Israel aan de rand van de afgrond.

Dit voor buitenstaanders vaak ondoorgrondelijke gedrag is slechts te verklaren door de Israelische kijk op de geschiedenis. Een vervolgd volk, dat na tweeduizend jaar betreurde ballingschap weer in zijn land woont immer bedreigd door de Arabische buurlanden (nu weer Irak) neemt geen risico's als het zijn veiligheid betreft of zijn in de geschiedenis en de joodse religie gewortelde nationale waarden.

Bovendien is het wantrouwen van de Israeliers tegenover de buitenwereld enorm. Er is weliswaar vrede met Egypte, maar de betrekkingen zijn sterk afgekoeld. 'De hele wereld is tegen ons' is een nationale obsessie. De snelheid en unanimiteit waarmee de Veiligheidsraad de resolutie over Jeruzalem aannam heeft dat gevoel van isolement verdiept.

Jitzhak Shamir sloeg bij het Israelische volk, maar ook bij de joden in de diaspora, de juiste toon aan toen hij zich beklaagde dat de VN wel in het geweer komt als joden Palestijnen doden maar niet thuis geeft als joden het slachtoffer van terreur zijn. Het klinkt demagogisch, maar in de Israelisch-joodse ziel is dat een door de geschiedenis onweersproken 'waarheid'. Het gevoel van verongelijking is ook een belangrijke component van het hier voortdurende klinkende refrein dat 'we alleen op eigen kracht (dat wil zeggen het leger) kunnen vertrouwen'.

In een snel veranderende wereld moet de vraag worden gesteld of het in Israels belang is, laat staan in dat van anderen, de wereld vanuit een vernauwd Israelisch-joods en daardoor sterk nationalistisch perspectief te blijven bekijken.

Toen de Koude Oorlog nog scherpe lijnen door het Midden-Oosten sneed, was Israels positie naast de VS aan de 'goede kant' van de scheidslijn verzekerd. Ruzies en meningsverschillen met de VS waren weliswaar ook toen vaak onaangenaam, maar de gemeenschappelijke belangen wogen zwaarder.

De razendsnelle verandering in de Oost-West verhoudingen heeft Israels positie als traditionele Amerikaanse 'strategic asset' tegen de Sovjet-dreiging in het Midden-Oosten echter aangetast. Het Israelisch-Arabisch (Palestijns) conflict ligt niet meer in de sfeer van competitie tussen de twee supermogendheden en heeft andere strategische en diplomatieke contouren aangenomen.

Deze worden voorlopig nog gecamoufleerd door de crisis in de Perzische golf. Maar de door Washington aan Jeruzalem gedicteerde rol om zo onzichtbaar mogelijk te blijven in dit explosieve geschil, is het eerste duidelijke teken dat er een nieuwe situatie is ontstaan. De 'vrije hand' die Syrie van de VS kreeg om generaal Michel Aoun uit zijn paleis bij Beiroet te bombarderen is een nog sprekender aanwijzing dat de dingen veranderen.

Shamir doet echter of zijn neus bloedt. Met een opmerkelijke koelbloedigheid heeft hij het deze week tegen de hele wereld opgenomen. Ondanks zware Amerikaanse druk was hij niet te vermurven om de VN-delegatie te ontvangen. Het mandaat van deze delegatie legde hij uit als een beledigende aantasting van Israels soevereiniteit over Jeruzalem. De VN moeten wat hem betreft maar genoegen nemen met de resultaten van een officieel Israelisch onderzoek naar de toedracht van het drama op de Tempelberg dat op 8 oktober het leven aan 21 Palestijnen kostte.

Shamir trok er zich niets van aan dat Israel en niet president Saddam Hussein gedurende enkele dagen in het middelpunt van de wereldbelangstelling stond. Ook voor alarmkreten uit joodse kringen in Washington over een gevaarlijke afbrokkeling van Israels positie in de Amerikaanse hoofdstad sloot hij zijn oren. De wat hautaine lach die deze week op zijn gezicht kwam toen de socialistische oppositieleider Shimon Peres hem in de Knesseth op zijn blindheid voor de internationale realiteit wees, getuigt van een mentaliteit dat 'alles wel in orde zal komen'.

Shamir gelooft niet dat de VS Israel in de steek zullen laten als puntje bij paaltje komt, zelfs als tegen de uitdrukkelijke Amerikaanse wil met dollars van Uncle Sam joodse woonwijken in oost-Jeruzalem voor Russische joden worden gebouwd.

Shamir vertrouwt nog op de temperende invloed van de 'joodse stem' op de Amerikaanse politiek. Jeruzalem heeft geleerd dat Amerikaanse presidenten twee jaar na hun verkiezing aan slagvaardigheid tegen Israel inboeten. Ook George Bush moet aan zijn herverkiezing denken en zich rekenschap geven van het grote aantal kiesmannen dat staten met een grote joodse bevolking als New York en Californie naar de kiesraad sturen. Met een snel veranderende demografie opkomst van Aziaten, Zuid-Amerikanen en zwarten is dat echter een gevaarlijk spel.

Bovendien is het gewaagd zich niet te realiseren dat het ongenoegen over Israel in de Amerikaanse publieke opinie toeneemt. Jassir Arafat heeft de Palestijnse zaak in de VS welsiwaar grote schade berokkend door Saddam Hussein op de wangen te kussen, maar Israel trekt daar geen profijt van. Opiniepeilingen geven aan dat Israel ook voor de politici op Capitol-Hill geen best-seller meer is.

Shamir zou er goed aan doen zich er rekenschap van te geven dat Israels positie, juist in de context van de nieuwe wereldorde, bezig is af te brokkelen. Na de oplossing van het probleem 'Saddam Hussein' zal Israel scherper dan ooit het geval is geweest worden geconfronteerd met het Palestijnse vraagstuk. Dat is de prijs die de Arabische landen, die met de VS nu gemene zaak tegen Irak maken, van president George Bush zullen bedingen. Shimon Peres en Jitzhak Rabin, de in de oppositie gedreven socialistische leiders, waarschuwen de Likud-regering vrijwel dagelijks voor dit scenario. 'Doe wat', riep Peres deze week wanhopig en machteloos in de Knesseth. 'Neem een initiatief. Richt je tot de Palestijnen'.

Shamir lachte als een sfinx. Van de echte sfinx bij de piramides vallen de stukken al af.