Schunnig van schijnheiligheid; 91/2 weeks (1988) van Adrian Lyne

De laatste jaren was 91/2 weeks de nachtfilm voor moderne paren. Deze film over een sado-masochistische verhouding gold als prikkelend maar smaakvol: een seksfilm met een 'zielkundige teneur'. Willem Jan Otten probeert de opwinding rond de film te verklaren. 'De Filmkeuring zou alsnog haar bestaansrecht kunnen bewijzen door op de hoezen van deze video een sticker te laten plakken met ZIELS- PORNO.'

Toevallig stond er vorige week een foto van Mapplethorpe afgedrukt aan gene zijde van mijn stukje. Wie zijn vinger door mijn woorden stak kwam in de foto uit. Het was een van de Zelfportretten, ditmaal die van Mapplethorpes Achterste Waaruit, of Waarin, een Zwarte Zweep.

Er zijn weinig hedendaagse kunstenaars die zo opluchten als Mapplethorpe. Erg goed heb ik deze opluchting, zoals ik hem telkens weer ondervind, nooit begrepen. Het heeft iets met herstel te maken de manier waarop Mapplethorpe obsceen is sluit je aan op een verleden waarin je nog niet wist wat obsceen was. Zijn beelden geven je, zolang je ernaar kijkt, de blik terug die je aan het eind van je kindertijd bezat: de blik die wel onthutste, maar die zich nooit afvroeg wat anderen er van zouden vinden. Het verlies van deze eigenmachtige, onbevreesde blik is een van de eeuwige zondes. Het kan, zeggen ze, wel een half leven duren voor je weer iets van die eigenmachtigheid herwonnen hebt.

Ook deze Zwarte Zweep, en speciaal de naarstig zijn eigen camera inkijkende Mapplethorpe zelf, was weer buitengewoon kinderlijk. Wat een onbestudeerde ernst! Wat een onbedaarlijke onverschilligheid voor het gevaar belachelijk gevonden te worden! Dat is misschien wel het geheim van de opluchtende vunzigheid dat Mapplethorpe met zo een kinderlijke precisie en uitputtendheid te werk gaat. Kinderlijkheid en moed, het zijn de kenmerken van het erotische. Het ware obscene is niet te straffen.

Ik heb me vaak afgevraagd waarom het zo dikwijls homoseksuele kunstenaars zijn die het patent hebben op deze kinderlijkheid. Feit is in ieder geval dat bijvoorbeeld erotisch bedoelde films voor heteroseksuelen zo bespottelijk volwassen kunnen zijn. Ik bedoel nu niet de pornografische films die kunnen op hun eigen klunzige wijze weer iets opbeurend infantiels hebben maar de 'gedurfde' films die doorgaan voor mooi gefotografeerd, en die een zekere psychologische diepgang pretenderen te bezitten.

Zielsporno

Neem 91/2 weeks (1988, Adrian Lyne), die na enkele jaren de nachtfilm voor moderne paren geweest te zijn, thans zijn succesvolle tweede leven als videofilm is begonnen. 91/2 weeks fungeert om zo te zeggen als missing link tussen de pornografie en de romantiek. Hij ging, begreep ik uit de recensies, 'ver', en was desondanks smaakvol. Ondertussen had hij een heuse zielkundige teneur: het ging om een mooie, maar mannenangstige vrouw die verslaafd raakt aan een nogal sadistische, almaar verdergaande seksuele spelletjes bedenkende man.

Die man zou Mickey Rourke zijn.

De vrouw Kim Basinger.

Op papier leek dit steamy.

Nu ik de film gezien heb moet ik een verklaring vinden voor de opwinding die hij veroorzaakt heeft. Hoe konden zoveel mannen en vrouwen, die vaak ook nog geliefden van elkaar waren, geerotiseerd raken van iets dat zo schunnig van schijnheiligheid bleek te zijn? De Filmkeuring zou alsnog haar bestaansrecht kunnen bewijzen door op de hoezen van deze video een sticker te laten plakken met 'ZIELSPORNO'.

De film is een langgerekte poging om van ons, brave toeschouwers, toestemming te krijgen om obsceen te mogen zijn. Beeld voor beeld vraagt de film zich af of hij niet te ver gaat. De belichaming van deze beduchtheid is Mickey Rourke die welbeschouwd de brutale uitlokker van de schunnigheid had moeten zijn. Maar Rourke heeft mondhoeken, en de mondhoeken van Rourke zijn onuitsprekelijk wee. Ze staan permanent op het vaagst denkbare glimlachje. Het is het glimlachje van de man of vrouw die gewonnen wil worden. Sfinxen, Monae Lisae, Cheshire Cats hebben belang bij zo een glimlachje. Zo niet de man die geacht wordt een vrouw wakker te kussen en te verslaven aan de lust zonder last. Ook is Rourke totaal onmachtig om naar iemand te kijken. Zijn blik wil gezien worden. Wie weet hoort zijn blik thuis in het rijtje Greta Garbo, Catherine Deneuve, Natasja Kinski, dat wil zeggen bij de Afwachtende Wijkende Blikken, maar dat zal pas blijken wanneer Rourke de rol speelt die Kim Basinger in deze film geacht werd te spelen.

Hoe dan ook: Rourke is degeen die Basinger om 'steeds meer' vraagt en daarbij een wisselbadentechniek hanteert: eerst heel aardig zijn, op het moederlijke af (hij is wereldkampioen ontbijt-op-bed), en dan ineens iets reuze obsceens eisen. Bijvoorbeeld het inmiddels onvermijdelijke vrijen met blinddoek op. Het is niet alleen een techniek om Basinger in bekoring te brengen, maar vooral om onze goedkeuring voor de spelletjes weg te dragen. Hij is heus aardig, maar...

Genot

In feite begint de hypocrisie al meteen bij het feit dat Basinger gehuld wordt in onschuld. Dit is de zoveelste film waarin de vrouw verschoond wordt van dat wat wordt voorgesteld als de zwarte kant van de begeerte. Deze neiging om vrouwen af te schilderen als degenen die geinfecteerd worden met het virus van een ongezonde begeerte als waren zij, de vrouwen, eigenlijk bedoeld als hoger en hygienischer, en kregen zij iets ingeplant wat hen vreemd is en hen ziek maakt is, ben ik bang, heel eigentijds. In de discussie over pornografie, zoals gevoerd door feministen, wordt een vrouwtype verheerlijkt dat door de seksualiteit belaagd wordt, en eraan onderhorig gemaakt, terwijl zij er in wezen vrij van is.

Dit type probeert Basinger te spelen, en vervolgens is het de bedoeling dat we er opgewonden van raken wanneer zij desondanks met Rourke gaat meespelen. Omdat het een moderne film is, zal ook zij heus gaan genieten van wat van haar gevraagd wordt; ik ben bang dat deze overgangetjes van afschuw naar genot de speciale reputatie van 'verregaand' uitmaken. Alleen is het niet haar eigen diepste verlangen dat zij in Rourke's handen leert kennen, het is weer, net als in de achterlijkste kasteelroman, haar liefde voor hem die haar doet meespelen. Zij wordt niet wakker gekust, maar misbruikt. En zij schikt zich. Arme, arme vrouw. Wanneer ze een keer door hem in elkaar geslagen wordt, begrijpen we dat ze toch weer met hem doorgaat omdat ze zo dol op hem is. Genot uit pijn, daar doet ze niet aan, dat is weer een ander chapiter, waar de film angstvallig afzijdig van blijft. Heuse zweepjes worden er gekocht, maar dat betekent even weinig als het kopen van een mantelpakje. Seks is uberhaupt een kwestie van hebbedingetjes in 91/2 weeks. Zoals ook de o zo subtiele onderstroom van de eigenlijke affectie wordt veruitwendigd met het geven van talloze cadeautjes. Nog nooit eerder werden er in een succesvolle film zoveel pakjes uitgepakt, en was men zo blij met zulke stompzinnige dingen. Een horloge! Een kettinkje! Een sjaaltje!

Perzik

Enfin, als Rourke Basinger vraagt om op handen en voeten honderd-dollarbiljetten op te rapen, schijnt er een maat vol te zijn, en Basinger begint te huilen. Dit is de opmaat voor de crisis, want enkele scenes later zit ze geblinddoekt in een hotelkamer, uiteraard weer op Rourkes verzoek. Wat nu komt was overigens echt goed gefilmd; plotseling brak de film met de Grolsch-esthetiek van veel te dure onpersoonlijke ruimtes met veel te mooi schuin strijkend licht, en veel te nabije close-ups van partjes perzik glijdend langs net niet lokaliseerbare lichaamsdelen. Er was, net als in pornografie, een onnaspeurbaar oningerichte kamer met hotelbed; kennelijk was er ter locatie weinig ruimte waardoor de camerastandpunten ineens onhandiger, of althans bijzonderder werden.

In ieder geval merkten we dat Rourke buiten beeld nog iemand de kamer binnen liet, en daarna zagen we twee vrouwenarmen die duidelijk niet van Basinger waren, en beduidend roodnageliger, en die armen raakten op de laconiekst mogelijke wijze de geblinddoekte Basinger aan. Het spannende was natuurlijk dat degene van wie deze armen waren steeds buiten beeld bleef en dat Basinger zichtbaar en met moeite weerstand aan het bieden was aan haar neiging om de blinddoek af te schuiven. Eindelijk, zo leek het, speelde ze uit eigen bevreesde belustheid haar eigen spel mee, en eindelijk begon er iets te zinderen, wat vooral zeggen wil: eindelijk deed de film iets zonder aan ons te vragen of het wel mocht. Het duurde vermoedelijk maar tien seconden, maar 91/2 weeks was even een fait-acompli.

Ogenblikkelijk daarna namen film, regisseur, Rourke, scenarioschrijver en Basinger wraak op het beginnetje van opwinding dat wij hadden. Als Rourke de vreemde vrouw begint te kussen, knapt er iets in de nu ongeblinddoekte Basinger, en zij rent de straat op, regelrecht een pornotent in. Hier nu, in dit voyeuristisch inferno, waar oude vieze mannen kijken naar mensen die met vrijen hun geld verdienen, wordt haar op slag duidelijk dat Zij Te Ver Is Gegaan. Rourke leidt tot peepshow. Blinddoek tot porno. Porno tot Erger.

Daarna komt natuurlijk de onafwendbare scene waarin Rourke moet vertellen hoe het met hem zo ver heeft kunnen komen. Iets met zijn afkomst. Vader werken op gieterij. Vijf broers, hij de oudste. Bespottelijke wartaal, maar de film gebiedt dit: Basinger heeft van hem gehouden! Zij is haars ondanks aan schunnigheid medeplichtig geworden. Dus zullen wij begrijpen dat ook Rourke niet anders kon.

De vijand van de volksgezondheid is niet de obsceniteit maar de liefde, vooral die van Basinger voor Rourke. En 91/2 weeks is een monument van schijnheiligheid. Uiteindelijk voert hij genot op als iets dat alleen onder dwang kan bestaan, en als iets waar vrouwen alleen aan meedoen om hun geliefde niet kwijt te raken. Van deze genotsopvatting zou wie weet, voor een bepaalde doelgroep, een aangrijpende film te maken zijn, zo een 'waar je het mee eens bent', bijvoorbeeld een film van Marleen Gorissen. Maar er een film van maken die je eigenlijk wil opwinden... het is even deprimerend als een kind opvoeden met ijsjes vol gemalen glas.