Schade

Om de collecties van alleen nog maar de Rijksmusea in een goede conditie te krijgen en te houden, is ongeveer 500 miljoen gulden nodig. Dat is de huidige schatting; het kan echter ook nog meer worden. Wat ik me dan afvraag is hoe al die oude schilderijen (want daar gaat het vooral om, en om houten voorwerpen), honderden jaren zonder airconditioning dan toch tot in de twintigste eeuw hebben kunnen overleven. Af en toen zijn ze schoongemaakt, maar zo te zien zijn ze niet echt kapot gegaan.

Het ambitieuze programma kunstbehoud, waarvan iedereen de mond nu vol heeft, is daarom onvolledig zonder een analyse van de redenen waarom schilderijen plotseling zo kwetsbaar geworden zijn. Pas als dat duidelijk is, kan bekeken worden hoe verantwoord het is om een half miljard aan restauratie en klimatologische voorzieningen uit te geven zonder verdere maatregelen die de museale praktijk betreffen. Want tegenover dat bedrag staat, nog steeds, een schrijnend en gevaarlijk gebrek aan middelen om de collecties door nieuwe aankopen te verbeteren. En zinvol kunstbeheer is verzorging en verbetering.

Misschien wel de belangrijkste reden waarom oude schilderijen het zonder klimaatbeheersing toch hebben uitgehouden, is dat ze vroeger op hun plaats mochten blijven hangen. Ze werden niet voortdurend versleept om her en der aan tentoonstellingen deel te nemen. Op hun eigen plek konden die schilderijen wennen aan het klimaat van die plek. Maar wij hebben, om allerlei fraaie redenen, een praktijk ontwikkeld waarbij we de kunstwerken naar de mensen brengen in plaats van de mensen te leren naar de kunst te gaan. Het ideaal is culturele verbroedering: ook de mensen in, bij voorbeeld, Chicago, moeten Spaanse kunst kunnen zien. Maar waarom zouden die mensen in Chicago niet genoeg hebben aan de Spaanse en vele andere schilderijen in hun eigen, prachtige Art Institute? En waarom zou 'aanvullende informatie' niet kunnen worden gegeven door een tentoonstelling van tekeningen en prenten (minder kwetsbaar dan schilderijen) zoals het Teylers Museum die een jaar geleden daar, in Chicago, liet zien?

Het museum moet levend en actief zijn, heet het dan. Want inmiddels is het helaas zo geworden dat mensen vaak pas naar het museum gaan als er iets 'bijzonders' te doen is. Musea hebben de neiging daarop in te gaan omdat van politieke zijde naar hun rendement wordt gekeken en rendement staat vrijwel gelijk met bezoekersaantal. Het langdurige, culturele rendement van een permanente collectie in een gemeenschap is niet zo goed meetbaar en daarom minder interessant.

Maar tegenover de gegroeide tentoonstellingspraktijk staat wel het negatieve rendement van een enorme schade aan kunstwerken. Natuurlijk zal die schade zoveel als kan hersteld moeten worden. Om echter verdere schade te voorkomen moet vooral de praktijk anders worden en die verandering zal ook politiek gesteund moeten worden. Anders kunnen de musea die andere kant niet op.