Niemand gaat met een Van Gogh naar bed

Zou het waar zijn dat mooie dingen ons in een staat van seksuele opwinding brengen? De Amerikaanse filosoof Guy Sircello twijfelt daar geen moment aan.

Zijn vraag is eerder, hoe dat komt. Een object van grote schoonheid roept onze lust op, zonder dat wij ons direct geroepen voelen onze lust aan dat object te bevredigen. Dat is een andere zaak. Ter discussie staat slechts de vraag hoe het komt dat in een esthetische gewaarwording een erotisch verlangen ligt besloten, dat vaak rechtstreeks terug gaat op een prikkeling of activering van de geslachtsorganen of erogene zones. Het kan van persoon tot persoon verschillen, maar zeker is dat sommige mensen een erectie krijgen bij het horen van een vioolconcert van Vivaldi of bij de aanblik van een schilderij van Mondriaan. Esthetische ontroering kan gepaard gaan met een verstijving van de tepels en andere lichamelijke reacties die voorbehouden leken aan seksuele agitatie. Het is niet juist om te denken dat erotische opwinding alleen plaats vindt bij aanschouwing van kunstvoorwerpen die zelf erotisch van aard zijn en door uitbeelding van een dierlijke vitaliteit ons aan de geslachtsdaad doen denken. De seksuele opwinding is inherent aan alle ervaring van schoonheid, of het nu een fraai sluitend intellectueel betoog is, een naakt, een stilleven met jachttrofee, een hoornconcert, een oogopslag, gordijnstof of moderne woningbouw. Sircello registreert zelfs een moment van opwinding bij het aanhoren van een geslaagde congresbijdrage van een collega, die hij tevoren nog niet voor vol aanzag... once again comes that warmth in the testicles, that stirring in the penis, that itch in the nipples and the tongue. De aansprekelijkheid van deze ervaring hoeft niet te liggen in de herkenning. De mogelijkheid dat men als spreker door de elegantie van de bewijsvoering deze lijfelijke reactie bij het gehoor heeft opgeroepen, lijkt mij genoeg. Het gaat niet om een perversiteit of aberratie, dat kan altijd nog komen. Normaliter kan men deze seksuele opwinding ervaren met handhaving van het vereiste decorum.

Als we eens aannemen dat Sircello gelijk heeft, hoe zou die seksuele opwinding bij de ervaring van schoonheid dan tot stand komen. Men bedenke dat seksuele opwinding op verschillende wijzen wordt opgeroepen: door beroering van een erogene zone, door waarneming op enige afstand van een voorstelling, door fantasie, door een lichamelijke toestand varierend van kriebel tot orgasme en ten slotte door een kunstmatige ingreep, toediening van een stof, een aphrodisiacum of een beetje alcohol. Het is duidelijk dat de esthetische ervaring voor zover deze tevens een erotische gewaarwording behelst, vooral gebaseerd is op waarneming op enige afstand. Men behoeft een kunstwerk niet op te eten of op te drinken en het is ook niet nodig dat het kunstwerk de binnenzijde van ons dijbeen beroert. Er is altijd enige distantie. Maar het opmerkelijke doet zich nu voor dat wij bij een schoonheidservaring een sterke aandrang voelen om tot lichamelijk contact te komen. Er is een behoefte tot afstandsverkleining. Daarom hangt elk museum vol met bordjes met verbod de tentoongestelde voorwerpen aan te raken. Fenomenologisch bezien voor zover die zienswijze iets zegt heeft men niet alleen zin in een lichamelijk contact met alles wat mooi is, maar lijkt het ook zo te zijn dat wij bij de waarneming van schoonheid, ons aangeraakt voelen. De taal zou hier al informatief kunnen zijn. Wij voelen ons geroerd, gemoveerd, meegesleept en getroffen. Het lijkt dus alsof alle schoonheidservaring zelfs als deze in eerste instantie visueel of auditief is zich kenbaar maakt via de tastzin. Vaak is er een vervolg van lichamelijke reacties, tranen, blindheid, applaus, ...

Ontroerd

Hoewel fenomenaal bij de schoonheidservaring het primaat bij de tastzin ligt, is er niet een speciaal orgaan ingesteld op schoonheid. Wij zijn er globaal ontvankelijk voor en wij willen altijd meer. Omdat de ervaring van schoonheid aangenaam is. Daarom rekken wij de ervaring, streven naar herhaling, lopen er van alle kanten omheen, proberen er aan te ruiken, schakelen zoveel mogelijk andere zintuigen erbij in, streven in het algemeen naar behoud en uitbreiding. Hoe vaak hoor je niet dat reizigers die ontroerd worden door de aanblik van een landschap er ook in willen rollen. Alle denkbare receptiviteit wordt ter beschikking gesteld om de esthetische gewaarwording te optimaliseren. Dat gaat als van zelf. Vroeg of laat bereikt die uitbreiding van gevoeligheid ook de geslachtsorganen en de erogene zones. Het is als de voortzetting van een rimpeling in de vijver. Aangeraakt door schoonheid wordt ons totale vermogen tot receptiviteit geactiveerd, ook onze seksuele. Vandaar onze ervaring van lichamelijke lust. Dat schoonheid overweldigend is, blijkt uit onze bereidheid al onze lichamelijke ontvankelijkheid te mobiliseren. Ter bestendiging en uitbreiding van de esthetische ervaring worden de erogene zones als een soort hulptroepen ingezet. Dat is hun bijdrage. Het is duidelijk, dat seksuele lust hierbij ondergeschikt is aan een andere dan de seksuele doelstelling. Daarom voelt ook niemand zich geroepen om met het esthetisch object geslachtsgemeenschap te hebben. Niemand gaat met een perfect betoog naar bed of met de afgetrapte schoenen van Van Gogh. Men moet de zaak natuurlijk niet omkeren. Wat seksueel opwindend is, is niet altijd mooi. Het kan samenvallen en dan heeft men geluk.

Als de schoonheidservaring van nature erotisch van aard is, heeft al dat gezeur dat wij in onze cultuur moeten streven naar desublimatie geen enkele zin. Alle cultuur, die wij wensen te behouden, proberen wij via sensuele prikkeling te behouden.

    • Jaap van Heerden