Moeder India

Mahatma Gandhi, voor wie nog pas in Amsterdam een standbeeld is opgericht, was een tegenstander van de westerse geneeskunde, die hij 'misdadig' noemde. Bovendien wist hij zeker dat de spoorwegen, vanwege de snelheid van de treinen, alleen maar verspreider van het Kwaad kunnen zijn. Hoe komt het toch dat India het land van 'eeuwenoude wijsheid en onmetelijke zedelijke superioriteit' zo achterlijk is?

Wie is Shri Mataji? Kortgeleden waren er in de stad aanplakbiljetten te zien met de tekst: 'Shri Mataji, de Grote Spirituele Leider van onze tijd' en ik trachtte mij een voorstelling te maken van wat hij/zij ongeveer te beweren zou hebben. Hoewel ik nooit eerder in mijn leven van Shri Mataji had gehoord lukte dat vrij aardig tot en met het accent en dat met niet meer gegevens dan de naam, en de inlichting dat het hier een grote spirituele leider betrof. De rest kwam dus uit het donkere magma dat zich in mijn schedelholte bevindt: de massa's zinnige en onzinnige feiten in de loop van een leven verzameld, oproepbaar als associaties bij het voorvoegsel 'Shri' en een naam eindigend op 'ji', en meer in het algemeen bij het land genaamd India en de bijbehorende cultuur.

Of folklore bijvoorbeeld het feit dat een van de nationale voortbrengselen van dat land bestaat uit grote spirituele leiders, zoals Siam rijst exporteert, Frankrijk wijn en Nederland kaas. India is het land van de spirituele wijsheid, vervat in onmetelijk oude teksten vol filosofische inzichten van onpeilbare diepte, en geschreven in de oudste taal van de wereld, de oertaal die heel vroeger ook door de dieren werd gesproken en waaruit alle andere talen zijn voortgekomen, het Sanskriet.

Hoe idiosyncratisch dit is kan ik niet goed beoordelen; wat er geloof ik een rol in speelt is in Indie te zijn opgegroeid; niet alleen als gevolg van de grotere aandacht, daarginds, voor de onzichtbare werelden om ons heen, maar in mijn geval bovendien geintensiveerd door een vroege kennismaking met de theosofie.

Er bestond in Nederlands-Indie veel belangstelling voor de theosofie; dat de theosofie er zo aansloeg had vermoedelijk ook te maken met het feit dat het een leer was die Oosterse wijsheid boven westerse kennis stelde en dus in beginsel Aziaten hoger of minstens gelijk aan Europeanen. Daardoor had de theosofie in de toenmalige verhoudingen daarginds ook zeer zeker de status van iets vooruitstrevends, een relatief verlichte levensbeschouwing, die ook belangstelling aanmoedigde voor de eigen kunst en cultuur der Aziatische kolonien.

Dit alles kan gezien worden als de achtergrond van de grote belangstelling voor oculte zaken, en voor India, waarmee ik kennis maakte als kind; niet zozeer op het Internaat, want daar heerste de Heer der Heerscharen, maar wel in het kamp, tijdens de internering. Esoterische lectuur was in de kampbibliotheek bepaald goed vertegenwoordigd en het was daar dat ik kennis maakte met de werken van Mme Blavatsky (De Geheime leer), Annie Besant (Reincarnatie), Krishnamurti en Charles Leadbeater, en niet in de laatste plaats met fascinerende titels als Zonen van den vuurnevel, van schrijvers wier namen ik helaas vergeten ben.

Over India las ik alles wat ik kon vinden, van Kipling tot gedichten van Tagore en fragmenten uit de Bhagawad Gita. Maar na these komt antithese: bij die boeken was er ook een genaamd Moeder Indie.

Ik meen me te kunnen herinneren hoe die titel, waarvan ik al vaker had gehoord, mij intrigeerde en aansprak: Indie (dat wil zeggen India, of zoals wij toen zeiden 'Voor-Indie', of 'Engels Indie') als de moeder van de wereld, van de mensheid; daar was het allemaal begonnen, daar ergens lagen de antwoorden op al de mysteries die mij bezighielden. Maar aanvankelijk kreeg ik het boek niet te leen, de bibliothecaris vond me er te jong voor. Tenslotte kreeg ik het toch van hem los.

Verschrikkingen

Het was het beruchte en in India niet bepaald geliefde werk van de Amerikaanse journaliste Katherine Mayo. Hoe hard dit boek aankwam mag blijken uit het feit dat het ook in Nederlands-Indie, en zelfs in het kamp nog heftige discussies losmaakte. Moeder Indie was ook bij de Theosofen niet populair en het is niet moeilijk te begrijpen waarom: er was niet alleen het schokkende beeld van 'caste fettered, feud-filled, tyrant-crushed India', zoals Mayo het noemde, maar ook de voor de hand liggende implicatie dat al die eeuwenoude wijsheid en onmetelijke zedelijke superioriteit blijkbaar niet in staat waren de verschrikkingen te verhinderen of te voorkomen die in het boek worden beschreven; als ze er al niet de oorzaak van waren. In de treffende formulering van V. S. Naipaul: 'Indian spirituality swallows up and annuls the very civilization of which India boasts.'

Naar zich laat begrijpen waren dergelijke conclusies koren op de molens van koloniale diehards, die ze gretig aangrepen als bewijs dat India nog lang niet in staat was zichzelf te besturen. En dus Nederlands-Indie ook niet, dat ging in een moeite door.

Tegen de feiten is niet veel in te brengen. Toen niet en nu niet. Ongeveer tegelijk met de aanplakbiljetten voor Shri Mataji, de grote spirituele leider van onze tijd, verscheen een rapport van Unicef, onder de titel The Lesser Child: The Girl in India, een rapport opgesteld voor de Indiase regering in het kader van 'South Asia's Year of the Girl Child 1990'. Uit dit rapport blijkt onder meer dat een kwart van de 12 miljoen meisjes die elk jaar in India worden geboren sterft alvorens de leeftijd van 15 jaar te bereiken, als gevolg van verwaarlozing, discriminatie en, nog steeds, infanticide. Er sterven jaarlijks 300.000 meer meisjes in India dan jongens. 'India heeft een van de laagste geboorteverhoudingen ter wereld, niet omdat er minder meisjes worden geboren, maar omdat men er zoveel meer laat sterven, ' luidt een van de conclusies van het rapport.

In een studie uit 1984 bleken 7999 van 8000 geaborteerde foetussen meisjes te zijn. Voor de meeste vrouwelijke embryo's die overleven 'birth is the only equal opportunity they will ever get', zoals het in dat Unicefrapport nogal beeldend wordt gezegd. Minder meisjes dan jongens gaan naar school, 'omdat een meisje ondergaat in de tirannie van de huishouding zodra ze de eenvoudigste taken kan vervullen.'

Een van de dingen waarop in dat Unicefrapport de nadruk wordt gelegd is dat ondervoede en analfabetische meisjes, vooral in de dicht bevolkte en onderontwikkelde staten van Noordwest India, zelf ook weer zwakke en ziekelijke babies ter wereld brengen doordat ze zo vroeg worden uitgehuwelijkt, waarmee al die ellende zichzelf eindeloos in stand houdt.

Ik vermeld dit tamelijk uitvoerig omdat het precies datgene is waar Katherine Mayo zoveel jaar geleden ook al alarm over sloeg. Dat heeft blijkbaar niet veel geholpen, hetgeen en passant alle pogingen het boek te discrediteren en zelfs te verbieden ook in een duidelijk perspectief brengt. En men kan moeilijk om de conclusie heen dat alle swami's, goeroe's, yogi's en verdere grote spirituele leiders geen gunstige, en in sommige gevallen duidelijk een nadelige invloed hebben gehad.

De zo bewonderde Gandhi, voor wie nog pas in Amsterdam een standbeeld is opgericht, was bijvoorbeeld een tegenstander van de westerse geneeskunde, die hij 'misdadig' noemde. 'Het is de moeite waard, ' schreef hij, 'om na te gaan waarom mensen het medische beroep kiezen. Zeker niet om de mensheid te dienen. We worden dokter om eer en rijkdom te behalen. Europese doktoren zijn het ergst; zij doen bovendien onze religieuze instincten geweld aan. De meeste medische preparaten bevatten namelijk of dierlijk vet of alcoholische vloeistoffen; deze zijn beide verboden, zowel bij de Hindoes als bij de Mohammedanen.' Gandhi, die officieel en in het openbaar verklaarde dat Westerse ziekenhuizen 'inrichtingen waren voor het verbreiden van de zonde' en dat 'Europese geneeskunde studeren gelijk staat aan het verdiepen van onze slavernij', spoorde medische studenten en leerling-verplegers aan hun scholen te boycotten, waaraan velen ook gehoor hebben gegeven. Wat Gandhi verdedigde was de Ayurvedische, dat is antieke-Hindoe geneeskunst.

Voortekenen

Wie niet in sprookjes gelooft zal verwachten dat dergelijke antieke medische stelsels behalve wat kruiden en toevalstreffers weinig goeds en veel verkeerds hebben te bieden. Mayo citeert uit de Sushruta Samhita, een van de twee vereerde werken waarop dit systeem gebaseerd is: 'De gunstige of ongunstige afloop van een ziekte kan voorspeld worden uit verschijning, spraak, kledij, en gedrag van de boodschapper die naar de geneesheer is gezonden, of uit de stand van de sterren en de maan op het tijdstip van aankomst, of uit de windrichting op dat moment, of uit de aard der voortekenen door hem onderweg waargenomen, of uit het postuur en de spraak van de geneesheer zelf. Een boodschapper behorend tot dezelfde kaste als de patient moet beschouwd worden als een gunstig voorteken, terwijl een van een andere kaste een fatale of ongunstige afloop van de ziekte voorspelt.'

Nationalisme en verzet tegen de Britse overheersing spelen een belangrijke rol. De Ayurvedische geneeskunde is goedkoper, 'beter aangepast aan de Indische constitutie', en 'of divine sanction and birth'; zij wordt door het Indian National Congress aanvaard als 'just as scientific as modern Western Medicine'. De dichter (Sir) Rabindranath Tagore verklaart hartstochtelijk dat de Ayurvedische geneeskunde superieur is aan alles wat het Westen kan bieden. Theosofisch geinspireerde en andere moderne werken noemen de Ayurvedische geneeskunde en de Sushruta anatomie en chirurgie van tweeduizend jaar geleden 'ver superieur' aan die van de westerse medische wetenschap; de Ayurvedische methodes zijn praktisch volmaakt, ze zijn immers in al die tijd niet noemenswaard veranderd.

Katherine Mayo beschrijft twee gevallen van Ayurvedische chirurgische praktijk uit haar eigen ervaring. '... Ook het tweede geval speelde in Madras: een Ayurvedische dokter had geprobeerd volgens zijn inzichten een operatie uit te voeren op een man die een vergrote klier in zijn lies had. Terwijl de patient werd vastgehouden, en zonder verdoving, opende hij de klier. Toen het mes naar binnen ging sprong de patient op, waarbij een ader werd doorgesneden en de buikholte geopend. De dokter bracht de man toen naar de dichtstbijzijnde Gouvernementskliniek. De verpleger daar, een Indier, durfde niets te doen en stuurde de patient door naar een ziekenhuis. Maar voor hij daar aankwam was de man dood.

De Ayurvedische dokter werd dood door schuld ten laste gelegd, maar een genootschap van westers opgeleide Indiasche artsen, vele in dienst van het Gouvernement, nam zijn verdediging ter hand en betaalde de kosten, met het argument dat er geen smet mocht komen op 'onze prachtige traditionele Indische geneeskunde'. Hun advocaten wisten de beschuldigde vrij te krijgen op een juridische formaliteit en zorgden er toen voor dat de verpleger van de Gouvernementskliniek vervolgd werd wegens misdadig uitstel.'

Blindedarm

Zoals dat in zulke situaties blijkbaar altijd gaat werd de superioriteit van de Europese geneeskunde wel ontkend maar heel goed ingezien. Niet geheel zonder leedvermaak vertelt Mayo het bekende verhaal van Gandhi's blindedarmontsteking. Hij bevond zich toen in een Britse gevangenis en werd onderzocht door een arts van de Indian Medical Service.

'Mr Gandhi', zei de arts, 'Het spijt mij U te moeten meedelen dat U blindedarmontsteking hebt. Als U mijn patient was zou ik onmiddellijk opereren. Maar U zult er waarschijnlijk de voorkeur aan geven de hulp van uw Ayurvedische dokter in te roepen.'

Maar Gandhi koos voor zichzelf de misdadige Europese geneeskunde.

Ook niet zo bekend is dat de Mahatma ('Grote Ziel') niet alleen de westerse geneeskunde, maar ook de spoorwegen voor een manifestatie van het kwaad hield. W. F. Hermans heeft er eens op gewezen dat snelle vervoersmiddelen bij bepaalde conservatief aangelegde mensen een diepe weerzin schijnen op te roepen; ook voor Gandhi gold dat: in Indian Home Rule beschrijft hij hoe het Goed langzaam en het Kwaad snel gaat: 'Daarom kunnen spoorwegen alleen maar verspreider zijn van het Kwaad.' Het is boven twijfel verheven dat de spoorwegen het Kwaad propageren, schreef hij, want en dan volgt een argument dat in onze tijd zo vaak belachelijk is gemaakt dat je haast niet kunt geloven dat het in ernst wordt gebruikt: 'want God heeft in de constructie van het menselijk lichaam een limiet gesteld aan de bewegingsdrift van de mens.'

Als God gewild had dat de mensen konden vliegen had hij ze vleugels gegeven.

Er is nog zo'n argument, waarvan je op, hoe moet ik het noemen, theoretische gronden verwacht het te zullen vinden. Ik placht me als kind al af te vragen wat er zou gebeuren als je wijwater distilleerde en of je het kon verdunnen; nu vond ik het antwoord dans la nature, dat wil zeggen in Moeder Indie, in het Gangeswater in Benares, zoals bekend een van de grootste bronnen van infectie ter wereld. 'Een drager van typhus of cholera kan tijdens zijn bezoek gemakkelijk 10.000 mensen infecteren', zoals Mayo schreef. Tegen bittere religieuze oppositie slagen de Britten er in een gedeeltelijke riolering en waterleiding in de stad [Benares] aan te leggen. Maar de gelovigen willen het gefiltreerde water niet drinken. In plaats daarvan scheppen ze het tussen de baders uit de rivier. Waarschuwingen en protesten van de Officier van Gezondheid ontmoeten slechts onbegrip en irritatie. 'Het ligt niet in het vermogen van de mens het water van de Ganges onzuiver te maken, ' is hun antwoord, en dan komt het: 'het filtreren van het water haalt de heiligheid er uit'.

Achterlijkheid

Ziedaar een zeldzaam staaltje van Goddelijke Natuurkunde, van Theofysica: filtreren verwijdert heiligheid. En het echte Theofysische vraagstuk is: Hoe weten de mensen dat? Waarom denken ze het? Waarom denken ze niet dat het er niets toe doet, of dat filtreren het water juist nog heiliger maakt? Waarom denken ze wel dat smeerboel niet hindert? Waarom werkt de intuitie van gelovigen altijd die kant uit, altijd in het nadeel van de mensen tegen hygiene, tegen vaccinaties, tegen onderwijs, tegen geboortebeperking, tegen emancipatie, tegen vreugde waarom is dat niet omgekeerd? Ook hier is de intuitie weer meteen op mars, vanzelfsprekend en zonder aarzelen, in de richting van de achterlijkheid.

En van het tegenstrijdige; ook wat dat betreft is het voorbeeld perfect: er wordt in een adem gezegd dat de mens niet het vermogen heeft het heilige water van zijn zuiverheid te beroven, en tegelijk dat dit juist wel wordt bewerkstelligd door het te filtreren. Wie daarover valt is nog niet rijp voor het hogere.

Maar om nog even in het domein van het grofstoffelijke te blijven en consequent door te denken: waar is die heiligheid gebleven? Wordt die geacht in het filter te zijn blijven zitten? Is 't verdampt? Trekt 't zich boos terug als je het water wilt zuiveren? Voelt 't zich dan beledigd? Wordt die heiligheid gezien als een stof, een soort fluide of iets dat intenties kan hebben? Hoe het brein van andere mensen werkt, in verband met dergelijke kwesties, dat is mij een groot raadsel. En meer in het algemeen het feit dat de mensen telkens weer een onzichtbare, niet waarneembare orde veronderstellen die zij belangrijker vinden dan de zichtbare werkelijkheid. Niet dit feit zelf vind ik overigens a priori futiel of belachelijk en er bestaat ook voor mij een manier om het zo te zien; dat is, om het zo maar te noemen, de manier van E. M. Forster.

Een buitengewoon verhelderend essay hierover is te vinden in India and the Romantic Imagination van John Drew, een opmerkelijk boek waar nog veel meer lezenswaardigs in staat. Het essay is getiteld 'The Road from Colonus and Death in the Green Tree, ' naar een kort verhaal dat Foster schreef kort voor hij aan A Passage to India begon. Zoals in A Passage to India wordt een groep Engelsen in het buitenland, in een vreemd landschap, geconfronteerd met 'een psychische belevenis' zoals Drew het noemt, 'waartoe niets in hun eigen cultuur hen heeft voorbereid'. Een moment van mystiek inzicht wordt ervaren door een oudere man, Mr Lucas, die zijn ware identiteit ontdekt in een holle boom, maar daarna, wanneer zijn leven wordt gered, terugvalt in ontgoocheling. 'Zowel in dit korte verhaal als in A passage to India zijn het niet de capabele en gearticuleerde Engelsen, maar de inlanders waar zij op neerkijken die een vermoeden hebben van de psychische of metafysische krachten die in het fysieke landschap bestaan.'

De titel van het korte verhaal slaat op Oedipus, die na een leven in schande zijn oude dag in rust mag slijten in Colonus, culminerend in zijn totale en mystieke opgaan in het landschap dat gewijd is aan de mysterien. 'Mr Lucas heeft 40 jaar keurig geleefd, zijn bezoek aan Griekenland is een lot, ..maar het lot blijkt hem te hebben uitgekozen voor de Verlichting..Als hij eenmaal in de grote groene boom zit verwezenlijkt hij de wens de 40 jaren af te schudden die hem scheiden van het idealisme uit zijn jeugd; in zijn gretigheid bezit te nemen van de geest van de boom, waar al eens mensen in zijn geweest, wordt hij er zelf door bezeten en hij geeft zich over.' Er is een flits van inzicht: 'iets onvermoeds, iets ondefinieerbaars is over alle dingen gekomen en heeft ze doorgrondelijk en goed gemaakt.' Van zulke zaken zijn zijn lawaaiige reisgenoten onwetend en onbewust. (Maar ze hebben wel het laatste woord).

Drew schrijft: 'het is een zonderlinge coincidentie, in het licht van Forsters latere interesse in India, dat dit beeld van de groene boom die omgehakt zal worden een centraal thema is in een bepaalde Indische filosofische traditie. De mythe is het eerst uitgewerkt door de Vedische wijze Yajnavalkya, wiens leer beschreven wordt in de Brihad Aranyaka of grote woud- Upanishad (ca 7de of 6de eeuw v Chr) en een prominente plaats krijgt in de Bhagavad Gita..' Het is mogelijk, schrijft Drew, dat Forster dit beeld dankt aan Plotinus, maar het zou ook een mythisch archetype kunnen zijn: 'Als Socrates in de Phaidros de namen moet noemen van de oude wijzen op wie hij zich heeft beroepen, ontdekt hij dat zij geen historische maar psychologische entiteiten zijn: ideeen krijgen vorm uit een bron die hij zou moeten kunnen identificeren, maar hij kan het niet.'

Dat is heel verhelderend. Maar meer nog geldt dat voor het beeld van die Mr Lucas die de Verlichting deelachtig wordt in zijn holle boom, en wanneer die wordt omgehakt bereid is met boom en al ten onder te gaan. Dat maakt van alles uit het voorgaande duidelijk, en het is bovendien aangrijpend.

3) Philippe Aries, L'enfant et la vie familiale sous l'ancien regime, voor het eerst gepubliceerd in 1960; een Nederlandse vertaling, gemaakt naar de uitgave bij Le Seuil uit 1973, verscheen onder de titel De ontdekking van het kind. Uitg. Bert Bakker 1987

    • Rudy Kousbroek
    • Georganiseerd Door de Vereniging Okw