Landbouw: EG worstelt met standpunt voor Gatt-ronde

BRUSSEL, 19 okt. Er zijn Brusselse ambtenaren die in verband met de vanmiddag om 12 uur begonnen vergadering van de ministers van landbouw van de Europese Gemeenschap in Luxemburg maar direct hun vrouw en kinderen in een naburig hotel hebben ondergebracht. Dan zijn ze er in elk geval zeker van dat ze dit weekeinde nog enige momenten in gezinsverband kunnen doorbrengen. Want de vooruitzichten voor de duur van deze derde en laatste poging van de ministers om het eens te worden over het standpunt van de EG in de onderhandelingen in de Uruguay-ronde binnen het kader van de Algemene overeenkomst inzake tarieven en handel (Gatt) zijn niet bijster rooskleurig. De Uruguay-ronde moet in december in Brussel worden afgesloten met een veelomvattend akkoord over verdergaande liberalisering van de wereldhandel.

'Het wordt zeker zondagavond voor ze eruit zijn', zo is een van de somberste voorspellingen. Maar wat dan zal zijn bereikt is veel moeilijker te voorspellen. Aan de essentie van het Europese voorstel voor de Gatt-onderhandelingen vermindering van EG-steun aan de boeren met 30 procent over tien jaar vanaf 1986 zal nauwelijks iets kunnen worden gewijzigd. Gisteren nog zei Frans Andriessen, de Europese Commissaris die is belast met de Uruguay-ronde, dat de Europese Commissie wijzigingen in het voorstel over de landbouw 'niet aanvaardbaar' acht. De Europese Commissie beweegt niet, zei deze week ook de Nederlandse bewindsman voor landbouw, Piet Bukman, 'want elke beweging is altijd de verkeerde kant op.' Een wijziging zou het effect hebben alsof er een steen uit een delicaat bouwsel wordt weggetrokken.

Ook om andere redenen is wijzigen eigenlijk niet mogelijk. In strikt juridische zin is er dus ook geen sprake van een echte beslissing die de ministers kunnen nemen. De Europese Commissie heeft haar eigen verantwoordelijkheid voor haar opstelling bij de Gatt-onderhandelingen en is daarbij niet afhankelijk van het standpunt van de ministerraad. Het 'voorstel' dat landbouwcommissaris Ray MacSharry de Europese ministers heeft voorgelegd is in feite een 'mededeling aan de raad van ministers', waarover die raad slechts een advies mag geven. Maar in de praktijk geven de ministers over zo'n mededeling wel een conform advies geven, waarvoor een meerderheidsbesluit nodig is.

Theoretisch is ook nog mogelijk dat de ministers van landbouw helemaal geen oplossing vinden en de zaak van het Gatt-voorstel overlaten aan de ministers van buitenlandse zaken die maandag, eveneens in Luxemburg, vergaderen. Maar dat zou wel neerkomen op een bewijs van onvermogen en dat zou het aanzien van de ministers van landbouw niet ten goede komen. Anderzijds zou die gang van zaken wel duidelijk maken aan de Amerikaanse onderhandelaars die maar liefst een vermindering van exportsubsidies met 90 procent en een vermindering van de directe inkomenssteun met 75 procent verlangen hoe moeilijk hun eisen bij de Europese collega's liggen.

Afgelopen dinsdag, toen de EG-ministers al twee volle dagen en een avond hadden geworsteld met het voorstel van de Commissie, waren de standpunten van de EG-lidstaten nauwelijks gewijzigd ten opzichte van de posities waarmee zij op 8 oktober het eerste gesprek in Luxemburg ingingen.

Frankrijk en Duitsland zijn de felste bestrijders van het voorstel van de Commissie. Zij vrezen dat het verminderen van de steun ook al zal de voorgestelde vermindering met 30 procent over tien jaar in praktijk neerkomen op een prijsdaling van slechts anderhalf procent per jaar desastreuze gevolgen zal hebben voor de positie van hun kleine boeren. In Duitsland zijn dat in meerderheid stemmers op de CDU en CSU, in Frankrijk de felste tegenstanders van de socialistische regering, die deze zomer hebben gezorgd voor felle confrontaties met de ordediensten.

Bondskanselier Kohl heeft zich deze week zelfs rechtstreeks gewend tot de Commissie-voorzitter Delors. De woordvoerder van Kohl bevestigde vandaag tegenover onze correspondent in Bonn dat de bondskanselier 'zijn vriend' Delors had duidelijk gemaakt dat Duitsland niet kan instemmen met de voorstellen van de Commissie. In een eventueel compromis moet, wat Bonn betreft, meer rekening worden gehouden met het belang van de Duitse boeren. De woordvoerder ontkende overigens dat Kohl Delors zou hebben gedreigd met Duitse obstructie.

De Duitsers zijn beducht voor het lot van hun kleine boeren: zij vrezen dat door de steunvermindering ongeveer tweederden van de kleine boeren failliet zal gaan. 'We hebben een sociale landbouweconomie', zo riep een Duitse landbouwvertegenwoordiger vorige week in Luxemburg uit. 'We willen toch zo graag een landelijke omgeving en een lieflijk agrarisch landschap? Daar moet men dan ook maar wat voor overhebben.' De Duitsers willen dan ook, net als de Fransen, compenserende maatregelen voor boeren in moeilijkheden.

De Fransen hebben verder grote moeilijkheden met het voorstel van de Commissie om de invoer van graanvervangers vooral de Amerikaanse maisgluten die als veevoeder worden gebruikt te beperken op basis van de gemiddelde importhoeveelheid van de periode 1986-'88, vermeerderd met acht procent. Deze contingentering staat bekend onder de term 'rebalancing'. Dat zou dus betekenen dat er nog steeds aanzienlijke hoeveelheden goedkoop veevoeder de EG zullen binnenkomen. De Fransen willen juist dat er zoveel mogelijk graan van eigen bodem op de Europese markt kan worden afgezet en dat de invoer van de veel goedkopere graanvervangers via Rotterdam zoveel mogelijk wordt tegengegaan.

De belangrijkste tegenstanders van Fransen en Duitsers in de discussie over het Commissievoorstel zijn Nederland en het Verenigd Koninkrijk, beide landen met een zeer efficient georganiseerde agrarische produktie, beide ook landen die sterk op export zijn gericht en alleen maar hebben te winnen bij een akkoord over liberalisering van de wereldhandel in landbouwprodukten. Ook Denemarken sluit zich, zij het met enige aarzeling, bij het Commissiestandpunt aan.

De zuidelijke lidstaten van de EG die met hun minder efficiente en kleinschalige landbouw minder hebben te verliezen van een vermindering van de subsidies zijn in het algemeen voor het Commissievoorstel, mits daar maar voldoende extra steun en compenserende maatregelen tegenover staan. Griekenland is met name fel gekant tegen de door de Commissie voorgestelde steunvermindering voor olijfolie.

Probleemgebied is ook Ierland, het vaderland van landbouwcommissaris MacSharry, dat op de voorste rij zit als het om compenserende maatregelen gaat. Portugal vormt met zijn groeiende melkveestapel een hoofdstuk apart: dat land is er voorstander van dat de Europese markt meer open gaat voor de goedkope graanvervangers.

Italie ten slotte, dat dit half jaar het voorzitterschap van de ministerraad van de Europese Gemeenschap bekleedt, kan zich uit dien hoofde niet al te kritisch opstellen tegenover het Commissiestandpunt. De Italiaanse minister van landbouw, Vito Sacomandi, heeft zich de laatste tijd wel gekeerd tegen de Verenigde Staten, die hij ervan beschuldigde 'twee gezichten te vertonen': wel liberalisering van de landbouwprijzen, maar geen concessies op andere handelsgebieden.

Vandaag staat hij voor de opgave de EG-ministers van landbouw alsnog een gezicht te laten tonen aan de vooravond van het einde van de Uruguay-ronde.