Jopie (2)

We waren gebleven bij het lesje van het leren fluiten op een eikeldop. Daarna moest ik direct helpen met de tent opzetten. Dat was nog een heel karwei. Toen dat klaar was mochten we de buurt een beetje verkennen. We stonden op een hele grote en helemaal lege wei waar aan het eind een paar heuvels lagen. Toen ik daar was, zag ik een hele geschikte plek voor een hut, namelijk: er was een heuvel met een gat erin. Als we dat gat bedekten met takken was het een hele mooie schuilhut. En als er iemand aankwam, kon hij gewoon over het dak lopen. Toen we de hut bedekt hadden met takken, probeerde ik erover te lopen, maar dat lukte niet zo erg goed. Want het hele dak stortte in, dus toch maar geen hut.

Toen moesten we brandhout gaan zoeken voor het kampvuur en ook dunne stokjes om de worstjes aan te spiesen. Toen we genoeg hadden gesprokkeld en het op een stapel gelegd hadden, waren de lucifers op. Iedereen zei: 'dag worstjes!', maar ik wist dat ik nog lucifers in mijn tas had zitten, dus we zeiden weer 'hallo worstjes!!!'. Toen we een groot vuur hadden, pakte ik mijn mais en hield hem boven het vuur. Na wel een kwartier gezeten te hebben met een slapende arm omhoog, dacht ik: nu moet hij wel goed zijn. Ik pakte m'n mes en sneed de korrels eraf op een broodje. Ik nam een hap en spuugde het direct uit. Misschien smaakt gebraden tenenkaas wel zo. Ik nam maar een worstje.

Het was al vrij donker geworden en mijn vriendje en ik gingen zwarte kleren aantrekken, we gingen spoken. Dat houdt in dat we in het gras gaan liggen en dat de anderen Katja en haar vriendinnen ons gaan zoeken. En als ze dan vlakbij zijn grijp je naar hun voeten en je zegt BOE!

Daarna gingen we slapen, maar ik bedacht me eerst nog dat de klok verzet moest worden. Ik zette mijn horloge een uur vooruit. In de tent kwebbelden we nog wat. De volgende ochtend toen ik wakker werd zei ik: het is negen uur. 'Hou je mond dicht. Heb je hem wel ACHTER-uit gezet?' Nee dus.

's Nachts had ik een heel gek geluid gehoord en iets dat over onze tent schuurde. Ik wist nu opeens wat het was: Jopie had de pin waarmee hij vast zat eruit getrokken en hij kwam even aan de tent snuffelen.

We werden geroepen om te ontbijten en om onze cadeautjes te pakken. Toen iedereen in de huifkar was, bestond het ontbijt uit een zak Snickers en een cakeje en een pak chocomel. We hadden het allemaal direct op. Toen gingen we zingen en cadeautjes uitdelen. Ik gaf een pennedoosje en een armbandje van leer uit Spanje, aan het strand gekocht.

Jopie hadden we tien winterwortels gegeven, hij kon er even mee voort. Niet echt lang, want nadat we waren gaan rijden kwam hij in de modder vast te ziten. We moesten met z'n allen de kar gaan duwen. Ik had jammer genoeg geen laarzen aan en mijn schoenen hoorde je helemaal slurp-slurp wegzakken.

Na wel 5 uur rijden waren we weer terug bij boer Postma. Onderweg waren we nog een paar mooie vliegenzwammen tegengekomen. Bij de boer hebben we nog geluncht en gerugbyd en nog een spelletje gedaan met schrikdraad.

Nadat we in de trein waren gestapt, zat een dronkelap de controleur uit te schelden. We gingen zelf even in de eerste klas zitten, maar de controleur kwam eraan. We doken onder de banken, maar daar moesten we meteen onder vandaan.

Toen de trein stopte waren we erg verbaasd dat we er al waren. Terug langs de Bijenkorf zagen we een man in zijn nakie in een lantaarnpaal klimmen met alleen een zwembroekje aan. Hij had heel wat spieren en leek op Tarzan. Hij zal nu wel bij de apen in Artis slapen.