Het moet knotsgek zijn; De kunstverzameling van Salco Tromp Meesters

Salco Tromp Meesters begon met het verzamelen van kunst toen hij varensgezel was. Zijn eerste expositieruimte was een scheepskooi. Nu laat hij zijn collectie met werk van onder anderen Klaas Gubbels, Ad Dekkers en Woody van Amen veilen, omdat hij er geen geschikte tentoonstellingsruimte voor kan vinden. 'De animo van de particuliere verzamelaar wordt in Nederland vakkundig om zeep geholpen.'

De verzamelaar Salco Tromp Meesters bevindt zich die ochtend niet in het Eindhovense centrum voor hedendaagse kunst 'De Krabbedans', waarvan hij directeur is, maar in de schuin daartegenover gelegen bodega Bonzo. 'Een crisis-bestelling', roept hij naar de ober terwijl hij intussen de therapeutische werking van dit uit bier en spiritualien bestaande recept prijst. De naderende veiling van de collectie Salco Tromp Meesters laat de verzamelaar niet onberoerd. Deze betekent het einde van zijn lang gekoesterde droom over een in de openbaarheid functionerende prive-verzameling. De collectie moest getoond worden, desnoods in het warenhuis, was zijn overtuiging. Maar juist deze schijnbaar eenvoudige wens bleek niet uitvoerbaar. In wezen verdwijnt de collectie door gebrek aan passende behuizing.

De bizarre geschiedenis van de 770 werken omvattende verzameling begon in de tweede helft van de jaren zestig. Tromp Meesters had toen al een kleurrijk verleden achter de rug. In Leiden had hij een blauwe maandag Nederlands gestudeerd en de aandacht getrokken als feestganger die 's nachts in de gracht placht te duiken en als mede-organisator van tentoonstellingen informele kunst. Voorts had hij er een erfenis doorheen gejaagd. Toen hij een eeuwige student dreigde te worden, nam hij zijn heropvoeding in eigen hand door een paar jaar als havenarbeider in Rotterdam te gaan werken. Tot het inzicht komend dat een leven aan wal te veel verlokkingen inhield, legde hij zich een fietstocht naar Oslo op waar hij aanmonsterde bij een Noorse rederij. In de periode tussen 1965 en 1978 trad 'Holland', zoals hij aan boord genoemd werd, onder meer op als assistent-steward, handlanger, matroos en hulp in de machinekamer. Zijn (tweepersoons-)kooi was tevens zijn eerste expositieruimte. Hij hing er de briefkaarten met erotische tekeningen op die hem toegestuurd werden door de graficus Geurt van Dijk.

Knotsgek

Kunstenaars en galeries bezocht Tromp Meesters tussen zijn reizen door. Hij zette zijn gedurende jaren opgespaarde gage zonder blikken of blozen om in kunstwerken om platzak aan boord terug te keren. Tromp Meesters heeft eigenlijk nooit het voornemen gehad om te gaan verzamelen: 'Ach, het ging ongeveer zoals met die Engelse Lord aan wie men vroeg hoe hij bankroet was geraakt: First gradually and then all of a sudden.'

Zijn collectie zou de neerslag van exotische wildgroei genoemd kunnen worden. Zijn motief om een kunstwerk aan te kopen, vatte hij samen in de eenvoudige uitspraak: 'Het moet knotsgek zijn.' Hij voelde niet de minste behoefte om lijn in zijn verzameling te brengen, integendeel, hij liet zich graag overrompelen door 'toevalstreffers'. De kunstwerken zijn hoofdzakelijk door Nederlanders gemaakt. De enige constante in de objecten, installaties, sculpturen, grafiek en schilderijen omvattende verzameling is een voorkeur voor het tegendraadse. De kunst van de jaren zestig met inbegrip van de Nulkunst, Pop art-varianten en de Nieuwe Figuratieven leek Tromp Meesters op het lijf geschreven. Maar hij kocht ook Cobra, met name Lotti van der Gaag, en werk van uiteenlopende kunstenaars als Klaas Gubbels, Ad Dekkers, Woody van Amen, Martin Engelman, Anton Heyboer en Breyten Breytenbach. Daarnaast telt zijn verzameling een groot aantal werken van onbekende kunstenaars. Als varensgezel kampte Salco Tromp Meesters al met het probleem van een behuizing voor zijn kunst. Aangekochte werken bleven bij galeries en op ateliers achter. Een kunstminnende Akzo-direkteur bood aan om de verzameling onder te brengen in een vestiging te Arnhem maar onder diens opvolger werden de kunstwerken weer uit het gebouw verwijderd. De gemeente Den Haag stelde het Congresgebouw ter beschikking maar hield geen toezicht op de collectie waardoor werk van Schoonhoven werd ontvreemd.

Lijken

In 1972 nam het Venlose museum Van Bommel-van Dam de verzameling Tromp Meesters in bruikleen. De interesse van het museum, belast met het beheer van de verzameling van de familie Van Bommel-van Dam, ging vooral uit naar kunstwerken die raakvlakken vertoonden met de eigen collectie zoals die van Armando, Schoonhoven, Bram Bogart en Kees van Bohemen. Vooral in de beginjaren organiseerde het museum zowel in Venlo als in andere steden geregeld tentoonstellingen waarop delen van de collectie Tromp Meesters werden gepresenteerd. De vraag van culturele centra naar deze presentaties nam op den duur af en het museum kreeg met ruimteproblemen te maken. Bovendien begon Salco Tromp Meesters, die zijn verzameling steeds voor een periode van vijf jaar in bruikleen had gegeven, juist de kunstwerken te verkopen die zo mooi aansloten bij de collectie Van Bommel-van Dam. Zo verkocht hij werk van Kees van Bohemen na diens overlijden. 'Ik handel niet in lijken', legt Tromp Meesters uit. 'Kunstenaartje dood, naampje groot. Ik heb die schilderijen afgestoten om werk van jonge kunstenaars te kunnen kopen.'

Het resultaat was dat de collectie ten slotte voornamelijk in de museumkelders huisde. 'De animo van de particuliere verzamelaar wordt in Nederland vakkundig om zeep geholpen', zegt Tromp Meesters. 'Je zou je zo voor kunnen stellen dat de grote musea zo nu en dan eens een tentoonstelling houden waarop een prive-collectie getoond wordt. Kunst moet rouleren, die moet onder de mensen komen. Maar als je niet koopt wat de directeur mooi vindt, kom je het museum niet in. In plaats van de belangstelling voor eigentijdse kunst aan te wakkeren, lopen de musea ons particuliere verzamelaars alleen maar voor de voeten.'

Een verzoek om zijn verzameling te exposeren, heeft hem de afgelopen jaren niet bereikt, zegt Tromp Meesters. Na de veiling is hij dan ook niet van plan om ooit nog een kunstverzameling te beginnen. 'Ik verzamel nu tentoonstellingen', zegt hij. Als directeur van de 'Krabbedans' organiseert hij in een hoog tempo en met onverwoestbaar enthousiasme exposities van veelal jonge Brabantse kunstenaars. Salco Tromp Meesters: 'Ik presenteer, steun en begeleid jonge kunstenaars. Daar zie ik de zin nog van in. Mijn verzameling doe ik verder in de ramsj.'