Geen mest meer naar provincie met weinig vee

DEN HAAG, 19 okt. De provincies Noord-Brabant, Limburg en Gelderland zullen in de toekomst hun mestoverschotten waarschijnlijk niet meer in andere provincies met weinig veeteelt kunnen opslaan. Dat is een gevolg van een uitspraak van de Raad van State in een zaak die twee inwoners van de Drentse gemeente Rolde hadden aangespannen tegen hun gemeentebestuur inzake het verlenen van een hinderwetvergunning voor de bouw van een mestbassin, bestemd voor overschotten uit andere provincies.

De afdeling geschillen van bestuur van de Raad van State heeft nu bepaald dat de provincie een vergunning voor dergelijke opslagplaatsen moet verstrekken op grond van de Afvalstoffenwet. Daardoor ontstaat de mogelijkheid van weigering als zo'n bassin zich niet verhoudt met het eigen provinciale milieu-beleid. Lagere overheden zijn er tot nu toe van uitgegaan dat voor de opslag van mest een hinderwetvergunning noodzakelijk was, die door de gemeente moest worden afgegeven. Provincies hebben daardoor geen mogelijkheden om op grond van eigen milieu-afwegingen in te grijpen en de verlening van een vergunning te blokkeren. De motivering van de uitspraak van de Raad van State is pas over twee weken beschikbaar.

Gedeputeerde Staten van Drente zijn van plan de gemeenten te verzoeken alle lopende vergunningsaanvragen voor de opslag van mest naar het Provinciehuis te sturen, zodat daar het al dan niet toekennen van zo'n vergunning kan worden beoordeeld.