Friezen willen ondergang van hun taal met wet voorkomen; Hetzou al heel wat zijn als Wiegel goed Fries zou spreken

LEEUWARDEN, 19 okt. 'Butter, brea en griene tsiis, wa't dat net sizze kin, is gjin oprjochte Fries' (Boter, brood en groene kaas, wie dat niet kan zeggen is geen oprechte Fries). Het Friese bendehoofd Grutte Pier (Grote Pier) liet dit rijmpje door willekeurige burgers opzeggen en wie door de mand viel omdat hij geen Fries sprak, werd onverbiddelijk een kopje kleiner gemaakt, zo wil de overlevering uit omstreeks 1500.

Het rijmpje wordt buiten Friesland vaak aangehaald om de vermeende koppigheid van de Friezen aangaande hun taal te demonstreren. 'We moeten het altijd weer uitleggen, dat is ons lot', verzuchtte de Friese gedeputeerde mevrouw J. Liemburg ooit. Uitleggen dat er in Friesland twee talen worden gesproken. Dat het Fries zich moet ontwikkelen omdat het anders dreigt te vervallen tot een dialect. Dat het Fries gelijkwaardig is aan het Nederlands en dus ook in het officiele verkeer moet worden gebruikt. 'We wonen in een tweetalige provincie, waar de ene taal het moeilijker heeft dan de andere', legt Liemburg uit. Maar er zijn ook buiten de provincie bedreigingen voor de Friese taal: door bezuinigingen dreigt de studie Fries aan de Vrije Universiteit in Amsterdam te verdwijnen.

De positie van het Fries in het bestuurlijk verkeer leek behoorlijk geregeld na het in 1987 gesloten akkoord tussen rijk en provincie. Vanaf dat moment waren de Friese overheden vrij in hun keuze om in ambtelijke stukken het Fries of het Nederlands te gebruiken. Provinciale documenten werden zo veel mogelijk in het Fries gesteld. Een Nederlandse vertaling kon worden verstrekt, maar dat kostte geld. De provincie ging er daarbij van uit dat iemand die langer dan twee jaar in Friesland woonde het Fries ten minste passief beheerst. Vorig jaar juli werd het convenant tussen Rijk en overheid officieel bekrachtigd.

Maar een uitspraak van de Raad van State, die in juli van dit jaar werd gedaan, dwingt het provinciaal bestuur het taalbeleid te wijzigen. Naar aanleiding van de zaak 'Spithost' oordeelde de Raad van State dat volgens de grondwet geen onderscheid mag worden gemaakt tussen een inwoner van Friesland die het Fries wel en iemand die de taal niet machtig is.

Spithost, een oud-docent uit Berum, was naar het hoogste rechtscollege gestapt omdat hij een gratis vertaling van een Friese cultuurnota uit 1987 wilde, en die niet kosteloos kreeg. Gedeputeerde Staten stellen nu voor om aan iedereen die zegt het Fries niet te beheersen, een gratis vertaling te verstrekken.

'Het Fries heeft een flinke klap gekregen door deze uitspraak van de Raad van State', stelde de Friese oud-gedeputeerde en huidige staatssecretaris van binnenlandse zaken D. Y. W. de Graaff-Nauta onlangs na een werkbezoek aan 'haar' provincie. 'De juridische basis onder de bestuursafspraak is zwak en een taalwet is broodnodig', aldus De Graaff. Ze bood Liemburg vorige week een concept-taalwet aan en wil zo'n wet op 1 januari 1993 van kracht laten worden. Daarin moet staan dat het Nederlands en het Fries twee officiele, gelijkwaardige talen in Friesland zijn.

Liemburg noemt het 'gunstig' dat er nu een concept ligt. 'Pas als er bij wet is geregeld dat het Fries en Nederlands officiele talen zijn in Friesland, kan er wat meer worden geeist van de burgers wat hun passieve beheersing van het Fries betreft. Er moet ruimte voor Friestaligen zijn, zonder dat Nederlandstaligen zich gediscrimineerd voelen', aldus de gedeputeerde.

Een actief taalbeleid blijft nodig, zegt ze, want steeds minder Friezen uiten zich in hun moedertaal. Uit een onderzoek uit 1984 blijkt weliswaar dat 94 procent van de inwoners van Friesland hun eigen taal kan verstaan, 73 procent Fries kan spreken, 65 procent het kan lezen en 10 procent Fries kan schrijven, maar dat wil niet zeggen dat de taal ook in elke situatie wordt gehanteerd. Als het om 'hogere zaken' gaat, is er vaak nog aarzeling om het Fries te gebruiken. Taalsocioloog D. Gorter van de Fryske Akademy schat dat het aantal mensen dat Fries spreekt jaarlijks met 0,5 procent daalt. Import van niet-Friezen speelt een rol, maar ook de invloed van het Nederlands.

Liemburg: 'Friezen zijn analfabeet in hun eigen taal. Dat komt doordat het Fries voor 1980 niet op de basisscholen werd gegeven. Nu is het een verplicht vak.' Liemburg zou het liefst ook in het voortgezet onderwijs Fries verplicht willen stellen. De 'Rie fan de Fryske Beweging' (Raad van de Friese Beweging), een overkoepelend orgaan van instellingen dat zich sterk maakt voor de Friese taal, wijt de gestage neergang van het Fries ook aan de Friezen zelf. 'Friezen zijn niet zelfbewust genoeg', stelt J. Piebenga van de Raad. 'Zodra iemand in het Hollands tegen hen begint te praten, schakelen ze over.' Volgens Piebenga heeft het 'Hollands' nog steeds meer status. Voor Friezen zou het een goede zaak zijn als hoge bestuurders het Fries meer zouden bezigen, stelt hij. 'Het zou al een hele verbetering zijn als Wiegel goed Fries zou spreken.'

    • Karin de Mik