Een eenmansorkest dat alles speelt

Over het werk van Mario Paz, die vorige week de Nobelprijs voor literatuur kreeg, kan men bijna niet spreken, zo veel kanten zitten eraan. Hij beschrijft het leven als een duizeling, een duizeling van hedens, locaties, lichamen, ideeen, landschappen, woorden en licht. 'Na lezing van bij voorbeeld 'Zonnesteen' of 'De boog en de lier' voelt je hoofd wonderlijk licht, ' schrijft K. Michel, vertaler van Paz' poezie.

Ik herinner me nog heel goed de eerste regels die ik van Octavio Paz las. Ze werden geciteerd in een essay over Latijnsamerikaanse poezie. Ik zat dat te lezen in een lunchroom, een morsige tent in het noordelijke deel van London. In die buurt werkte ik toen als ober. Op de dagen dat ik veel fooien kreeg, ging ik naar de Compendium Bookshop om vervolgens in de lunchroom mijn nieuwe aankopen door te bladeren. In die grauwe omgeving na het urenlange onderdanige bedienen, sprongen de woorden van de pagina in mijn gezicht: We draaien om en om in de dierlijke buik, in de minerale buik, in de tijdelijke buik. Het vinden van de uitgang: het gedicht. De regels bleken een onderdeel te zijn van een lange tekst met de titel 'Naar het gedicht toe' (opgenomen in Zonnesteen). Een schitterend visionair manifest waarin Paz de poezie als een autonome waarde, als een allesomvattend visioen formuleert. ('Het verdient hetgeen jij droomt'). Ik heb zijn poezie sindsdien niet anders dan in het licht van die regels gezien; poezie die zoekt naar uitwegen, naar openingen, naar het licht aan het einde van de tunnel.

Niet veel later kwam ik er achter dat Paz een biografie en een bibliografie heeft om tureluurs van te worden. Hij publiceerde een tiental dichtbundels en evenzovele essaybundels, daarnaast schreef hij boeken over Duchamp, Levi-Strauss, Sor Juana de Ines de la Cruz en schreef hij beroemde studies over de moderne poezie (De boog en de lier, De kinderen van het slijk).

Hij werd geboren in 1914 in Mexico. Zijn familie onderhield nauwe banden met de revolutionaire beweging. Op jonge leeftijd publiceerde hij zijn eerste dichtbundel en werd op grond daarvan uitgenodigd door de Spaanse republikeinen voor het internationale schrijverscongres in Valencia in 1937. Daar ontmoette hij allerlei beroemde schrijvers als Neruda, Vallejo en Huidobro. Na een jaar in Spanje te hebben doorgebracht ging hij terug naar Mexico. Hij brak met zijn communistische vrienden na de ondertekening van het niet-aanvalsverdrag tussen Hitler en Stalin. Vervolgens verbleef hij in de Verenigde Staten alwaar hij in zijn levensonderhoud voorzag met vreemde baantjes. In 1946 vertrok hij naar Parijs om daar te werken als cultureel attache. Hij raakte bevriend met onder andere Breton, Peret en Michaux. Het is dan dat zijn werk onder invloed van deze surrealistische vrienden een hoge vlucht neemt. Cruciale werken als 'Adelaar of zon?' (opgenomen in Zonnesteen) en Labyrinth van de eenzaamheid worden daar geschreven. In de jaren vijftig keert Paz terug naar Mexico en reist naar Japan en India. In de jaren zestig is hij een aantal jaren ambassadeur in India, maar hij legt zijn ambt neer uit protest tegen het bloedig uiteen schieten van een studentendemonstratie op het Tlalteloleo-plein in Mexico. Vervolgens verblijft hij in Engeland en de USA als gastdocent aan de universiteiten van Cambridge en Harvard. Sinds 1971 woont hij weer in Mexico waar hij eerst het tijdschrift Plural uitgaf en sinds 1977 het gezaghebbende tijdschrift Vuelta.

Gezien zijn nomadische levensstijl is het niet verwonderlijk dat in al het werk van Paz geprobeerd wordt om te analyseren en te formuleren wat 'het hier en nu' in al zijn gelaagdheid betekent. De historische wortels van het hier en nu, de lichamelijke ervaring van het hier en nu, de morele en politieke inhoud van het hier en nu. In een essay dat in de bundel Zonnesteen is opgenomen formuleert hij het zo: 'De versnelling van het historische gebeuren, vooral sinds de Eerste Wereldoorlog en de universaliteit van de techniek, die van de aarde een homogene ruimte heeft gemaakt, blijken ten slotte neer te komen op een soort van krankzinnige stilstand op een plaats die alle plaatsen is. Poezie: een zoeken naar een nu en een hier.' Een voortdurende plaatsbepaling van het heden in de stroom van de tijd. En omdat de tijd onophoudelijk verandert, en de locaties en de omstandigheden continu veranderen moet dit keer op keer onder woorden worden gebracht. Het leven als een duizeling, een duizeling van hedens, locaties, lichamen, ideeen, landschappen, woorden en licht. 'De poetische verbeelding is geen uitvinding maar een ontdekking van wat aanwezig is. De ontdekking van het wereldbeeld in datgene wat oprijst als fragment en verstrooiing, de onderscheiding van het een in het ander, zal de taal zijn figuurlijke kracht teruggeven: het aanwezig maken voor de anderen. De poezie: het zoeken naar de anderen, de ontdekking van de andersheid.'

Paz lezen is dan ook een veelheid van schrijvers lezen; een kennismaking met verschillende culturen die elkaar ontmoeten. De Amerikaanse criticus Irving Howe schreef dat Paz een eenmansorkest is dat alles speelt van sonates voor twee handen tot totale symphonieen en zelfs electronische muziek. Alle stromingen en facetten van het modernisme lijken zich samen te ballen in het werk van Paz: verlichtingsdenken, vroege romantiek, surrealisme, utopisch socialisme, structuralistische linguistiek en oosterse filosofie. Het werk van Paz is een plaats waar de rivieren van verschillende tradities elkaar ontmoeten en zich verenigen in een overweldigend brede stroom. De lezer kijkt zijn ogen uit en klampt zich vast aan het roer van zijn bootje om alle stroomversnellingen en alle plots opduikende vergezichten het hoofd te kunnen bieden. Een opwindende lezerservaring, die niet makkelijk samengevat kan worden in een aantal snedige formuleringen. Na lezing van bij voorbeeld Zonnesteen of De boog en de lier voelt je hoofd wonderlijk licht; enigszins duizelig van alle indrukken duik je op uit zijn oeuvre, verrijkt met nieuwe inzichten. Maar omdat de ene flitsende formulering de andere verdringt weet je niet meer wat je precies gelezen hebt, terwijl het zo klaar leek toen je het las, want alles was van zin tot zin helder te volgen. En omdat de som klaarblijkelijk meer is dan de delen, sla je het boek weer open en dezelfde ervaring van inzichten die elkaar verdringen doet zich voor. Zonder twijfel geen geringe prestatie. Het werk van Paz doet dan ook denken aan de rivier van Heraclitus waarin je niet tweemaal op dezelfde wijze kunt verkeren. Iedere keer dat je erin stapt levert het een andere ervaring op. En iedere keer word je geconfronteerd met wat hijzelf omschreef als 'de vergeten verbijstering in leven te zijn'.

Nog deze maand verschijnen herdrukken van 'Zonnesteen' (Meulenhoff), 'De boog en de lier' (Meulenhoff), 'De kinderen van het slijk' (Meulenhoff) en 'Het labyrinth der eenzaamheid' (Arbeiderspers).

De essaybundel 'Wolkenvelden' (Meulenhoff) is gewoon verkrijgbaar. Verder verschijnt dit najaar 'Het vuur van iedere dag' een keuze uit Paz' poezie (Meulenhoff).