Duisenberg: kabinet moet meer snoeien

DEN HAAG, 19 okt. Het kabinet moet in de periode 1992-1994 drie keer zoveel bezuinigen op de rijksbegroting als is aangegeven in de Miljoenennota. Dit heeftdr. W. Duisenberg, president van De Nederlandsche Bank en kroonlid van de SER vanmorgen gezegd.

Duisenberg gaf zijn oordeel over de Miljoenennota bij de behandeling in de Sociaal-Economische Raad van het advies over een nieuw stelsel van ziektekostenverzekeringen, het plan-Simons.

Het kabinet heeft volgens Duisenberg in de Miljoenennota 1991 een te rooskleurig beeld gepresenteerd van de overheidsfinancien. In het regeerakkoord staat dat in 1994 het financieringstekort moet uitkomen op 3,25 procent van het nationaal inkomen. Om dit te bereiken moet het kabinet in de periode 1992-1994 ruim 5,5 miljard gulden extra bezuinigen.

Duisenberg vindt dit een te optimistische berekening. 'Mijn inschatting is dat de tekortproblematiek voor de komende jaren al snel het drievoudige zal bedragen van de becijferingen uit de Miljoenennota 1991', zei hij. Met andere woorden: het kabinet moet in de periode 1992-1994 voor een bedrag van ongeveer 16,5 miljard gulden extra bezuinigen.

Dat bedrag ligt ruim zes miljard gulden hoger dan professor Rutten, voorzitter van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsraad, onlangs heeft berekend.

Duisenberg wees op het grote belang van een gematigde loonontwikkeling. 'Zou bijvoorbeeld de olieprijs per vat op het niveau van vandaag blijven, dan is de loonruimte verdwenen.'

Hij berekende dat wanneer de contractlonen een procentpunt meer stijgen dan waar het kabinet vanuit gaat, dit bij een volledige koppeling 'de budgettaire problematiek in 1994 met circa 4,5 miljard gulden extra zal belasten'.

Het kabinet gaat in de meerjarenramingen uit van een rente van zes procent. 'Ieder procentpunt hogere rente na 1991 betekent een budgettaire tegenvaller van een miljard gulden in 1994', zei Duisenberg.

De president van De Nederlandsche Bank wees verder op de risico's bij de Onderwijsbegroting, het WIR-dossier, de afdrachten aan de Europese Gemeenschap, en de uitgaven voor de sociale zekerheid, met name die van de arbeidsongeschiktheid. 'En dan heb ik nog afgezien van de onzekerheid rondom de Golfcrisis en de mogelijk negatieve effecten op de economische groei, de belastingontvangsten, de uitgaven voor de werkloosheid en dergelijke.'

Volgens Duisenberg dreigt de voorgenomen stelselherziening de budgettaire problematiek voor de komende jaren nog verder te verzwaren. De stelselherziening leidt tot besparingen bij de overheid en de sociale fondsen, maar wanneer de te verwachten (negatieve) inkomenseffecten worden gecompenseerd, wordt de collectieve sector per saldo met een bedrag van ongeveer een miljard gulden belast. 'Dit komt bovenop het gat in de meerjarencijfers, dat wij al in de Miljoenennota kennen', zei Duisenberg.