Bloed, veel bloed; Indiareportage van V. S. Naipaul

V. S. Naipaul schreef zijn derde boek over India. Voor het eerst is hij optimistisch over de toekomst van zijn land van herkomst.

Voor de derde keer keerde V. S. Naipaul voor langere tijd terug naar India en voor de derde keer heeft hij zijn ervaringen in een boek vastgelegd. Op het eerste gezicht is dat verrassend, want Naipauls uitspraken over veel zaken, en vooral over het land van zijn voorouders, hadden tot nu toe altijd iets definitiefs, alsof daarmee ook meteen het laatste woord erover was gezegd. Maar India; A Million Mutinies Now verschilt in veel opzichten radicaal van de twee andere India-reportages, vooral van het oneindig sombere en daardoor omstreden An Area of Darkness uit 1963, Naipauls verslag van zijn confrontatie met zijn eigenlijke land van herkomst. Vergeleken met die door-en-door pessimistische beschrijving van een verlamde samenleving, valt direct de milde, bijna goedmoedige toon op waarvan de meer dan vijfhonderd bladzijden van dit nieuwe boek doortrokken zijn; een ommekeer die ongetwijfeld zijn oorsprong vindt in de nieuwe ontwikkelingen die Naipaul uit zijn gesprekken met Indiers destilleert, maar misschien nog meer in de veranderde houding van de schrijver zelf. Naipaul toont zich in India; A Million Mutinies Now nog even kritisch en bedachtzaam als altijd, maar hij lijkt zich bevrijd te hebben van het inktzwarte, claustrofobische wereldbeeld dat hem in zijn laatste romans de keel leek dicht te knijpen.

Die innerlijke bevrijding, de kracht om de dingen eenvoudig te laten zijn wat ze zijn, komt allereerst tot uiting in de vorm van zijn reportage. Veel minder dan in de eerdere boeken is er sprake van een confrontatie; wat Naipaul in India wil zeggen, wordt vooral duidelijk door wat anderen zeggen. In een recent interview gaf Naipaul twee oorzaken voor deze nieuwe houding: de aankoop van een draagbare, electronische schrijfmachine, die hem in staat stelde zijn notities vrijwel direct uit te werken (Naipaul heeft zich altijd verzet tegen het gebruik van een taperecorder en noteert zijn conversaties in de regel op dicteersnelheid, zodat zijn gespreksgenoten vaak uitmunten in heldere formuleringen), en de ontdekking dat veel duidelijk gemaakt kan worden door mensen eenvoudig aan het woord te laten. 'Het idee om mensen te laten praten in het boek over het Zuiden (A Turn in the South, uit 1989, over het diepe zuiden van de Verenigde Staten, BH) was echt heel nieuw voor mij. En dus leek het me in dit boek beter om India te laten definieren door de ervaring van de mensen, dan je eigen persoonlijke reactie te beschrijven op hoe het voelt een Indier te zijn die teruggaat zoals in het eerste boek of analytisch proberen te zijn, zoals in het tweede boek. Ik dacht dat het veel interessanter zou zijn om hen hun land te laten omschrijven en hun situatie.'

En dat is precies wat Naipaul doet in India; A Million Mutinies Now. Hij voert talloze gesprekken met Indiers uit alle mogelijke regio's van het continent, met alle mogelijke achtergronden en van alle mogelijke generaties, zonder daarbij zelf op de voorgrond te treden. Letterlijk en figuurlijk: Naipaul is altijd de ideale reisschrijver geweest, omdat hij nooit is bezweken voor de oppervlakkige verleidingen van het genre. Hij is niet de auteur die over de schouder van de mensen die hij ontmoet naar de lezer knipoogt, zijn eigen reisbeslommeringen worden in geen van zijn reportageboeken breed uitgemeten; bij hem geen grappige accenten, bizarre zeden en gewoonten, en grollig irrationeel gedrag van inlanders. Wanneer hij bijvoorbeeld in Bombay een demonstratie van prostituees wil bijwonen en ongewild tot doelwit van aanwezige persfotografen wordt, laat hij het geheel en al aan de lezer over er de hilariteit van in te zien. Misschien daarom is Naipaul er als een van de weinigen in geslaagd het reisverhaal naar het niveau van volwaardige literatuur te brengen.

Beweging

Dat is hem in India opnieuw gelukt; het is een boek dat heel dicht bij de ziel van het land lijkt te komen, juist doordat de bewoners in al hun diversiteit en innerlijke verdeeldheid worden neergezet. De duizend stemmen die uit zijn relaas opklinken vormen uiteindelijk een reusachtig koor waarin niet ieder individu meer goed te herkennen valt, maar vreemd genoeg keert zich dat niet tegen het boek. Integendeel, de chaotische wirwar van feiten en personages, anekdotes en levensgeschiedenissen onderstrepen in laatste instantie alleen maar Naipauls grote thema: een natie die zichzelf langzaam en moeizaam bewust wordt.

Het trefwoord is beweging. Overal waar de schrijver gaat, in Bombay, Bangalore, Mysore, Calcutta, Lucknow, Nieuw Delhi en Kasjmir, treft hij mensen aan die in hun leven extreme veranderingen hebben ondergaan en in wie zich vaak meer dan een innerlijke revolutie heeft voltrokken. In Bombay is hij getuige van de bewustzijnsverandering die de onaanraakbaren, Gandhi's harijans (kinderen van God), hebben ondergaan; niet langer beschouwen ze hun eigen abominabele positie als iets heiligs, als een teken van uitverkoren zijn, maar als een sociale kwestie waar op een politieke manier mee afgerekend dient te worden. De reactionaire en eng chauvinistische Shiv Sena-partij, een variant van die opstandige beweging, heeft op het moment van Naipauls bezoek een politieke meerderheid in de gemeenteraad. Naipaul lijkt de politieke tweespalt die Bombay verscheurt niet als een teken van desintegratie of verval te zien, maar juist als een teken van een samenleving die zich bewust wordt van zichzelf. In de raadszaal, waar de agressieve emblemen van de Shiv Sena de boventoon voeren, overpeinst hij: 'Onafhankelijkheid was over India gekomen als een soort revolutie; nu waren er vele revoluties binnen die ene revolutie. Wat voor Bombay opging, gold ook voor andere delen van India: voor de staat Andhra, voor Tamil Nadu, Assam, Punjab. Over heel India waren talloze individuele eigenaardigheden die bevroren waren geweest door vreemde overheersing, of door armoede of door gebrek aan mogelijkheden of door moedeloosheid, weer begonnen te stromen.'

Een dergelijke toestand brengt grote onzekerheden met zich mee en de gesprekpartners van Naipaul die zich vastklampen aan traditionele waarden, spreken in India keer op keer hun angst voor een algehele chaos uit. 'In seeking to rise, India had undone itself. No one could be sure of anything now; all was fluid.' Maar juist aan die 'vloeibaarheid' lijkt Naipaul zijn optimisme te ontlenen. Hij spreekt met mensen die in opstand zijn, uit vrije keuze of gedwongen door omstandigheiden: ze verzetten zich tegen traditionele waarden, tegen armoede, tegen het kaste-systeem, tegen de overheersing van hindoes of moslims of Brahmanen of kapitalisten. Maar klassenstrijd of kastenstrijd, vrijwel iedereen is ten prooi aan innerlijke verdeeldheid en tegenstrijdigheden, vrijwel iedereen wordt gedwongen tot compromissen.

Volgens Naipaul is het India zelf dat hen tot die comprissen dwingt. Anders dan voorheen, leeft in India nu het bewustzijn van India; het land is in staat zichzelf te zien. In het laatste hoofdstuk keert de schrijver terug naar Kasjmir, zijn enige rustpunt tijdens zijn eerste bezoek. Ook daar treft hij een en al verandering aan en temidden van de toeristische houseboats maakt hij de balans op. 'Wat ik in 1962 niet had begrepen, of tezeer als vanzelfsprekend had beschouwd, was de mate waarin het land herschapen was; en zelfs de mate waarin het land zichzelf hervonden had, na zijn eigen equivalent van de donkere middeleeuwen.'

Ongeremd

Het begin van dat proces plaatst Naipaul niet in 1948, het jaar van de onafhankelijkheid, maar in 1857, het jaar van de Muiterij, waarin Indiase moslimsoldaten in opstand kwamen tegen hun Britse meerderen. Sindsdien heeft die opstand zich uitgekristalliseerd in ontelbare andere opstanden. Het onrecht en de wreedheid waarmee dit miljoen muiterijen gepaard gaan is zijns inziens onontkoombaar; in een land als India kan geen sprake zijn van een enkele, omgeremde bevrijding, maar gaat een dergelijk proces altijd gepaard met hevige woede en opstand en bloed, veel bloed. Maar, en daarin uit zich Naipauls sublieme optimisme, aan het slot van India; A Million Mutinies Now wordt zelfverzekerd vastgesteld dat het de Indiase Unie is die al deze muiterijen uiteindelijk in toom zal houden, enkel en alleen omdat het idee van de staat India overal levend is. Of, zoals Naipaul stelt: 'Excess was now felt to be excess in India.'

Voor slechts twee van die muiterijen lijkt Naipaul een voorbehoud te maken: voor de stad Calcutta en de opstandige Sikhs in Punjab. In beide gevallen is er volgens hem sprake van stagnatie en verlamming, want Calcutta is na het vertrek van de Engelsen en het ontstaan van Oost-Pakistan aan haar lot overgelaten en de fundamentalistische Sikhs staren zich blind op een dood verleden, in plaats van zich aan te passen aan veranderende omstandigheden, zoals de meeste Indiers doen. Maar overal elders heerst beweging en aan het einde van zijn reis doet Naipaul een uitspraak die de kracht van een geloofsbelijdenis heeft: 'And strange irony the mutinies were not te be wished away. They were part of the beginning of a new way for many millions, part of India's growth, part of its restoration.' Wie Naipauls andere boeken kent, weet dat die uitspraak een bekering inhoudt maar een bekering tot optimisme of idealisme, niet tot een ideologie.