Apen begrijpen elkaar beter; Roman van Koos van Zomeren

Je zet de tv aan en je wordt deelgenoot van oorlog en ongelukken, van

rt of van sentimentele series. Dat is de conclusie van Herman Manelli, de hoofdfiguur in Koos van Zomerens nieuwe roman, en daar kijkt niemand meer verbaasd van op. Wel zijn er nog verschillende reacties op de narigheid. De een zou niet meer zonder kunnen, de ander wordt er beroerd van en een derde wuift het allemaal weg. Manelli hoort bij de tweede categorie maar zou zich het liefst aansluiten bij de derde. 'Ach, laat ze maar', mompelt hij, 'je doet er toch niks aan.' Hij is toleranter geworden, vindt hij zelf, en onverschilliger.

Vroeger durfde hij zich wel bloot te geven. Hij speelde in het satirische cabaret Distel en had genoeg moed en belangstelling voor de maatschappij om te zeggen wat hij van de dingen vond. Maar de fut ging eruit en de satire raakte afgesloten. Het cabaret werd ontbonden en dat was geen dag te vroeg, realiseert hij zich, want bij hun afscheid kregen ze zelfs schouderklopjes van De Telegraaf.

Het cabaret vulde zijn leven, zozeer dat hij te weinig tijd had voor vrouw en kinderen. Toen het wegviel, stond hij in een leegte. We mogen wel aannemen dat die leegte in hemzelf was begonnen, dat zijn energie was weggeebd, dat hij een lid van de lauwe meerderheid aan het worden was, en dat daardoor het cabaret ten onder ging. Er valt meer weg. Zijn huwelijk loopt mis, zijn lievelingsdochter Katja blijkt psychotisch en verdwijnt zonder een spoor achter te laten, en ten slotte heeft Manelli alleen nog een tamme spreeuw en een niet zo tam schuldgevoel.

Dan komt er een tegenbeweging in zijn leven. Hij wordt gevraagd voor de regie van een toneelstuk op een school in de buurt en vangt daar verliefde signalen op van het mooiste meisje van de groep. Ook krijgt hij veel geld aangeboden voor een televisieserie waarvan nog geen woord op papier staat, en, het mooiste van alles, een oude vriend wil zijn biografie schrijven.

Van Zomeren volgt de gebeurtenissen binnen en buiten Manelli met veel animo, ook al zijn ze vaak heel weinig vrolijk. Hij schrijft met de precisie van een Bernlef of Schippers en met een beeldend vermogen dat altijd iets toevoegt aan wat je ziet en dat nooit ontaardt in gezochte vergelijkingen. Als Manelli een straat inloopt die hij niet kent, voelt hij zich 'als een witte rat in een proefopstelling'. Moeilijker is het om zonder tegenspartelen mee te leven met de plotselinge opgang in de fortuin van Manelli: kan iemand die zo leeg en uitgeblust is na een paar impulsen van buiten weer vollopen met energie? Dat Manelli zich al gauw platgewalst voelt door al die attentie en weer verlangt naar de leegte van daarvoor is, uit literair oogpunt tenminste, een gelukkige wending.

Een steeds terugkerend motief in het boek is de spanning tussen wat Manelli van zichzelf vindt en hoe anderen hem zien. Hij is overtuigd van zijn eigen menslievendheid terwijl anderen opmerkten dat hij zijn collega's in het cabaret als beesten behandelde: 'hij was een klootzak, maar een klootzak met capaciteiten'. En hoe menslievend ook, hij lijkt vergeten dat hij toch altijd een somberder kijk op de mensen heeft gehad dan zijn omgeving. In zijn diensttijd al stootte hij zich hevig aan de opvatting van de mens als superieur wezen. 'Apen begrijpen elkaar beter dan mensen elkaar begrijpen', zei hij tegen een officier die hem ideologisch moest scholen.

We zien Manelli vooral door de ogen van Bruno, de man die de biografie gaat schrijven. Wie Van Zomerens roman Sterk water van drie jaar geleden heeft gelezen, zal zich herinneren dat daarin twee broers tegenover elkaar werden gesteld waarvan de een Bruno heette en een bekend schrijver was. Net als in dat eerdere boek blijft de figuur van Bruno hier tamelijk vaag, wat jammer is en eruitziet als een gemiste kans. Af en toe lijkt er een dialoog op gang te komen tussen de gevoelige maar gedesillusioneerde Manelli en de veel filosofischer ingestelde Bruno tussen de twee kanten van Van Zomeren, denk je dan maar tot een echte confrontatie komt het niet, terwijl juist daardoor niet alleen Bruno maar ook Manelli een duidelijker omlijnde figuur had kunnen worden.

Als tegen het eind van het boek de spreeuw door een stukgeslagen raam wegvliegt, is de leegte in en om Manelli nog groter dan tevoren. Die ontwikkeling vloeit organisch voort uit het karakter van Manelli en is volkomen aanvaardbaar. Net als een groot aantal andere schrijvers Couperus is daar het schoolvoorbeeld van is Van Zomeren overtuigender in het tekenen van de neergaande lijn dan in het suggereren van een opgaande.

Het dramatische einde doet enigzins kunstmatig aan. Ik proef daar eerder iets in van Van Zomerens verleden als schrijver van thrillers dan van absolute noodzaak. Die kleine misrekening doet overigens niet af van de waarde van deze roman, die je aandacht onafgebroken gespannen houdt.