Vergoeding voor advocatuur door rechter niet verhoogd

DEN HAAG, 18 okt. De president van de rechtbank in Den Haag, mr. A. H. van Delden, heeft de eis om de toevoegingsvergoedingen voor advocaten met 25 procent te verhogen, afgewezen. Volgens hem ligt het niet op de weg van de rechter om zo'n verhoging af te dwingen.

De Vereniging Sociale Advokatuur Nederland (VSAN) en de Nederlandse Orde van Advocaten eisten dat de vergoeding die de overheid hun betaald voor rechtshulp die zij verlenen aan mensen die deze niet zelf kunnen betalen, met onmiddellijke ingang met een kwart zou worden verhoogd. Minister Hirsch Ballin (justitie) heeft de verhoging wel toegezegd maar afhankelijk gemaakt van een nieuwe wet die nog jaren op zich kan laten wachten. 'In feite worden de advocaten blij gemaakt met een dode mus', erkent Van Delden in het vonnis.

Van Delden heeft de eis afgewezen omdat in het huidige wettelijk systeem een verhoging alleen kan worden bewerkstelligd door het tot stand brengen van een algemene maatregel van bestuur. Daarvoor dient de Raad van State te worden gehoord. Toewijzing van de verhoging in kort geding zou betekenen dat de Raad van State buiten spel wordt gezet.

Van Delden noemt dit resultaat zelf 'niet bevredigend' omdat de minister de noodzaak van een verhoging van de vergoedingen heeft erkend. Namens de VSAN zei mr. M. I. J. Hegeman vanmorgen dat de advocaten hun aandacht nu zullen richten op de totstandkoming van de nieuwe Wet op de rechtsbijstand. Zij zullen onder andere een eigen wetsontwerp opstellen en Kamerleden verzoeken dit in te dienen.