Scapino danst uitdagend machtsspel

In een programma dat van energie en dansdrift bruist heeft het Scapino Ballet Rotterdam zijn eerste nieuwe balletten van dit seizoen gepresenteerd. Ed Wubbe, sinds september de vaste huischoreograaf van het gezelschap, maakte Rameau, een puur danswerk waarvoor hij de barokmuziek gebruikte van de gelijknamige achttiende eeuwse Franse hofcomponist.

Wubbe's Rameau is geen historische reconstructie van dansen uit die periode, integendeel. In een strak toneelbeeld witte vlakken op een zwarte vloer, met daarop sofa's en crapeaus die met stoflakens zijn bedekt zet Ed Wubbe een uiterst eigentijdse, grillige en gecompliceerde bewegingscompositie.

De acht meisjes, gestoken in strakke, wit belijnde zwarte korsetjes en korte, nauw sluitende broekjes, gebruiken hun lange blote benen met spitzen aan het eind als dunne, wriemelende insektenpoten die in de meest onmogelijke posities kronkelend en priemend de ruimte aftasten of even nonchalant achter het oor gelegd worden. Steeds lijken ze een andere kant op te gaan dan je verwacht. Lijven en armen zijn lang uitgestrekt of vouwen moeiteloos dubbel, heupen zwiepen heen en weer met felle accenten. De acht jongens, gekleed in strakke, zwarte tricots, model ouderwets badpak, soms aangevuld met stoere, loshangende leren jasjes zijn boerser in hun beweging en ze lijken telkens naar de grond te worden getrokken.

De zestien uitvoerenden zijn nooit tegelijk bezig. Het zijn er telkens maar enkelen die met hun wonderlijke patronen de ruimte vullen terwijl de anderen dan nonchalant in de stoelen hangend toekijken. Er is een zekere animositeit tussen de seksen te bespeuren, een uitdagend machtsspel zonder winnaars met pittige, agressieve facetten. Ook onderling is er bij de dames en heren geen sprake van een lieflijke, harmonieuze band. De enorme complexiteit van vormen en patronen, het hoge tempo en de uitstekende uitvoering maken Rameau tot een uiterst fascinerend werk waarmee Scapino verrassend sterk voor de dag komt.

Eveneens heel vitaal en ook energiek wat uitvoering betreft was Eight Heads van de Amerikaanse danser/choreograaf Daniel Ezralow, wiens werk vorig jaar bij de Hubbard Street Dance Company in het Holland Dance Festival was te zien. Vier mannen en vier vrouwen klimmen, klauteren, liggen, wiebelen en glijden op twee kleine, vier treden hoge tribunes die telkens op een andere manier in de ruimte worden geplaatst. Bovendien buitelen ze over elkaar en over de grond, werpen zich in volle vaart horizontaal in elkaars armen en draven over het toneel als onvermoeibare atleten op de Olympische Spelen. Een fris, speels en pretentieloos werk dat prima past in het Scapino-repertoire.