Samburu-krijger voert driejarige huwelijkscampagne; Delijdensweg van Lemelen

Lemelen en ik proberen elkaars werelden te begrijpen. Hij behoort tot het semi-nomadische Samburu-volk van de eindeloze savannes in Noord-Kenia, ik kom uit de Amsterdamse Pijp, Frans Halsstraat 76 twee hoog rechtsachter, ingang Saenredamstraat. Beiden zijn we (nog) ongetrouwd, we hebben vriendinnen. We bespreken om welke redenen huwelijken zoal kunnen worden verbroken.

'Wanneer mijn vrouw het niet kan vinden met mijn moeder, dan loopt het fout', zegt Lemelen. 'Of als ze niet goed voor mijn kinderen zorgt.' Meer mogelijkheden kan hij niet bedenken. Ik suggereer dat na een tijd liefde en affectie kunnen plaatsmaken voor ergernis en kilte. Lemelen reageert verbaasd, van zo'n erosieproces in het huwelijk heeft hij nog nooit iets vernomen.

Bij de Samburu's is het probleem een huwelijkspartner te bemachtigen, in mijn wereld komen de problemen meestal pas na het trouwen. De ouderlingen van de hechte Samburu-gemeenschap garanderen het welslagen van het huwelijk. Zij lossen conflicten op wanneer beide partners daartoe niet meer in staat blijken. Huwelijken zijn voor het leven, echtscheidingen komen bij het volk vrijwel nooit voor.

Maar eer het zover is heeft de jonge Samburu een eindeloze speurtocht moeten afleggen, met soms onoverkomelijke hindernissen. Lemelen toont zich na ruim een jaar zeer ontspannen. Maandenlang was hij ongelukkig en lusteloos, avond aan avond zat hij te piekeren. Niets kon hem oppeppen, hij slaagde er niet in zijn huwelijksprobleem te relativeren. In zijn diepste depressie vervloekte hij zelfs zijn eigen Samburu-cultuur. 'Die verdomde oude heren, waarom gunnen ze mij geen echtgenote?', was hem ontvallen.

Schoonheid

Het goede leven voor een Samburu-jongen begint met zijn initiatie door middel van zijn besnijdenis in het krijgerschap. Vijftien jaar lang mogen de morans (krijgers) proberen de uiterste schoonheid te bereiken. Ze laten hun in rasta-stijl gevlochten haren groeien, ze beschilderen hun rijzige lichamen en versieren zich met kralen en andere ornamenten. De ouderen moedigen hen aan veel en lang met jonge meisjes te slapen maar die meisjes niet zwanger te maken. Kortom, het leven van een Samburu-moran is relatief zorgeloos, de jeugd is prachtig.

Daarna komen de verantwoordelijkheden. Sinds enkele weken worden in Samburu-gebied nieuwe groepen morans van tussen de tien en vijftien jaar geinitieerd. De leden van de oude groepen morans moeten daarom plaatsmaken en zetten hun trapsgewijze gang naar de volwassenheid voort door een huwelijkspartner te nemen. Drie jaar geleden begon Lemelen te zoeken. Hij liep over de savanne van boma (nederzetting) naar boma. Zijn eerste kandidate vond hij zelf.

Lemelen voerde zes maanden lang campagne onder de ouderlingen in de boma. Zij allen het zijn er soms wel 50 en de vader van het meisje dienen zich akkoord te verklaren met het huwelijk. Hij leverde de ouderlingen thee, suiker, tabak en bier, want bij praten hoort genot. 'Kijk, die ouderlingen weten ook wel dat vrouwen problemen veroorzaken', zegt Lemelen, 'daarom willen ze uitzoeken of wij morans die problemen aan kunnen en we het huwelijk niet zullen verbreken.' Lemelen verloor de competitie, een concurrerende moran mocht het meisje trouwen.

Zijn tweede poging mislukte eveneens. 'Na een campagne van een jaar zeiden de ouderlingen: de grootvader van het meisje woont te dicht bij jouw vader en daarom kan het niet doorgaan', vertelt hij. 'Of dat de werkelijke reden was, ik zal het nooit weten. Ik voelde me uiterst belazerd. Ik begon me af te vragen: wie ben ik eigenlijk, wat ben ik waard?'

De kracht van de Samburu-samenleving is het collectivisme. Iedereen in Lemelens boma ging op zoek, de morans vertrokken in alle windrichtingen. De spoeling bleek inmiddels dunner geworden, want de meeste krijgers hadden al een meisje gereserveerd. Vooral Lemelens jongere broer, die niet voor Lemelen mag trouwen, liep dagen en nachten. Hij vond een meisje voor zijn broer. 'Daar bij die berg', wijst Lemelen in de verte, 'daarheen begaf ik mij voor een derde poging.'

Na zes maanden campagne wilden de ouderlingen nog steeds geen toezeggingen doen. Lemelen raakte in paniek. In Samburu-gebied gonsde het inmiddels van de geruchten, dat bij de eerstvolgende volle maan de nieuwe morans zouden worden besneden. Lemelen zou daarmee ouderling worden. Maar hoe kan je ouderling worden als je nog geen echtgenote bezit?

'Dit is het slechtste dat me kan overkomen', treurde hij. 'Straks hoor ik nergens bij, ik ben noch strijder, noch ouderling, ik ben niets meer. Mensen zien me straks niet meer staan, ze weten niet hoe ze me moeten aanspreken, ze kijken door me heen.' Iedere bezoeker aan Samburu-gebied weet hoe pijnlijk die sociale straf kan zijn. De trotse Samburu's lijken inderdaad door anderen heen te kunnen kijken.

Uitnodiging

Een week geleden kwam een einde aan zijn lijden, nog net voor de besnijdenis van de nieuwe morans. 'Larata, de oude wijze uit mijn boma, en ik ontvingen een uitnodiging voor een gesprek. De ouderlingen in de boma van het meisje vroegen me naar mijn verleden. Ik vertelde over mijn krijgerschap en steeds vielen ze me weer in de rede. Ze begonnen dan te praten over hoe het was toen zij krijgers waren. Het gesprek duurde daarom een week. En ik moest natuurlijk steeds thee, suiker en bier aanvoeren.'

Larata gaf de doorslag. Hij behoorde samen met de vader van het meisje tot dezelfde groep morans, vele jaren terug. Lemelen: 'De ouderlingen gingen akkoord, want Larata deed een toezegging over mijn goede gedrag in het huwelijk.'

Nog voor het aanbreken van de regentijd dient Lemelen bij de vader van het meisje een kameel af te leveren, evenals een speciale vliegenklapper met de haren van de staart van een wild beest. Dat betreft het voorschot. Over het te geven aantal koeien voor de bruidsschat bij de Samburu's zijn dat er doorgaans 'slechts' zeven of acht zal later worden gepraat.

Het gezag van de ouderlingen verzekert een goede relatie voor Lemelen met zijn toekomstige vrouw, die hij nog nauwelijks kent en met wie hij nog niet heeft geslapen. De gemeenschap, het collectief, staat garant voor het welslagen van zijn huwelijk zoals diezelfde gemeenschap het hem ook zo moeilijk maakte om het begeerde doel te bereiken. De tradities van dit nomadenvolk zijn hard maar geven zekerheid.

Deze collectieve instelling staat haaks op de individualistische wereld waar ik vandaan kom. Onlangs bezochten Lemelen en ik een popconcert in de grote stad. 'Iedereen in het publiek danst verschillend', merkte Lemelen verbaasd op, 'bij ons danst iedereen hetzelfde.' Ik wierp tegen: 'Hoe kan nu iedereen hetzelfde dansen in zo'n grote zaal?' Waarop hij antwoordde: 'Dan moet het publiek opletten hoe de muzikanten dansen en dat nadoen.'

Lemelen en ik, we respecteren elkaars werelden. Zonder een veroordeling uit te spreken luistert hij naar mijn verhalen hoe mensen in een individualistische samenleving met elkaar omgaan. Ook realiseert hij zich dat zijn wereld zal veranderen. Hij blijft me intussen adviseren te trouwen met iemand van mijn eigen stam. 'Je bent dom dat je een partner neemt van een andere stam', kritiseert hij, 'wie moet dan straks jouw huwelijksproblemen oplossen?'

Leden van het Samburu-volk: de tradities van dit nomadenvolk zijn hard maar geven zekerheid.

Foto Koert Lindijer