Leeuweriken en lijken

Een aangenaam bij-effect van het op dit moment de filmhuizen beheersende Festival over de Tsjechische Nouvelle Vague is het in reguliere roulatie brengen van twee films uit dat programma. Het gaat om het indertijd in Praag direct verboden en nog niet eerder in Nederland vertoonde Leeuweriken aan een draadje (1969) van Jiri Menzel en om het opniew uitbrengen van De lijkenverbrander (1968) van Juraj Herz.

Leeuweriken aan een draadje kreeg afgelopen voorjaar op het Festival van Berlijn de Gouden Beer en die bekroning wekt te hoge verwachtingen. Het is geen verbannen meesterwerk vol snerpende waarheden maar wel los gestructureerde, amusante, soms onverwacht zoetelijke satire op de stalinistische methoden tegen dissidenten. Op de vuilnisbelt van een chemische fabriek werkt een gezelschap dwangarbeiders, waaronder een gewezen professor in de filosofie, een musicus, een kapper en een melkman. Ze onderhouden stiekem contact met een groepje vrouwelijke dissidenten. Wie een kritische vraag stelt, verdwijnt, maar Menzel weet een soort happy end te organiseren, een triomf van de alledaagse menselijkheid over theoretisch ingegeven onmenselijkheid. Het meest geslaagd in deze film is de bewaker met huwelijksproblemen. Hij werd gespeeld door Rudolf Hrusinski en diezelfde acteur speelt, naast Menzel in een bijrol, briljant de hoofdrol in De lijkenverbrander van Juraj Herz.

De lijkenverbrander is verontrustend van inhoud en bijzonder van vorm. Door middel van ingenieuze montage en het gebruik van ongewone lenzen wijdt Herz zijn publiek in in de verknipte hersenspinsels van meneer Kopfrkingl, een oppassend werknemer bij een crematorium in 1939. Flegmatisch, bijna koddig en heel precies deelt hij zijn eigen leven in en dat van zijn gezin waar hij, meent hij, alles voor over heeft. Wat hij doet en denkt kan hij plaatsen, verklaren en onderbouwen. Behalve dan de soms zijn brein binnenflitsende erotische fascinaties maar die neutraliseert hij door een regelmatig bezoek aan een bordeel. Wanneer hij, vooral dankzij seksuele vrijheden, gewonnen is voor de nazi-theorieen die in zijn omgeving opgang doen, trekt hij acuraat en emotieloos de gruwelijke consequenties.

Des te macaberder en des te effectiever is De lijkenverbrander door de voor de Tsjechische films uit die tijd typerende aandacht voor herkenbare kleine details en hebbelijkheden van de personages. Drinken, een taartje eten, een dansje maken, het eeuwige gekibbel van een overal opduikend en dan altijd te laat arriverend echtpaar, Herz laat er naar kijken of we er naast zitten en die vermaakte blik kunnen we dan telkens niet snel genoeg afschudden wanneer hij ons meeneemt naar Kopfrkingls werkterrein.